nieuws

‘Tracéwet kun je afschaffen’

bouwbreed

De adviesgroep Verkeer en Vervoer trakteerde minister Schultz (infrastructuur) onlangs op onvermoede inzichten die zij in de nieuwe Omgevingswet moet opnemen. Voorzitter Co Verdaas weet waarover hij praat. De planoloog promoveerde op de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Hij is gedeputeerde Ruimtelijke Ordening van de provincie Gelderland.

De Tracéwetkan bij het grofvuil, een onnodige wet die voortkomt uit de profileringsdrift van een ministerie. Gedeputeerde Co Verdaas, voorzitter van de adviesgroep Verkeer en Vervoer voor de Omgevingswet, laat er geen misverstand over bestaan.

Verdaas legt zijn visie uit in zijn werkkamer in het Gelderse provinciehuis. Een atypische provinciebestuurder met stoppelbaard en cowboylaarzen, in spijkerbroek en gebloemd overhemd. Zijn advies aan de minister is al net zozeer out-of-the-box: de Tracéwet kan de prullenbak in. Dat is opvallend, omdat de nieuwste Tracéwet net door de Eerste Kamer is aangenomen.

Kunnen we nog wel wegen aanleggen, zonder Tracéwet?

“Ja hoor. Voor het aanleggen van een weg heb je geen eigen wet nodig. Als VenW geen zelfstandig ministerie was geweest, hadden we nooit een Tracéwet gehad. Het is gewoon profileringsdrift. Eigen ministerie, eigen wet, zo basaal is het. Daarbij is Nederland al voor 98 procent ingericht, ook voor de komende veertig, vijftig jaar. Wij leggen in Gelderland provinciale wegen met een inpassingsplan op basis van de Wro aan, gaat prima. Afschaffen dus die Tracéwet.”

De adviesgroep presenteert opvallende vergezichten. Hoe zijn die ontstaan?

“Momenteel focust iedereen nog op nieuwe wegen, nieuwe spoorwegen, ruimte voor de rivieren, Schiphol en Lelystad of dat ene project waarbij je nog tegen die andere norm oploopt. Bij de politiek, maar ook bij de specialisten en de juristen ligt de focus altijd op nieuwe projecten en snelle voortgang. En het gaat altijd over projecten die vertraging oplopen, zoals de A4 of de Tweede Maasvlakte. Al pratend ontstond bij ons het idee dat wetgeving niet langer over groei zou moet gaan. In de adviescommissie zitten mensen die tot in hun vezels bij verkeer en vervoer betrokken zijn. Allen vanuit verschillende achtergronden. Dat levert interessante inzichten op. We zitten nu aan het eind van een ontwikkeling, er komen minder mensen bij. Voor de helft van Nederland stabiliseert of krimpt het inwoneraantal. Daarbij gaan we ook naar een nieuwe generatie auto’s toe. Dat kan nog vijftien of twintig jaar duren, maar dat gaat gebeuren. Met gps kun je meer aan dynamisch mobiliteitsmanagement doen. Bovendien is het geld op.”

Willen al die partijen niet vooral toch gewoon meer wegen bouwen?

“Nee, dat viel reuze mee. Dat vond ik ook het leuke aan onze groep en ik hoop dat dat zich ook politiek gaat vertalen. Of de mensen nu wegenbouwers zijn, of afkomstig zijn van VNO-NCW of ProRail, niemand wil dat het viezer en onveiliger wordt in ons land, niemand wil meer herrie. De meeste winst zit ‘m niet in aanleg van nieuwe wegen, maar in betere benutting. En in meer stilte, minder lawaai, schonere lucht. Uiteindelijk was de gedeelde conclusie: Je moet niet meer praten over de klassieke opvattingen van krimp, groei en kwantiteit, je moet het veel meer zoeken in goed management en dynamisch beheer. We moeten meer overslag en betere verbindingen organiseren. Dat is de agenda van de toekomst. Dat snapt deze minster ook donders goed, daar ben ik van overtuigd.”

Loopt de adviesgroep daarmee niet uit de pas met de huidige politiek die nog heel erg gericht is op het aanleggen van wegen?

“Daar zit mijn grootste zorg. Maar ik geloof in de integriteit van deze minister. Ik zou mijn naam niet aan dit advies verbinden als de Omgevingswet was bedoeld om alle zachte belangen aan de kant te schuiven. De minister is zich ervan bewust als deze wet wordt neergezet als asfaltwet, het wetsvoorstel heel snel dood is en de discussie sterk polariseert. Daarbij is ook dit kabinet vooral bezig met het uitbreiden van het wegennet, en niet zozeer met het aanleggen van nieuwe wegen.”

De adviesgroep wijst ook op toename van het goederenvervoer over water en spoor. Hoe heeft dat gevolgen voor de infrastructuur in Nederland?

“Goederenvervoer over spoor en water is de afgelopen jaren gegroeid, tegen de economische crisis in. Het zal ook de komende jaren verder doorgroeien. Containers zijn tegenwoordig makkelijker te transporteren, de systemen raken beter op elkaar afgestemd. Je kunt als overheid wel goederenvervoer over de weg willen stimuleren, maar je ziet dat de markt zich daar niet veel van aantrekt. Zo kijkt de Rotterdamse haven nu naar overslaglocaties op de grote rivieren. Op die manier keert de wal het schip, om met de beeldspraak maar dicht bij huis te blijven. De A15 loopt vol, en door de files is de logistiek minder betrouwbaar. Vervoer per spoor en over water is doorgaans betrouwbaarder, dus kwalitatief hoogwaardiger. Daar kunnen vervoerders dus een hogere prijs rekenen, dus zie je dat goederenvervoer over spoor en water gaandeweg toeneemt. In de wetgeving wordt nu vooral gekeken naar de files. De gedachte is: ‘Er zijn files, dus we gaan wegen aanleggen.’ Wij zeggen: ‘Nee, je moet naar vervoer van goederen als geheel kijken.’ In de kosten/batenafweging en de onderbouwing moet het Rijk ook vervoer over spoor en water meenemen, want deze trend gaat doorzetten.”

Hoe moet de Omgevingswet die nieuwe toekomst dan faciliteren?

“Een wet die alleen maar scoort op een gebod: gij moet op dag X aan norm Y voldoen, is niet bezig met de situatie over 10 jaar. Durf daar als overheid in je aanpak ook een beloning op te zetten. Wat nu al gebeurt met de dbfm-contracten kun je verder doorvoeren. Bijvoorbeeld door bij aanbestedingen van onderhoud ook te scoren op kwaliteitsverbetering. Heb je een dynamisch managementsysteem in je weg zitten? Ben je bereid stil asfalt toe te passen? Dat soort zaken.”

U noemt in het advies ook een aantal miskleunen van de huidige wetgeving, zoals een tijdelijke ontheffing met een proceduretijd van 32 weken. Waarom staan die in jullie advies?

“Als die knelpunten niet worden opgelost in de nieuwe wet, is het geen goede wet. Het zijn stupide dingen waar iedereen koppijn van krijgt. Niemand snapt nu überhaupt nog hoe je tot een besluit komt. Ik loop al mijn hele werkzame en studeerzame leven in het vakgebied rond, en ik snap het soms ook niet. In de praktijk kom je heel veel voorbeelden tegen waarvan je weet dat dat nooit de bedoeling is geweest. Ook niet van natuur- en milieubeschermers: een Milieueffectrapportage waarin geïsoleerd naar één gebied gekeken wordt en zo de effecten voor een groter gebied niet gezien worden. De essentie van een nieuwe wet is dat je het vertrouwen hebt dat belangen voldoende geëmancipeerd zijn. Die komen allemaal op tafel en de politiek kan dan een afweging maken. Met de huidige regels is de politiek machteloos.”

Tracéwet

De Tracéwet is een aanvulling op de Wet ruimtelijke ordening. Met deze wet kan de overheid procedures voor het aanleggen van wegen versnellen.

Omgevingswet

Het omgevingsrecht gaat op de schop. Om de ruimtelijke ordening te organiseren zijn er meer dan zestig wetten, honderd AMvB’s en honderden ministeriële regelingen. Minister Schultz wil al deze regelingen bundelen in één wet: de Omgevingswet. Dit moet zorgen voor modernisering en vereenvoudiging van de regels.

Reageer op dit artikel