nieuws

Innovatie en samenwerking zijn middelen, duurzaamheid de drive

bouwbreed Premium

“De omzetten zijn gedaald, maar we moeten niet alleen in volume denken. De crisis stimuleert duurzaam zakendoen. Integreren van duurzaamheid in de bedrijfsvoering en het bouwproces kost geen geld, het levert juist geld op. Voor de toeleveranciers, de bouwers en de samenleving.”

Toeleveranciers moetenniet somberen over een verminderd volume. De markt biedt volop kansen voor innovaties en samenwerking, duurzaam rendement en toegevoegde waarde. Dat vindt Peter Fraanje, per januari 2012 directeur van het NVTB.

Peter Fraanje combineert de drive naar duurzaamheid met de zakelijke wereld van het ondernemerschap. Hij werkt nu nog als senior beleidsmedewerker duurzaamheid en secretaris van de sectie voor middelgrote bouwbedrijven bij Bouwend Nederland, maar begint op 2 januari als directeur bij het bureau van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) in Nieuwegein. Hij gaat de gezamenlijke belangen van producenten en importeurs van bouwmaterialen behartigen. Hun brancheverenigingen zijn lid van het NVTB, in het presidium zitten ook enkele grote toeleveranciers. Fraanje is gevraagd voor de functie, bevestigt hij tijdens een interview in grand café De Zalm aan de Markt in zijn woonplaats Gouda. “Het NVTB vindt duurzaamheid, innovatie en comakership belangrijk. Een duurzame samenleving is mijn persoonlijke drive. Innovatie, projectoverschrijdende samenwerking en comakership zijn middelen”, stelt Fraanje.

“De bouw is volop in beweging en het NVTB is een smaakmakende organisatie”, aldus de nieuwe directeur. Hij is de zoon van een aannemer. Zijn grootvader was wagenmaker. “Veel wagenmakers zijn in de carrosseriebouw, de meubelindustrie of de bouw terechtgekomen, omdat zij goede timmermannen waren. Mijn opa begon samen met mijn oom en later met mijn vader een aannemingsbedrijf in de bouw, omdat er steeds minder werk was voor wagenmakers”, vertelt Fraanje. “Bouwbedrijf Fraanje in Lewedorp bestaat nog steeds als middelgroot bouwbedrijf, maar wordt sinds begin jaren negentig na de pensionering van mijn vader geleid door anderen.”

Peter Fraanje vindt dat de woorden ‘aannemer’ en ‘onderaannemer’ geschrapt zouden kunnen worden. “Bouwers van nu zijn ondernemers, zij zoeken het werk actief op, werken projectoverschrijdend samen met partners.”

Netwerkorganisatie

“Bouwers in de 21ste eeuw bouwen is lean, green en safe & clean”, merkt Fraanje op. “Daarbij kunnen de toeleveranciers een belangrijke rol spelen. Trends in de toelevering zijn: meer prefab (autonome groei, versneld door de marktomstandigheden), meer bouwsnelheid en meer kwaliteitseisen. Bovendien is iedereen bezig met duurzaamheid, die we alleen door samenwerking kunnen bereiken. Het NVTB heeft een klein kantoor in Nieuwegein, ik ga het uitbouwen als netwerkorganisatie. Ik houd van de bouwpraktijk en bruggetjes maken. Qua karakter ben ik op mijn plek als directeur van het NVTB. Ik zie kansen, net als de ondernemers die ik ga stimuleren en ondersteunen.” Fraanje laat initiatieven zien waarbij hij betrokken is geweest en wat hij in zijn functies bij Bouwend Nederland, TNO en IVAM (adviesbureau op het gebied van duurzaamheid) heeft bereikt.

Fraanje heeft cultuurtechniek gestudeerd aan de Internationale Agrarische Hogeschool in Velp, gevolgd door milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam. Daar is hij in 1998 gepromoveerd op een onderzoek naar de duurzaamheid van bouwmaterialen. Zijn wortels zijn dus groen, maar zijn aandacht gaat ook uit naar lean en veilig en schoon. “Lean is voor mij gaan leven toen ik merkte dat medewerkers die het werk uitvoeren dan rechtstreeks worden betrokken bij verbetermogelijkheden. Lean samenwerken leidt tot grote besparingen. Prefabricage draagt bij aan veilig en schoon bouwen: medewerkers vallen niet meer van steigers af en hoeven niet meer op de bouwplaats te frezen en slijpen. Het zijn methoden die de bouw veiliger maken”, benadrukt Fraanje.

Bij Bouwend Nederland werkte Peter Fraanje onder meer aan het kennisoverdrachtsprogramma BouwLokalen en aan de leidende principes voor het opdrachtgevend bouwbedrijf. Die zijn in 2008 door zeven grote bouwbedrijven (Ballast Nedam, BAM, Dura Vermeer, Heijmans, Strukton, TBI en Volker Wessels) ondertekend, gevolgd door meer bouwbedrijven. “Ik ga bij de toeleveranciers ook werk maken van de leidende principes”, aldus Fraanje. “Uitgangspunt is het verbinden van de economische waarden met de kernwaarden: maatschappelijke verantwoordelijkheid, integriteit en betrouwbaarheid, transparantie en duurzaamheid. De bedrijven werken de principes uit en publiceren ze op hun websites.”

Hij gaat een hybride auto rijden. “Duurzaamheid moet je uitstralen”, vindt Fraanje. Hij woonde in Middelburg in een rijksmonument uit 1742, dat hij heeft laten isoleren met kurk en populierentriplex. Nu woont hij in Gouda met vrouw en kinderen in een woning uit de jaren zeventig vlakbij de Reeuwijkse Plassen. Ook die woning wil hij verduurzamen. Fraanje verwacht de investering terug te verdienen door een forse daling van de energierekening. “Het energieprobleem? Dat gaan we oplossen. Technisch zijn we in staat om energieleverende gebouwen neer te zetten. Neem de woningen van Powerhouse van InnoConcept uit Leusden, waarvan er twee zijn gebouwd. Het leveren van duurzame energie is nu meer een organisatorische en financiële dan een technische kwestie.”

Marktpotentieel

Fraanje promoot nieuwe verdienmodellen zoals de Energy Service Company (ESCO) en nieuwe aanbestedingsmodellen zoals Best Value Procurement (duurzaam inkopen) en de economisch meest voordelige inschrijving. Hij noemt twee mensen die hem hebben geïnspireerd: Jeremy Rifkin, die onlangs heeft beschreven hoe laterale (niet centraal, maar gespreid opgewekte) energie de economie gaat veranderen en Hermann Scheer, die in Duitsland de terugleververgoeding (voor aan het openbare net geleverde stroom) heeft aangekaart. Fraanje is enthousiast over innovaties zoals Solartherm, een prefab dakelement met geïntegreerde zonneboiler voor renovatie. “Snel en veilig te installeren, de nieuwe ketel kan worden ingehesen en de oude hoeft niet over een smalle trap naar beneden. Voor dit soort innovaties bestaat een enorm marktpotentieel.”

“Er zijn volop kansen in de bouw voor wie het wil zien en oppakken. Dat gaat niet alleen om bouwen, maar ook om beheren. Toeleveranciers kunnen producten leveren, maar ook terugnemen en diensten aanbieden. De bestaande bouw vormt eigenlijk een enorme voorraad bouwmaterialen. De waarde van die materialen neemt toe. We moeten daarom nadenken over de kringloop en verder kijken dan ons eigen primaire proces”, stelt Fraanje. Volgens hem stimuleert de economische crisis de duurzame ontwikkeling. Integratie van duurzaamheid in het zakendoen levert niet alleen geld op voor de toeleveranciers, maar ook voor de klanten en de samenleving. “Ik zie alleen maar kansen, eigenlijk geen bedreigingen”, aldus Fraanje.

Als voorbeeld van duurzame innovatie noemt hij de Beeksteen, met 40 procent minder klei, maar hij oogt hetzelfde als een traditionele metselbaksteen. “Op alle fronten beter, daarmee wordt geld verdiend. De toeleveranciers gaan welvaren.” ■

Reageer op dit artikel