nieuws

‘Wees een beetje geduldig, dan kun je jongeren aan je binden’

bouwbreed

– Een leerling-bouwvakker is zoek. De hoogwerker maakt vreemde capriolen. Dat kan geen toeval zijn. De leerling speelt in de gondel met de gashendel. “Net brommer rijden”, roept hij naar beneden.

“Ze zijn zestien. Kinderen nog”, relativeert Kasper Burgy van Burgy Bouwbedrijf uit Leiden enig onaangepast gedrag van zijn aanstormend talent. “Die jongens weten amper wat werken, is op die leeftijd.”

De directeur van het familiebedrijf heeft als opleider van vakmensen een naam hoog te houden. Trots laat hij de foto zien met hem op het podium naast Prinses Máxima en onderwijsminister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart. Vorige week in Rotterdam was dat, bij de prijsuitreiking voor het Beste Leerbedrijf van Nederland. Burgy Bouwbedrijf, was de uitverkorene.

Klagen over de jeugd van tegenwoordig, in het bijzonder die op Randstedelijke bouwopleidingen, is aan Kasper Burgy niet besteed. “Ik zeg altijd: geef ze even de tijd, de ruimte. Wees een beetje geduldig. Dan kun je jongeren aan je binden. Het is niet zo moeilijk. Met de meesten komt het goed.”

Stoer gedrag en een grote mond doet jongens ouder lijken dan ze zijn, zo weet hij. “Zeventien of achttien jaar in plaats van vijftien. De jongsten hier, komen van de praktijkschool, vanaf hun veertiende. Op andere scholen waren ze niet te handhaven. Zij mogen al werken. Bij wijze van stage, drie dagen per week.”

Geduld blijkt een schone zaak. “Een jongen die hier kwam via de praktijkschool, is nu leerling-timmerman niveau drie. Volgend jaar gaat hij naar de restauratievakopleiding in Den Bosch voor niveau vier.”

Met elkaar moet je het doen, is zijn motto. “Als je jongens van de praktijkschool aan je bedrijf weet te binden en zo een plek te geven in de maatschappij, dan ben je pas echt duurzaam bezig.”

Problemen met op tijd komen ziet hij vaak in het begin. “Zeker. Je kunt dan na twee maanden zeggen: ga maar weg. Dat vind ik te gemakkelijk.” Werken moet je leren, zo meent hij. “Het is vooral de leeftijd. Mensen zouden eens moeten terugdenken hoe ze zelf waren op hun zestiende. Mijn zoon is 21 en loopt vijf dagen per week stage. Voor hem is dat ook nog zwaar hoor, hij is kapot aan het eind van de week.”

Als restauratiespecialist wil Burgy goede vakmensen. “Als je die hebt, kun je geld verdienen. Ik ben blij met mijn bedrijf en mijn jongens”, verzekert hij. “Ongeveer de helft is hier binnengekomen als leerling. Die zijn helemaal in de bedrijfscultuur opgegroeid.”

Inwisselbaar

Het stoort hem dat bouwvakkers vaak worden gezien als inwisselbare arbeidskrachten. “Als je die weg op gaat, wordt het inderdaad lastig. Zeker in onze markt. Want bijvoorbeeld een historische kerk steigeren, is veel ingewikkelder dan hetzelfde doen voor een flat, daarvoor heb je vakmensen nodig.”

Echt goed worden mensen volgens hem alleen als ze hun vak leuk vinden. “Onze voorselectie is vrij streng”, doelt hij vooral op het gegeven dat iemand voor het relatief zware werk in de bouw moet zijn geschapen. “Daarna krijgt iedereen van ons niet één maar wel drie kansen.”

Hij hoopt op een herwaardering van vakmanschap waardoor begaafde leerlingen het vaker als een optie gaan zien. “Ik zie al een trend dat meer jongens met een hogere opleiding zich in het ambacht willen bekwamen. Na de havo bijvoorbeeld. Of na een hbo bouwkunde, om zich ook in de praktijk te ontwikkelen.”

Een van zijn leerling-timmerlieden heeft een bedrijfskundestudie achterde rug met aansluitend een goedbetaalde baan en een leaseauto. “Die zei: ik heb me nog nooit ergens zo ongelukkig gevoeld.”

Uitleggen

Achtentwintig jaar, in opleiding voor een ander vak en geen auto. Daarop draait het dan wel uit. “Het probleem in onze maatschappij is”, ziet Burgy, “dat je dan wel wat aan je familie en vrienden hebt uit te leggen. Die moeten achter zo’n keus staan, of je hebt het moeilijk. Ik ben ook nog voorzichtig met het aannemen van hoogopgeleide wat oudere leerlingen. De faalkans is hoog, er zitten bijvoorbeeld veel romantici tussen. Ik betwijfel nogal eens of ze het aankunnen. Om zeven uur in de morgen beginnen en dan de hele dag werken op een bouwplaats, is zwaar.”

Opdrachtgever van de competitie voor de titel Beste Leerbedrijf is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De uitvoering is in handen van Colo, het samenwerkingsverband van kennis- en opleidingsinstituten voor het beroepsonderwijs. Een daarvan is Fundeon, voor de bouw en infra.

Fundeon nomineerde Burgy Bouwbedrijf voor de titel. Op de weg naar de top legden kandidaten uit andere takken van sport het af. Fundeon-directeur Sander van Bodegraven verwoordde helder waarom hij de winnaar een voorbeeld vindt voor de eigen en andere sectoren. Veel mensen krijgen er de kans zich in het vak te bekwamen, zo verklaarde hij, “ongeacht leeftijd en achtergrond”.

Deze aanpak werkt, wijst de directeur op de continuïteit in zijn bedrijf. “Wij hebben nog niemand hoeven ontslaan en zelfs twee vacatures open staan, we zoeken een calculator en een projectleider.” Dat valt hem niet mee. Werving van goede krachten voor het midden- en hoger kader bij een relatief kleine, specialistische aannemerij als de zijne zou nog steeds lastig zijn.

Bij Burgy Bouwbedrijf werken zestig mensen, waarvan circa vijftien leerlingen en evenzoveel leermeesters. De onderneming werkt in de Randstedelijke regio en is gespecialiseerd in restauratie, maar draait volgens de directeur ook de hand niet om voor “ingewikkelde” nieuwbouwklussen. “Wij komen op het moment dat je ambachtslieden nodig hebt.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels