nieuws

juridischStandaard 2010: ongeldigheid van inschrijving als zware sanctie

bouwbreed

Onlangs verschenen de Standaard RAW bepalingen 2010 (Standaard 2010). Deze standaard kent enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van de Standaard 2005 (die voor het laatst is gewijzigd in 2008). Onlangs verschenen de Standaard RAW bepalingen 2010 (Standaard 2010). Deze standaard kent enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van de Standaard 2005 (die voor het laatst is gewijzigd in 2008).

Een van deze wijzigingen ziet op de bepaling in de Standaard 2005 over de kennelijk onredelijke verrekenprijzen (artikel 01.01.04). In dit artikel was het volgende geregeld. Indien een aanbestedende dienst het gunningscriterium van de economisch meest voordelige aanbieding hanteert, waarbij de verrekenprijzen als gunningscriterium gelden, controleert de aanbestedende dienst de inschrijvingsstaat van de winnende inschrijver op kennelijk onredelijke verrekenprijzen. Als bepaalde prijzen volgens de aanbestedende dienst kennelijk onredelijk zijn, heeft de inschrijver de mogelijkheid de betreffende verrekenprijzen (lees: eenheidsprijzen) binnen 7 dagen aan te passen. Hierbij dient de aanneemsom overigens wel gelijk te blijven. De inschrijver moet hiertoe een correctie opnemen in zijn inschrijvingsstaat onder de post ‘eenmalige kosten’.

Deze bepaling in de Standaard 2005 stond op gespannen voet met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, meer in het bijzonder: het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers. Het na aanbesteding (inhoudelijk) wijzigen van de aanbieding is in strijd met dit beginsel. Dit had het CROW zelf ook onderkend, zo blijkt uit het advies d.d. 14 december 2007. In de Standaard 2010 is deze bepaling daarom aangepast.

Daarnaast is een belangrijke wijziging opgenomen ten aanzien van de inhoud van de eenheidsprijzen. In artikel 01.01.04 lid 1 van de Standaard 2010 is bepaald dat de aanbestedende dienst zal controleren of de inschrijvingsstaat van de winnende inschrijver voldoet aan de bepalingen die in artikel 01.01.03 zijn opgenomen. Dit houdt onder meer in dat in de diverse eenheidsprijzen alle kosten dienen te zijn begrepen die voor het tot stand brengen van de betreffende resultaatsverplichting moeten worden gemaakt. Bovendien dienen in deze eenheidsprijzen tevens te zijn begrepen (lees: in mindering te worden gebracht) de eventuele opbrengsten die aan de aannemer verblijven en die voortkomen uit het voldoen aan de resultaatsverplichting (artikel 01.01.03 lid 2). Men kan hier bijvoorbeeld denken aan een werk waarbij schone grond aan de aannemer verblijft.

Is de aanbestedende dienst van mening dat de inschrijvingsstaat van de winnende inschrijver niet voldoet aan de bepalingen zoals genoemd in artikel 01.01.03, dan zal de inschrijver om opheldering worden gevraagd. De inschrijver dient vervolgens binnen 7 kalenderdagen na het verzoek een toelichting op zijn prijzen/inschrijvingsstaat te verschaffen.

Eenheidsprijzen

Indien de inschrijver nalaat de toelichting binnen de gestelde termijn in te dienen of als uit de toelichting blijkt dat de inschrijver inderdaad niet heeft voldaan aan de bepalingen uit artikel 01.01.03, dan zal de inschrijving krachtens deze nieuwe bepaling als ongeldig terzijde worden gelegd. Een aanpassing van de eenheidsprijzen is aldus op grond van de Standaard 2010 niet meer mogelijk.

Dit kan in de praktijk vérgaande gevolgen hebben. Daar waar men als inschrijver vroeger door de aanbestedende dienst enkel uitgesloten kon worden als de (totale) aanneemsom bijvoorbeeld abnormaal laag was en men onredelijke eenheidsprijzen mocht aanpassen, is dit onder de nieuwe regeling niet meer mogelijk. Een aanbestedende dienst is thans gerechtigd de inschrijving ongeldig te verklaren, als de inschrijver op één of meer posten eenheidsprijzen heeft aangeboden die in de ogen van de aanbesteder onvoldoende zijn om betreffende resultaatsverplichting(en) tot stand te brengen. Dit geldt ook indien de totale aanneemsom redelijk is.

en verkeerde opbouw van de aanneemsom kan aldus tot uitsluiting aanleiding geven. Het is overigens de vraag of deze categorische en ook wel wat willekeurige uitsluitingsmogelijkheid houdbaar is in het licht van het evenredigheidsbeginsel waaraan aanbesteders doorgaans moeten toetsen.

Aannemers die op voorhand kunnen inschatten of een post wordt over- of onderschreden en hun eenheidsprijzen daarop aanpassen, moeten zich wel bedenken dat zij grote risico’s nemen indien er naast dat verwachtingspatroon geen redelijke argumenten zijn waaruit de redelijkheid van het prijsniveau blijkt.

Overigens is in lid 04 van het nieuwe artikel 01.04.04 nog wel een uitzondering opgenomen. Als sprake is van een “onvolkomenheid die zich op grond van de jurisprudentie leent voor herstel” wordt de inschrijving niet ongeldig verklaard. Op welke onvolkomenheden is gedoeld is niet duidelijk. Men zou hier wellicht kunnen denken aan kennelijke vergissingen. Echter, indien sprake is van een kenbare vergissing in één of meer van de prijzen in de inschrijvingsstaat, leidt dit op grond van de geldende rechtspraak doorgaans niet tot de mogelijkheid tot herstel van de aanbieding. De inschrijver moet in zo’n geval meestal genoegen nemen met het terugtrekken van zijn aanbieding.

Aanpassing van onderdeel 01.01.04 van de Standaard was aanbestedingsrechtelijk noodzakelijk. Het is echter zeer de vraag of deze aanpassing juist en gewenst.

Advocaten bij Severijn Hulshof

Advocaten

www.severijnhulshof.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels