nieuws

Proactieve houding inschrijver

bouwbreed

Bij aanbestedingen kunnen inschrijvers vragen stellen over de aanbestedingsstukken. De aanbesteder beantwoordt deze vragen in een nota van inlichtingen. In twee recente uitspraken is uitgemaakt dat, ingeval na de vragenronde nog onduidelijkheden of onvolkomenheden resteren, nogmaals vragen gesteld dienen te worden. Doet een inschrijver dat niet, dan is de kans aanwezig dat hij zich daarop niet meer kan beroepen. Een en ander volgt uit uitspraken van de voorzieningenrechter te Haarlem (LJN: BU5267) en te Rotterdam (LJN: BU5119).

Van een inschrijver mag een zekere proactieve houding worden verwacht. Dat houdt in dat onduidelijkheden of onvolkomenheden in de aanbestedingsstukken tijdig aan de kaak moeten worden gesteld. Als na de inschrijving bezwaren worden aangevoerd, waarover geen vragen zijn gesteld, dan beroepen aanbesteders zich er vaak op dat deze bezwaren niet tijdig zijn gemeld (met een beroep op het arrest Grossmann van het Hof van Justitie).

De vragenronde zal echter niet altijd alle onduidelijkheden en onvolkomenheden wegnemen en soms zelfs aanleiding geven voor nieuwe onduidelijkheden en/of onvolkomenheden. Duidelijk is geworden dat dan opnieuw vragen gesteld moeten worden, voordat de inschrijvingstermijn is gesloten. Doet een inschrijver dat niet, dan is de kans aanwezig dat een zogenaamd Grossmann-verweer van de aanbesteder slaagt.

In de zaak die in Rotterdam speelde, werd in de vragenronde verduidelijkt dat hoe meer een referentie vergelijkbaar was met het voorwerp van de aanbesteding, hoe meer punten daarvoor werden toegekend. Tijdens de juridische procedure stelt de inschrijver dat deze beoordelingswijze niet toegestaan en niet transparant was. De rechter oordeelt dat het op de weg van de inschrijver lag om tijdig, doch in ieder geval vóór inschrijving eventuele onduidelijkheden of onvolkomenheden te melden of (nadere) vragen te stellen. Nu dat niet is gebeurd, is de inschrijver té laat met zijn bezwaren.

Bij de zaak voor de voorzieningenrechter te Haarlem ging het om een bij de vragenronde geïntroduceerd nieuw begrip. Achteraf stelt de inschrijver dat dit nieuwe begrip onduidelijk was. De rechter oordeelt dat na de vragenronde om verdere verduidelijking had kunnen worden gevraagd. Door dat na te laten, heeft de inschrijver zijn recht om te klagen verwerkt.

Inschrijvers dienen er dan ook alert op te zijn ná de vragenronde opnieuw vragen te stellen, indien onduidelijkheden of onvolkomenheden resteren. Gebeurt dat niet, dan is de kans aanwezig dat inschrijvers zich daarop niet meer kunnen beroepen.

Advocaat aanbestedingsrecht bij AKD

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels