nieuws

Tijdstip verzending brief niet relevant bij Alcateltermijn

bouwbreed

AanhefVeel uitspraken betreffende het aanbestedingsrecht gaan over de vraag hoe en wanneer te ageren tegen vermeende fouten in de aanbestedingsprocedure. In deze zaak oordeelde de rechter dat het beroep op de Alcateltermijn door de aanbestedende dienst onterecht was, omdat zij uitging van een verkeerde begindatum.

Het ging in deze uitspraak van de Bossche rechter,van 3 februari 2011, LJN: BP2974, over de Alcateltermijn. Dit is de termijn, die in acht genomen dient te worden alvorens de gunning definitief tot stand komt. Zie bijvoorbeeld art. 2.30.1 ARW 2005: er wordt niet eerder gegund dan nadat een termijn van 15 dagen is verstreken na de verzending van de voorlopige gunning. In die periode kan tegen de beslissing beroep worden aangetekend.

Over deze stand still termijn is inmiddels veel jurisprudentie ontstaan. In de uitspraak van de rechtbank Den Bosch werd geoordeeld dat het beroep op de Alcateltermijn door de aanbestedende dienst onterecht was, omdat zij uitging van een verkeerde begindatum.

De start van Alcateltermijn, in dit geval op twintig dagen gesteld en gekoppeld aan de datum van de verzending per e-mail van het gunningsvoornemen. Deze e-mail is evenwel nooit aan eiseres verzonden. Maar was hiermee niet gelijk te stellen, dat de informatie op 23 november 2010 telefonisch is verstrekt en op websites op 24 november 2010 is gepubliceerd? Nee, zegt de rechter: een inschrijver mag, bij een aanbesteding als deze, die voor alle inschrijvers ongetwijfeld een arbeidsintensieve en kostbare aangelegenheid is waarmee grote belangen zijn gemoeid, verlangen dat hij door de aanbestedende dienst individueel schriftelijk van de uitkomst op de hoogte wordt gebracht.

De brief van 24 november 2010 kan gezien de inhoud wel als een dergelijke mededeling gelden. Deze brief mag in zoverre als schriftelijke bekendmaking worden gelijkgesteld aan het voorgeschreven e-mailbericht. Maar voor het beginmoment van de Alcateltermijn is niet het tijdstip van verzending van de brief relevant, maar het ontvangstmoment, want dat staat in het Burgerlijk Wetboek in art. 3:37 lid 3.

Bij dit alles mogen ook worden meegewogen de verstrekkende gevolgen van de niet-ontvankelijkverklaring bij het achteraf strikt hanteren van een vervaltermijn, waarvan Attero Zuid (op voormelde gronden terecht) heeft gemeend dat deze pas op 29 november 2010 was gaan lopen. Ook de redelijkheid brengt mee dat de vervaltermijn is gaan lopen op de datum van ontvangst van de brief waarin de gemeenten de gunningsafwijzing aan Attero Zuid hebben medegedeeld. Het zou onredelijk zijn om Attero Zuid maar liefst vijf dagen af te nemen van de, toch al beperkte, termijn die zij had voor beraad in deze gecompliceerde kwestie en om zonodig een kort geding te entameren.

Deze lastige procedurele kwesties worden op 7 april a.s. door mr. P.F.C. Heemskerk en mr. C.H. van Hulsteijn, beiden advocaat CMS Derks Star Busmann uit de doeken gedaan tijdens een bijeenkomst van het Instituut voor Bouwrecht.

Directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar bouwrecht TU Delft

www.ibr.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels