nieuws

‘Nieuwe methoden zijn nodig voor binnenstedelijk bouwen’

bouwbreed

‘Nieuwe methoden zijn nodig voor binnenstedelijk bouwen’

De bouw van grote stadsgebouwen stokt door de crisis en het is de vraag of er ooit weer groei op gang komt. Volgens AIR, het architectuurcentrum van Rotterdam, aanleiding voor de hele bouwkolom om mee te denken over slimme methoden om binnenstedelijk schaalgrootte en functiestapeling te blijven halen. AIR organiseert hierover met vaktijdschrift De Architect het congres ‘Groot’.

Stedelijkheid creëren met behulp van grote stadsgebouwen is iets dat Rotterdam in het bloed zit, constateren Arie Lengkeek en Patrick van der Klooster, respectievelijk redactieleider en directeur van AIR. Al voor de oorlog verrezen hier de eerste grote, hybride gebouwen, met gestapelde functies en een publieke binnenwereld. Het Beursgebouw bijvoorbeeld. Die trend zette zich voort in de wederopbouwperiode (Groothandelsgebouw, Technikon) en in de jaren tachtig en negentig (Weena). “En in de huidige tijd gaat dat gewoon verder. Rotterdam doet er in crisistijd juist een schepje bovenop, met actieve steun van de gemeente: De Rotterdam, Markthal, stadskantoor, Forum Rotterdam”, lacht Van der Klooster. “Inderdaad, helemaal tegen de tijdgeest in.”

Hoe komt dat?

Van der Klooster: “Rotterdam is gewend om in moeilijke tijden te bouwen aan de stad. Vandaar misschien die houding: wij durven door te bouwen. Dat heeft sinds de wederopbouw altijd gemoeten. En dat is altijd gebeurd met hele grote gebouwen. Met stapeling en menging van functies kun je heel veel mensen bij elkaar brengen. En dus stedelijkheid maken. Dat is in deze stad nog steeds nodig.”

Waarom zijn grote gebouwen belangrijk voor de stad?

Lengkeek: “Een groot gebouw zoals het nieuwe stadskantoor kan fungeren als katalysator voor een stadsgebied. Het is een combinatie van verdichting, functiemenging, publieke ruimtes en nieuwe looproutes dwars erdoorheen.”

Van der Klooster: “Een gebouw als het ‘Forum Rotterdam’ (‘Tweede Koopgoot’) is ook een middel om Rotterdam te herpositioneren als regionaal winkelhart. Zo’n gebouw is niet zomaar groot, maar kan ook nieuwe functies en verbanden blootleggen in de stad. Op die manier kun je een volgende laag in de wederopbouw tot stand brengen en een bruisende stad maken.”

Speelt dat elders ook?

Lengkeek: “Niet zoals in Rotterdam. Een gebouw als De Rotterdam, met een vloeroppervlak van 155.000 vierkante meter zie je niet in Amsterdam. En de ontwikkelaars ervan zijn er zelf ook van overtuigd: in de toekomst gebeurt dit niet meer in Nederland. Bij programma’s van deze omvang zijn er teveel onzekerheden. Niet voor niets duurde het twaalf jaar voor de ontwikkeling werd afgerond. Aanbesteden is ook uiterst complex. Daarvoor ben je afhankelijk van een optimum in de bouwkosten. De economische crisis maakt de menging van functies alleen maar lastiger.”

Van der Klooster: “Bij zo’n project is alles lastig. Je hebt grote opdrachtgevers nodig, maar ook afnemers. Met het geijkte programma – een Albert Heijn, een hotel, een fitness – red je het niet. Financiering en fasering zijn ook ongelooflijk ingewikkeld. Maar als het lukt, kan het enorm veel stedelijkheid opleveren.

Niet dat dat altijd lukt. Zonder de verbinding met het maaiveld te zoeken, blijft een groot gebouw alleen maar volumineus. Het wordt pas groots als het dienstbaar is aan de stad, zoals het inmiddels zeventig jaar oude Beursgebouw: hartje stad, met mooie trappen en geledingen, een wandelroute binnendoor die twee stadsgebieden verbindt, aan alle vier kanten een echte gevel. Mét een latere toegevoegde verdichting in de vorm van de groene toren.”

De tijd van de échte kolossen is voorbij?

Lengkeek: “Ja, dit is een fundamenteel draaipunt. Kijk naar het nieuwe stadskantoor. Dat wordt ontwikkeld in modules, die zowel kantoren als woningen kunnen worden. De benodigde flexibiliteit is mogelijk door innovatie in bouwcomponenten. Maar hoe stapel je bouwsteentjes gefaseerd op tot een groot gebouw? Je zult verdichting en functiemenging op een minder grootschalige manier gaan zien op bestaande stukjes stadshart. De B-Tower bijvoorbeeld, die tegen de Bijenkorf wordt aangebouwd. Grote gebouwen die nog doorgang vinden, worden steeds meer op maat ontworpen voor hele specifieke doelgroepen. Zoals Cité op de Laan op Zuid: een groot gebouw, met betaalbare woningen voor afstudeerders nabij onderwijsvoorzieningen.”

Van der Klooster: “De tijd van megaprojecten als De Rotterdam is echt voorbij. En dat krijgt grote gevolgen voor de hele bouwketen. Of we nou richting modulair bouwen gaan of bouwen vanuit kleinschalige, particuliere, initiatieven – ‘stedelijkheid van onderaf’ zoals dat modieus heet. Want de bouwsector zoekt toch naar massa. Alleen al om een efficiënt productieproces mogelijk te maken. Een grote toeleverancier voor kozijnen wil niet aan individuen leveren. Daar kunnen ze niet van bestaan. Daarom is de vraag die wij op dit congres stellen ook voor de uitvoerende bouw heel relevant.

Het bouwen van een stad is een organisatievraagstuk. De grote aannemers konden na de oorlog de uitbreidingswijken snel neerzetten dankzij nieuw ontwikkelde modulaire concepten en gestandaardiseerde productiemethoden, waardoor ze tegen lage kosten in hoog tempo woonbehoeftigen konden huisvesten. Hoe organiseer je dat in de huidige omstandigheden? Dat is de uitdaging voor bouwbedrijven nu. Onvermijdelijk zal daarbij ook worden gezocht naar schaalgrootte. Grote bedrijven willen grote gebouwen bouwen, net zoals grote banken grote gebouwen willen financieren. Dáár wordt het geld op verdiend.”

Congres Groot

AIR en vaktijdschrift De Architect organiseren het congres Groot op woensdag 13 april 2011 in de Doelen Rotterdam. Een explorerend congres over betekenis en potentie van het grote gebouw voor de ontwikkeling van de stad. Zijn grote stadsgebouwen, hybride complexen met stapelingen van functies en een publieke betekenis, nog altijd relevant? Of worden ze vervangen door kleinere eenheden? Hoofdsprekers zijn Christian Rapp, Joan Busquets en John Thackara. Verder zijn er de hele dag debatten over onder meer stedelijke programmering, gebiedsontwikkeling, opdrachtgeverschap en klantbehoefte, innovatie en duurzaamheid. Aanmelden kan via www.congres-dearchitect.nl.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels