nieuws

Benut duurzame inkoop maximaal

bouwbreed

Gemeenten hebben hun duurzaamheidsambities flink opgeschroefd; ze willen maximaal duurzaam inkopen. Als lokale overheid beschikken ze ook over de inkoopkracht om dat voor elkaar te krijgen. Toch is er één ‘maar’: het ontbreekt vaak aan kennis en slagkracht, vooral ook in de gww-sector, vindt Carla Groot. Gemeenten moeten uit hun keurslijf breken.

Duurzaam inkopen vraagt om het uitdagen van de markt, om het vandaag anders te doen dan gisteren. En daarvoor is dús ook een andere aanpak nodig. De huidige leidt nog te vaak tot traditionele marktbenaderingsvormen. Het aanwezige duurzaamheidspotentieel wordt daarmee onderbenut. Zo begint duurzaam inkopen niet pas bij het opstellen van de gunningscriteria, zoals vaak wordt gedacht, maar al bij het bepalen van het ambitieniveau.

Blokkades

Keuzes die in de vroegste planfase worden gemaakt, mogen later in het proces geen blokkades opwerpen. Maar juist dat gebeurt nu vaak wél. Onbedoeld worden beslissingen genomen die tot contractvormen leiden die de ruimte voor het waarmaken van duurzaamheidsambities, beperken. Verschillende aanbestedings- en contractvormen leiden immers tot verschillende resultaten. En dus passen bij verschillende duurzaamheidsambities verschillende vormen van marktbenadering. Een levensduurbenadering bijvoorbeeld vraagt om sturing op een lage total cost of ownership (tco). De markt moet daarvoor de vrijheid krijgen om kosten te besparen zonder op kwaliteit in te leveren. Een oplossing die wordt beoordeeld op basis van laagste levensduurkosten vergt immers een ander ontwerp dan een die wordt beoordeeld op bijvoorbeeld laagste stichtingskosten.

Bij opdrachten met een hoge complexiteit kan juist een geïntegreerd contract slim zijn om de kennis en creativiteit van de markt optimaal te benutten. En bij standaardwerken met een hoog duurzaamheidspotentieel kan een traditioneel contract in combinatie met een stevig programma van eisen de duurzaamste oplossing uit de markt halen, bijvoorbeeld met behulp van een ‘economisch meest voordelige inschrijving’ (emvi).

Maar: overheden hebben zichzelf in een te strak keurslijf gedwongen. En daarin is het lastig innoveren. Gemeenten moeten zich daaruit losmaken en hun organisatie anders inrichten. Zo staat de traditionele opdeling van budget tussen enerzijds realisatie en anderzijds beheer, onderhoud, sloop en hergebruik een gunning op basis van levensduurkosten in de weg. En daardoor worden kansen gemist, onder meer op het gebied van materiaalbesparing en faalkostenreductie. Die gescheiden budgetten zouden aan elkaar gekoppeld moeten worden. Dan kan er meer worden geïnvesteerd bij de bouw, om vervolgens in de beheer- en onderhoudsfase flink te ‘verdienen’. Minstens zo belangrijk is het om deskundigheid op het gebied van contractvorming, aanbesteding en duurzaamheid al in een vroeg stadium aan tafel te hebben én vervolgens ook een vaste plek in de projectorganisatie te geven.

Ambitie

Ten slotte zouden gemeenten meer tijd moeten besteden aan het formuleren van de juiste vraag. Dat lijkt een open deur maar is het niet. Denk na wat je ambitie als opdrachtgever is en wat je daarvoor moet doen, en vooral moet laten. Als je honger hebt, kun je iets vets eten. Maar misschien is het je ambitie om af te vallen. Vet geeft voldoening op de korte termijn, maar werkt averechts op de lange termijn. Zo is het ook bij duurzaam inkopen.

Om ambitie en dagelijks handelen op elkaar af te stemmen, is kennis nodig. Ook duurzaam inkopen is een vak. Het vraagt om vroegtijdige verkenning van de kansen en formulering van concrete ambities met de bijpassende do’s en don’ts. Vervolgens dienen projectorganisatie, scope, budgetten en inkoopstrategie daarop te worden afgestemd. Pas dan wordt duurzaam inkopen maximaal duurzaam inkopen.

Adviseur duurzaam inkopen

Ingenieursbureau Amsterdam (IBA)

(cgroot@iba.amsterdam.nl)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels