nieuws

Design & construct nooit ‘ideaal’

bouwbreed

Steeds meer opdrachtgevers besluiten om bouwprojecten door middel van een geïntegreerde contractvorm (zoals design &construct) te organiseren. Ze combineren ontwerp en bouw in één opdracht aan een marktpartij. Dat leidt niet altijd tot een succesvol project en de vraag is hoe dat komt.

In bijna alle gevallen is het product wel gerealiseerd maar is de planning niet gehaald, het budget is overschreden of de samenwerking tussen partijen is stroef verlopen. Uit evaluaties blijkt ook wel eens dat men het project niet geschikt vond voor een geïntegreerde contractvorm. Afgezien van de moeilijke bewijslast bij dit soort discussies, kunnen we concluderen dat er dan kennelijk een beeld bestaat van projecten die wél geschikt zijn voor design & construct (d&c).

Als een opdrachtgever besluit d&c toe te passen, horen daar verwachtingen bij. Bijvoorbeeld dat het project goedkoper wordt, dat er slimme dingen worden verzonnen of dat de marktpartij veel risico’s overneemt. Bewust of onbewust kijkt de opdrachtgever met die verwachtingsvolle bril naar zijn bouwproject en concludeert dat zijn project uitstekend geschikt is voor d&c. Maar de opdrachtnemer kijkt wellicht op een geheel andere manier naar het project.

Elk bouwproject heeft een aantal bepalende kenmerken. Dat zijn met name de scope, de aard van de opgave, de technische complexiteit, de invloed van de (fysieke-) omgeving en de omvang.

Een belangrijk kenmerk is de afbakening van de scope van het project. Een kenmerk van d&c is dat in een vroege fase van het bouwproces (bijvoorbeeld na de VO-fase) een overeenkomst met een opdrachtnemer tot stand komt. Als de opdrachtgever op dat moment nog onzeker is over delen van het project wordt die onzekerheid onderdeel van het contract.

Wijzigingen na het sluiten van het contract leiden tot extra kosten en mogelijk ook vertragingen. Voor de opdrachtnemer is de scope in dit geval ook niet helder en voor hem zal dit leiden tot een hogere risicoperceptie.

De conclusie is dat een geschikt d&c-project een afgebakende scope heeft. Met andere woorden: de opdrachtgever moet in een vroeg stadium zijn vraag helder kunnen definiëren.

De aard van de opgave lijkt eveneens een factor van belang. Gaat het om een gebouw of om een weg? Is afstemming met veeleisende gebruikers nodig (een ziekenhuis) of zijn de gebruikers onbekend (automobilisten)?

Als dit soort afstemming met derden onderdeel van het contract is, dienen ook afspraken gemaakt te worden over wijzigingen die gevolgen hebben voor de scope. Dat maakt het contract ingewikkeld en de beheersing ook lastiger. Maar ook nu speelt de verwachting weer een grote rol. Als opdrachtgever verwacht dat hij na de contractering achterover kan gaan leunen, dan is het project gebaat bij “hoge bouwhekken” (figuurlijk). De opdrachtnemer moet zo ongestoord mogelijk kunnen werken.

Vraagspecificatie

Het is ook belangrijk om te bepalen of het resultaat goed meetbaar is. De vraagspecificatie wordt immers in een vroeg stadium gemaakt en het uiteindelijke resultaat wordt dus op basis daarvan afgerekend. Hoe meetbaar is een oeververbinding in de vorm van een brug? Is de prestatie van een nieuw gemaal goed meetbaar? Het antwoord zit voor het grootste deel in de kwaliteit van de vraagspecificatie.

Er dient ook ruimte in de vraag te zitten. Alleen dan kan een opdrachtnemer immers een eigen inbreng hebben. Een complexe technische opgave kan prima geschikt zijn voor d&c, mits het resultaat goed meetbaar is én er voldoende ruimte is voor de opdrachtnemer.

In algemene zin dienen opdrachtgevers zich goed te realiseren hoe opdrachtnemers naar een d&c-project kijken. Voor opdrachtnemers is het maken van een aanbieding voor een dergelijk contract relatief kostbaar. De vraag is immers globaal en voor het maken van een goede kostenraming is (nog steeds) uitwerking van het ontwerp nodig. Dat kost geld.

Daarnaast is de looptijd van een d&c-contract langer, want een deel van de ontwerpfase maakt er ook deel van uit. De daarin besloten (ontwerp-)risico’s komen ook voor rekening van de opdrachtnemer. Als dan ook nog de vraagspecificatie voor meer interpretaties vatbaar is, zal de risicoperceptie hoog zijn. De opdrachtnemer maakt een afweging tussen de kans op de opdracht, de kosten voor het maken van een aanbieding en de risico’s die hij moet gaan beheersen.

De opdrachtgever kan dus vol verwachting een aanbesteding houden, maar de markt staat niet altijd te juichen. Als er te veel onzekerheden zijn of de gevraagde garanties te hoog, neemt de aantrekkelijkheid voor een opdrachtnemer al snel af.

Als de opdrachtgever kiest voor d&c vanuit zijn verwachting dat hij dan minder “gedoe” zal hebben, is de conclusie vanuit het bovenstaande dat een geschikt d&c-project een cataloguswoning in een weiland is. De scope en de opgave zijn helder voor beide partijen, er zijn geen onbekende randvoorwaarden (zoals bij een verbouw) en geen lastige projectomgeving die moeilijk te beheersen is.

Maar andere verwachtingen kunnen leiden tot andere kenmerken, waardoor iedere opdrachtgever weer zijn eigen “ideale” d&c-project zal beschrijven.

Contractadvies & aanbesteden, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels