nieuws

Interview Michiel en Maarten SmalsSmals Beheer omarmt vroegere dwarsligger

bouwbreed

De dassenpopulatie groeit in het gebied van De Kraaijenbergse Plassen tussen Grave en Cuijk, waar zandwinner Smals Beheer actief is. Tevreden zien vader Michiel en zoon Maarten Smals het aan: natuur is ook hun vak.

Het bedrijf beet daarmee in de jaren zeventig van de vorige eeuw het spits af. Winlocaties aan de Maas bleken door te ontwikkelen tot het landschap waarop het zuidoosten van het land wachtte. Een waterrijke omgeving kreeg vorm, flora en fauna vonden hun weg en watersporters kregen de ruimte.

Maarten Smals omarmde de landschapsontwikkeling als zijn specialiteit. Hij werkt eraan als projectleider in dienst van het bedrijf. Vader neemt de algemene directie voor zijn rekening.

Smals Beheer was vaker toonaangevend. In de jaren tachtig bijvoorbeeld met de ingebruikname van een geavanceerde zandsorteerinstallatie. “De eerste van Nederland en ik denk ook van Europa. Tot dan was de keus, globaal, grof of fijn. Wij gingen tientallen zandmengsels aanbieden met verschillende combinaties.”

Dit bleek een opsteker voor de betonindustrie. Dezelfde sterkte werd realiseerbaar bij een veel kleiner percentage cement, het duurste bestanddeel van beton. “In plaats van met cement, werden holle ruimtes tussen korrels gevuld met andere, kleinere zandkorrels.”

In zijn meest uitgekookte vorm, is op deze wijze sculptuurzand te maken: een vondst van Smals. Kunstenaars maken hiermee op het strand van Scheveningen jaarlijks bijzondere sculpturen. Dankzij een uitgekiende reeks fracties van grof tot fijn, blijven in het zand nauwelijks holtes over. In de zeer kleine tussenruimtes komt water. “Dat dient als microscopisch bindmiddel.” De sculpturen houden wekenlang stand, ook bij een straffe zeewind, regen en striemend zand.

Koninklijk

De optelsom van wapenfeiten door de jaren heen telt voor het predicaat Koninklijk. Dat overhandigde de Limburgse gouverneur onlangs namens de koningin ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de onderneming. Dat laatste impliceert nog een wapenfeit: Smals Beheer is ’s lands oudste in de branche.

De koninklijken vormen een selecte groep van circa 550 bedrijven en organisaties. Behalve eer zien de Smalsen er reclame in. “Het is een goede introductie als we ons in het buitenland willen presenteren.”

De onderneming werkt hoofdzakelijk in Nederland maar gaat ook de grens met Duitsland over. “We winnen grind in putten langs de Rijn tussen Keulen en Bonn. Verder hebben we drie zandwinlocaties in Niedersaksen, aan de andere kant van de grens bij Hardenberg. Het zand dat we daarvandaan halen, zetten we af binnen een straal van circa 50 kilometer. Dit is een beperking die vastzit aan het vervoer met vrachtwagens: veel duurder dan per schip.”

De Kraaijenbergse Plassen bij Cuijk zijn het paradepaardje van de onderneming. Hier praten vader en zoon over hun ervaringen en getuigen ze van “een positief kritische blik op duurzaamheid”.

Das

In Cuijk zijn natuurorganisaties hun bondgenoten. Ooit werd weleens een robbertje gevochten. “In het meest westelijk deel van het wingebied, waar we plas nummer zes wilden graven, werd een das ontdekt”, memoreert vader. “Die deed ons de das om.”

De zandwinning kwam er toch maar op een andere locatie. Het beoogde vervolg, plas zeven en acht, ging eerder van start. “We hebben ter compensatie een dassenfourageergebied gemaakt”, klinkt het zonder wrok naar de vroegere dwarsbomer. “Een licht glooiend bloemrijk weidegebied, met 20 kilometer dassenheggen.”

Het nieuwste project dat in de pijplijn zit, De Riet, ligt in de Ecologische Hoofdstructuur. “In drie jaar tijd”, schetst de projectleider, “winnen we daar de bruikbare grondstoffen. Vervolgens wordt het gebied weer volledig aangevuld met restzand.” Geen plas dus deze keer. Wel een walhalla voor de das en andere flora en fauna, is de bedoeling.

Dorpelingen uit Linden streden in een ver verleden ook tegen de voortschrijdende zandwinning. “Ze wilden hun rechtstreekse wegverbinding met Gassel niet kwijt. Linden ligt nu op een schiereiland midden in het plassengebied. Een nieuw soort landschap. De plassen zijn samen goed voor 400 hectare vaargebied en bieden 25 kilometer oeverlijn. Eromheen ligt 1000 hectare grond in het teken van landschap, natuur, recreatie en wonen. “Voor landbouw was de grond toch al weinig geschikt”, blikt vader terug. “Vlak bij ligt de vroegere Beerse overlaat. Als de Maas hoog stond, liep de dijk over om wateroverlast stroomafwaarts te voorkomen.”

Linden is opgeknapt volgens latere bewoners, die bewust kozen voor deze locatie. De Smalsen stellen het tevreden vast.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels