nieuws

juridischTerecht alsnog ongeldig verklaard

bouwbreed

Het goed beoordelen van inschrijvingen in een aanbestedingsprocedure blijft lastig. Met regelmaat komt het voor dat pas bij protest tegen een voorgenomen gunning duidelijk wordt dat een inschrijving eigenlijk ongeldig is. De vraag die dan opkomt is of deze inschrijving op grond van het gelijkheidsbeginsel alsnog ter zijde moet worden gelegd. Of mag de inschrijver er intussen op vertrouwen dat zijn inschrijving geldig is?

Deze vragen kwamen onlangs aan de orde in een kort geding dat een leverancier van microscopen (‘Jeol’) had aangespannen tegen een onderzoekscentrum naar aanleiding van een gehouden aanbesteding (LJN: BU5824). Jeol had de aanbesteding niet gewonnen en had hiertegen geprotesteerd. Pas na dit bezwaar liet het onderzoekscentrum weten dat de inschrijving van Jeol alsnog ongeldig diende te worden verklaard. De inschrijving zou namelijk niet voldoen aan de gestelde omzeteisen. Jeol zou om die reden niet ontvankelijk zijn. Het onderzoekscentrum had niet eerder aan Jeol bericht dat haar inschrijving ongeldig was. Jeol was zelfs nog in de gelegenheid gesteld haar aanbieding aan te passen zonder dat daarbij werd gerept over de ongeldigheid. Bovendien had het onderzoekscentrum in een eerder stadium expliciet aan Jeol laten weten dat geen omstandigheden waren gebleken waardoor de aanbieding van Jeol ongeldig zou moeten worden verklaard. Jeol heeft dan ook aangevoerd dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat haar aanbieding geldig was. Het beroep op de ongeldigheid van de aanbieding is volgens Jeol te laat gedaan. Jeol heeft hiervoor verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2008 (LJN: BC7679) waaruit volgt dat de Hoge Raad het niet onbegrijpelijk achtte dat het hof een vergelijkbaar beroep op ongeldigheid pas gedaan in een gerechtelijke procedure te laat achtte en dat de aanbestedende dienst daarmee in strijd handelde met het door haar gewekte vertrouwen.

De rechtbank geeft Jeol hierin geen gelijk. Het vertrouwensbeginsel, waar Jeol zich op beroept, conflicteert in deze kwestie met het gelijkheidsbeginsel, waar het onderzoekscentrum zich op beroept. De rechter stelt dat het beginsel van gelijke behandeling in het aanbestedingsrecht vóór gaat op het vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat de andere inschrijvers er op grond van het gelijkheidsbeginsel op mogen vertrouwen dat het onderzoekscentrum de inschrijvers op gelijke voet beoordeelt. De mededeling omtrent de ongeldigheid is weliswaar laat gedaan – zoals ook door het onderzoekscentrum is erkend – maar dit was nog ruim vóór de zitting in kort geding. De rechtbank meent dan ook dat de vergelijking met het arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2008 niet opgaat. De inschrijving van Jeol is dan ook terecht alsnog ongeldig verklaard.

Uit deze uitspraak volgt dat inschrijvers er goed aan doen alert te blijven en niet zo maar af te gaan op stilzwijgen of zelfs positieve berichten van de aanbestedende dienst.

Advocaat Boekel de Neree

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels