nieuws

Gemeentelijke mode als aanbeveling

bouwbreed Premium

Een “ordinaire straatruzie” noemde deze krant de confrontatie tussen het publieke TenderNed en de private Aanbestedingskalender onlangs. Joost Merema schrijft een sprookje dat– “als het waar was” –het wereldnieuws zou halen.

Er was eens een gemeente waar iets geks aan de hand was. Zoals overal in Nederland was het verboden om zonder kleding op straat te lopen. Maar deze gemeente nam een opmerkelijke maatregel. Midden in de stad, pal naast een lokale kledingzaak, werd voor miljoenen een grote gemeentelijke kledingwinkel gebouwd. De officiële verklaring van Burgemeester en Wethouders was als volgt.

‘Het is belangrijk dat alle mensen nette en goed zittende kleding dragen, omdat naaktlopen in strijd is met de openbare orde. Omdat de openbare orde zo belangrijk is, moeten wij onze rol als gemeente daarin oppakken en daarom zelf kleding gaan verstrekken.’ Het was de gemeente menens: de gemeente investeerde circa vijftig maal zo veel gemeenschapsgeld dan de investeringen die alle private kledingzaken over de afgelopen jaren hebben gepleegd. De gemeente ging het groots aanpakken!

Weinig zin

Jarenlang werd er vervolgens gesproken over de gemeentelijke kledingwinkel, waarbij er altijd gezegd werd door de gemeente dat er alleen met kleding uit de gemeentelijke winkel buitenshuis gelopen mocht worden. Die regel zou pas in werking treden na opening van de gemeentelijke winkel. Zonder winkel zou die regel natuurlijk weinig zin hebben. En dat allemaal om schending van de openbare orde te voorkomen.

Inmiddels was de opening van de winkel tot drie keer uitgesteld (de bouw vlotte niet echt door verschil van mening tussen bestuur, omwonenden en de architect over de toegang en brandveiligheid), en de regel was dus ook nog niet ingevoerd. Echter, de gemeente bleef actief communiceren over de komst van de grote winkel. De gemeente maakte zowel in het lokale krantje als in aparte huis-aan-huis brieven kenbaar aan alle burgers dat men gratis gebruik zou kunnen gaan maken van de gemeentelijke kledingzaak, zoveel als men wilde. Het kwam zelfs tot een nieuwsitem in het acht uur journaal.

Dit alles had tot effect dat veel bewoners al geen nieuwe kleding meer gingen kopen, in afwachting van de komst van die gemeentelijke winkel. Daarnaast zagen de lokale kledingwinkels de bui al hangen, en investeerden daardoor minder in hun winkel en hun voorraad dan ze eigenlijk zouden willen doen: immers, het zou voor hen toch einde oefening zijn met de komst van de grote ‘Fashion Megastore’, en de inwoners van de gemeente namen een afwachtende houding aan. Toen vervolgens die ‘Fashion Megastore’ eindelijk geopend werd (althans, de begane grond, aan de rest werd nog gebouwd), gebeurde er iets opmerkelijks. De gemeente gaf te kennen dat de verplichting om bij de gemeentelijke kledingwinkel te shoppen, er toch niet zo zou komen! Het was slechts verplicht om gemeentelijk ondergoed te dragen, want dat was toch wel het ‘bare minimum’ om aan de kledingplicht te voldoen. Daarnaast verklaarde de filiaalmanager bij de opening ‘dat er bestaansrecht moest zijn voor elke kledingwinkel, en met de komst van de gemeentelijke kledingwinkel er een enorme impuls werd gegeven aan het dragen van nieuwe kleding, waar zeker andere winkels ook van zouden profiteren.’.De eigenaar van het pand deed er een schepje bovenop en verklaarde dat de andere winkels de gemeente wel daarvoor dankbaar mochten zijn. De naastgelegen winkeliers konden hun oren niet geloven, en de burgers begrepen er allemaal niet veel meer van.

Trots

De burgemeester ten slotte sprak zijn trots uit over de mooie collectie (die bij opening enkel nog bestond uit wit ondergoed, maar dat mocht de pret niet drukken), en beloofde plechtig dat er bij opening van de nieuwe verdieping voor het volgende seizoen nog veel meer nieuwe kleding zou komen, waaronder jassen, broeken en schoeisel, zodat iedere burger van zijn prachtige gemeente geen excuus had om slechts in zijn hemd op straat te hoeven lopen. Aan de kledingvoorschriften in de gemeente werd nog gewerkt, maar die zouden er zeker komen. Men zat te denken aan een soort van kledinggids, met daarin opgenomen de gemeentelijke mode als aanbeveling. De naastgelegen winkel hield een paar weken daarna een opheffingsverkoop en stopte met de zaak. En na een aantal jaar bleek dat eigenlijk niemand meer snapte waarom dat grote pand met mode van een paar jaar geleden nog op de balans van de overheid moest staan.

Als dit sprookje waar was, denk ik dat die gemeente het wereldnieuws zou halen.

Projectmanager bij Pro6managers

Reageer op dit artikel