nieuws

Hout verliest Surinaams terrein

bouwbreed

In de bossen nabij de vervallen kokospalmplantage Phedra, op zo’n 70 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Paramaribo, zijn arbeiders druk in de weer om een grote houten woning op te trekken. Ogenschijnlijk logisch, met zoveel hout in de directe omgeving. Maar het is een tafereel dat je in Suriname nog maar weinig tegenkomt. Bouwen […]

In de bossen nabij de vervallen kokospalmplantage Phedra, op zo’n 70 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Paramaribo, zijn arbeiders druk in de weer om een grote houten woning op te trekken. Ogenschijnlijk logisch, met zoveel hout in de directe omgeving. Maar het is een tafereel dat je in Suriname nog maar weinig tegenkomt.

Bouwen met hout is tegenwoordig meer uitzondering dan regel. Daardoor verandert het historische houten karakter van met name Paramaribo ingrijpend. Dat was vroeger wel anders.

Met de komst in de zeventiende en achttiende eeuw van Europese kolonisten in Suriname, werd hout als bouwmateriaal de normaalste zaak van de wereld. Immers, ook in Europa zelf werden in die periode veel gebouwen uit hout opgetrokken. Gezien de overvloed aan bossen in de kolonie, was het vanzelfsprekend dat van die traditie niet werd afgeweken. In eerste instantie werd overigens uitsluitend gebruik gemaakt van per schip aangevoerd hout uit Europese bossen, maar al snel kwamen de pioniers achter de voordelen van lokaal (hard)hout, dat beter bestand was tegen de tropische, vochtige omstandigheden.

Op de oudste afbeeldingen, uit het begin van de zeventiende eeuw, zijn houten gebouwen te zien die sterk lijken op Zaanse huizen en Hollandse boerenschuren. Enkele decennia later, rond 1740, was sprake van een ‘echte Surinaamse stijl’. De Europese bouwers voegden enkele kenmerken toe, omdat men besefte dat de wind veel minder sterk was dan in Europa en van sneeuwbelasting op de gebouwen was al helemaal geen sprake. Het gebouwskelet had daardoor minder stabilisatieschoren nodig.

Architectuurhistoricus Michel Bakker zegt dat niet alleen de Nederlandse invloed groot was bij de totstandkoming van de stad Paramaribo. Er bestonden in de zeventiende eeuw redelijk intensieve handelscontacten met het zuiden van de Verenigde Staten. Invloeden vanuit dat gebied zie je in het straatbeeld ook nog altijd terug.”

Samen met zijn collega Olga van der Klooster, die evenals Bakker als mededirecteur verbonden is aan de Plantage Zorg en Hoop, het Bureau voor het Gebouwde Erfgoed, legde hij vier eeuwen bouwhistorie vast in het boek ‘Architectuur en bouwkunst in Suriname’.

Tal van grote houten complexen verrezen in de loop der eeuwen. In de achttiende eeuw telde Suriname 108 suikerloodsen en tientallen koffieloodsen, sommige groter dan de Sint Petrus en Paulus Kathedraal in het hartje van Paramaribo. De loodsen zijn anno 2011 allemaal verdwenen, de restauratie van de kathedraal werd eind vorig jaar voltooid, dankzij miljoenen euro’s die de Europese Unie had geschonken om het monument van een onafwendbare ondergang te redden.

Werelderfgoedlijst

In het centrum van Paramaribo staan nog vele honderden houten gebouwen, die voorkomen op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Maar een aanzienlijk deel staat er gehavend bij. Eigenaren, niet zelden de overheid, hechten schijnbaar maar weinig waarde aan behoud. Zo zijn de afgelopen jaren tientallen houten monumenten gesloopt. Op de opengevallen plaatsen komen vaak betonnen kolossen terug.

Tot een jaar of vijftien geleden bouwde Bruynzeel Houtmaatschappij Suriname (BSH) nog op forse schaal standaardwoningen die grotendeels uit hout werden opgetrokken. Maar de levering van deze huizen, die in de volksmond Bruynzeel-woningen worden genoemd, ligt sindsdien stil. Het staatsbedrijf ging door politieke bemoeienis en mismanagement ten onder, een bijna beklonken overname door Nederlandse deuren- en kozijnenfabrikant Doorwin liep in 2006 stuk door politieke onwil. Daarmee was de laatste hoop dat houten woningen weer in serie zouden worden gebouwd, vervlogen. Toch wordt nog wel mondjesmaat met hout gebouwd, Vaak zijn het echter geen aannemersbedrijven die dergelijke projecten uitvoeren, maar hebben zelfstandige timmermannen de leiding. Zoals nabij Phedra, waar Harold Bakboord met zijn arbeiders binnen twee tot drie maanden een huis zegt neer te zetten. “Ik bouw alleen met hout, dat is ook mijn vak. Ik vind het veel mooier dan sfeerloos beton. In de stad heb ik nauwelijks opdrachten, maar in de districten zijn er gelukkig nog mensen genoeg die de voordelen van hout zien. Vaak is het argument dat hout onderhoudsintensief is, dat ongedierte en schimmels vrij spel hebben. Dat is een fabeltje. Indien hout op de juiste manier is gedroogd en bewerkt en de constructie zodanig is opgezet dat er nauwelijks sprake is van verborgen ruimten doordat alles is dichtgetimmerd, is de levensduur minstens zo lang als dat van een betonnen gebouw. Maar veel mensen denken dat beton langer meegaat, dat is dus niet zo. Beton is wel goedkoper, dat moet ik toegeven. Het heeft echter niet dezelfde uitstraling.”

Boswet

Volgens Radjen Baldew, directeur van houtverwerkingsbedrijf Ansoe, zijn niet alleen de veranderde wensen van de klanten in de bouw debet aan het feit dat steeds minder gebruik wordt gemaakt van hout. “De overheid stimuleert het gebruik van hout niet. Het probleem zit vooral in de Boswet uit 1992, die veel te complex is en de productie stagneert. Zo wordt een houtconcessie voor tien jaar verleend, met maximaal één verlenging van tien jaar. Terwijl de kapcyclus, bij verantwoorde kap, 25 jaar is. Dat betekent dat je voor een deel je best doet voor een ander.”

De stagnatie in de bosbouwsector blijkt ook uit de cijfers. Al jaren wordt gemiddeld ‘slechts’ 180.000 kubieke meter hout geproduceerd, waarvan iets meer dan 15 procent wordt geëxporteerd. Volgens Tropenbos International Suriname kan het land aanmerkelijk meer verdienen als de productie wordt opgevoerd. Maar daarvoor moeten de wetgeving en complexe regelgeving worden vereenvoudigd, zo concludeert ook deze organisatie in een vorige week uitgebracht rapport.

Architectuurhistorici Bakker en Van der Klooster begrijpen dat in deze veranderende tijden hout steeds meer plaatsmaakt voor beton en kunststof. Maar het gebrek aan onderhoud van houten monumenten is het tweetal een doorn in het oog. “Als je naar het Paramaribo van vroeger kijkt, dan zie je jezelf door een negentiende-eeuwse stad lopen, waarbij je de geur van verse sinaasappelen opsnuift. Tegenwoordig is de achteruitgang goed te zien”, aldus Van der Klooster.“De binnenstad van Paramaribo staat op de Werelderfgoedlijst en Suriname zou die status kunnen verliezen als bij de Unesco de indruk bestaat dat niet goed met de monumenten of de omgeving wordt omgegaan. Dan loop je het risico te worden gewipt.” n

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels