nieuws

Energiekolos in Eemshaven vordert ondanks veldslag over vergunningen

bouwbreed

Energiekolos in Eemshaven vordert ondanks veldslag over vergunningen

De voortwoedende strijd over vergunningen heeft RWE/Essent er de afgelopen jaren niet van weerhouden om in de Eemshaven stug door te bouwen aan Nederlands grootste kolencentrale. Het betonwerk van de kolos is bijna af.

Alles is groot aan de 1600 megawatt (2 x 800) poederkool/ biomassacentrale. Om maar eens paar cijfers te noemen: de bouwers gebruiken 250.000 vierkante meter bekisting voor het storten van totaal zo’n 350.000 kuub beton. Dat is versterkt met 50.000 ton wapeningsstaal. De machtige wanden van het complex zijn op sommige plaatsen een meter dik en rijzen op tot maximaal 110 meter hoogte. Pakweg twintig bouwkranen, waarvan enkele zware topkranen boven op de constructie, zijn dagelijks operationeel bij het inhijsen van cilinders, buizen, tanks en andere onderdelen. Achter de beton onstructies zijn de contouren zichtbaar van de twee enorme stalen ketels in aanbouw. Die bevinden zich in zware stalen vakwerkconstructies en reiken tot vlak onder het hoogste punt van het complex. De ketels (15 x 15 x 110 meter) vormen het hart van de hypermoderne elektriciteitsfabriek. Op de bouwplaats werken momenteel zo’n 1600 man. “Maar dat aantal zal op piekdagen oplopen tot bijna 3000”, vertelt projectdirecteur Jens Hannes (RWE) in de keet aan de voet van het imposante bouwwerk. “Volgend jaar, wanneer de centrale gebouwen klaar zijn, krioelt het hier helemaal van de mensen.” Die kunnen als alles meezit in mei beginnen aan het installatiewerk en het trekken van duizenden kilometers kabelen buisleidingen.

Honderden aannemers

Energiegigant RWE (Rheinisch- Westfälisches Elektrizitätswerk) houdt bij het megaproject in de Eemshaven de touwtjes zelf in handen. Het bedrijf doet direct zaken met ongeveer zeventig aannemers. Indirect zijn honderden bedrijven betrokken bij het werk. De bouw van de centrale startte twee jaar geleden met het slaan van ruim 7000 vibropalen, die de grond in gingen tot een diepte van 31 meter. Met het oog op het nabijgelegen natuurgebied gebeurde dat met geluidsmantels. Daarnaast wordt een groot aantal damwanden geplaatst voor op diepe graafwerkzaamheden. Boven op het woud van betonpalen stortten de bouwers zware betonvloeren. Onder de ketels maar liefst 4 meter dik. Niet voor niets, want het gewicht en de krachten waarmee dit deel van het complex te maken krijgt, zijn enorm. Beide 800 megawatt ketels zijn zo’n 30.000 ton zwaar en 100 meter hoog. Met het oog op de temperatuurontwikkeling zijn de ketels opgehangen in zware stalen frames.

Trillingen

Complex onderdeel van het werk is de bouw van de tafels voor de turbines die met de opgewekte stoom worden aangedreven. Met het oog op de trillingen in dit onderdeel van het complex is de fundering van het turbinehuis voorzien van veerpakketten. Vier reusachtige betonnen (nood)trappenhuizen – met liftkoker – werden met behulp van een glijbekisting in één doorlopende stort gevormd. De betoncentrale van Theo Pouw, gelegen op een steenworp afstand, draaide in die periode overuren. De bouwers hebben gekozen voor zoveel mogelijk lokale leveranciers. De ketels zelf worden uitgerust met boilers van de Frans- Zwitserse ketelbouwer Alstom Daarin kan zo’n 15 procent biomassa worden meegestookt. Bijzonder is dat ze ook in deellast kunnen draaien: ze hoeven niet 24 uur per dag op volle kracht door te draaien, maar kunnen ook op lager vermogen draaien om bijvoorbeeld schommelingen in het aanbod van windenergie te compenseren. “RWE/Essent kiest niet voor kolen, maar voor een evenwichtige energiemix”, verduidelijkt Jeroen Brouwers (Essent). “We streven ernaar duurzaam, betaalbaar én (lever)betrouwbaar te zijn.”

Windpark

RWE/Essent is ook eigenaar van windpark Westereems (52 turbines, 156 megawatt vermogen) dat pal naast de centrale in aanbouw is. Omdat ze ook op houtkorrels (woodpellets) moeten kunnen draaien en de temperatuurschommelingen van gebruik bij deellast moeten kunnen verdragen, moeten de ketels voldoen aan specifieke ontwerpeisen. Het staal waaruit ze zijn vervaardigd, is het meest hoogwaardige dat momenteel bestaat. Beide doorpompketels zijn ontworpen op een druk van 300 bar en een stoomtemperatuur van 600˚ Celsius. Het Poolse montagebedrijf dat momenteel werkt aan de ketels, last de buisvormige elementen met uiterste precisie in elkaar. Hannes: “Elke ketel heeft 55.000 lasnaden die stuk voor stuk van topkwaliteit moeten zijn. Ze worden daarom allemaal met behulp van röntgenonderzoek gecontroleerd.” Als de energiecentrale in 2014 volledig in bedrijf is, zal de centrale jaarlijks zo’n 3 miljoen ton kolen verstoken. Die komen per schip aan bij de 500 meter lange kade. Daarvandaan gaan ze met behulp van conveyorbanden naar de opslag- en mengfaciliteiten. Na samenstellen van de optimale mix, worden de kolen eerst fijngemalen. Onder zware walsrollen worden ze verpulverd tot er een homogene korrelgrootte ontstaat van enkele micrometers. In de ketel wordt dit poeder verbrand met behulp van voorverwarmde lucht. Dat is een efficiënte methode die zorgt voor een zeer hoog ketelrendement van meer dan 90 procent. Het ketelvuur verwarmt de bovengelegen stoomketel. Waneer de stoom is verhit tot 600˚ Celsius, wordt die naar de stoomturbine gestuurd. Die drijft de generator aan die elektriciteit opwekt. Afgewerkte stoom uit de stoomturbine wordt uiteindelijk met behulp van water uit de haven gecondenseerd in de condensor. In verband met de grote behoefte aan water (tot 100.000 kuub per uur) is op het terrein van de centrale een ondergronds netwerk van maar liefst 4,5 kilometer aan betonnen in- een uitlaatleidingen gebouwd. Dat bestaat uit zes leidingen met een diameter van 2,4 meter voor de zeewaterinlaat en twee afvoerbuizen met een doorsnede van 3,6 meter. Laatstgenoemde twee megabuizen – elk een kilometer lang – voeren het koelwater weer terug de zee in.

Zeewater

De nabijheid van zeewater was een belangrijke reden om voor de Eemshaven te kiezen. Hier kunnen schepen met grote diepgang brandstof aanvoeren en er is voldoende koelwater. De Eemshaven beschikt ook over een 380 kilovolt verdeelstation waar de centrale zijn opgewekte vermogen via een hoogspanningsleiding kan afleveren. RWE bouwt in de Eemshaven een aantal aparte gebouwen voor de afvang van reststoffen, zoals vliegas, rookgasontzwavelingsgips en slib. In het ontwerp is rekening gehouden met de mogelijke bouw op termijn van eenafvanginstallatie voor CO2. Alle commotie over milieuvergunningen steekt Hannes. “Dankzij zeer geavanceerde reinigingstechniek is dit een van ‘s werelds schoonste kolencentrales.”

Projectgegevens

Opdrachtgever: RWE/Essent

Architect: Envi Con & Plant Engineering GmbH, Neurenberg

Constructeur: Hochtief Construction AG, Frankfurt

Zerna Ingenieure, Bochum

Bouwkundig hoofdaannemers: ViMa (Visser & Smit Bouw / Mainka), Köster

Investering: € 2,2 miljard

Oplevering: 2013 (volledige ingebruikname 2014)

Eemshaven energiehaven

Met de bouw van de 1600 MW-kolencentrale van RWE/Essent ontwikkelt de Eemshaven zich steeds meer tot de energiehaven van Nederland. Van hieruit worden miljoenen huishoudens voorzien van stroom.

Toen Provinciale Staten van Groningen in 1968 tot realisatie van de Eemshaven besloten, had dat vooral te maken met het overschot aan arbeidskrachten uit de landbouw. De noordelijke haven werd toegankelijk gemaakt voor schepen tot 40.000 ton, met mogelijkheid tot uitbreiding naar 70.000 ton. Hij ging in 1974 open.

De Eemshaven was bestemd om een grootschalige oliehaven te worden, maar mede door de oliecrisis werd dat geen succes. Bouw van een 1100 meter lange handelskade zorgde voor de ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid, maar een fruitterminal werd eind jaren tachtig een fiasco. De haven bleef vooral bekend om de belastingvrije minicruises – Butterfahrten. Die werden in 1997 onder druk van de EU gestaakt.

De ontwikkeling als energiehaven begon in 1976 met de bouw door Epon van een gasgestookte centrale van 695 MW. Na overname breidde nieuwe eigenaar Electrabel de centrale in 1996 uit met 1705 MW (vijf gasgestookte STEG’s). Op het Electrabel-terrein verrezen ook een gasturbine (17 MW) en negen windmolens (27 MW).

In 2007 startte het bedrijf Biovalue met de productie van biodiesel (jaarproductie 240 miljoen liter). Een jaar later volgde aanleg van de NorNed-kabel. Via deze onderzeese hoogspanningskabel (700 MW) komt door middel van waterkracht opgewekte Noorse stroom in Nederland. Daarvoor werd ook een omvormerstation gebouwd. Nuon startte in 2008 met de bouw in twee fasen van de Nuon Magnum multifuelcentrale (1200 MW). Het gasgestookte deel van de centrale moet volgend jaar operationeel worden. Eneco heeft vorige maand de eerste paal geslagen voor de Eneco Bio Golden Raand centrale. Deze grootste bio-energiecentrale van de Benelux (49,9 MW) zet vanaf 2013 jaarlijks 300.000 ton versnipperd afvalhout om in duurzame elektriciteit.

Het 52 turbines tellende windmolenpark van Essent in de Eemshaven (nu 156 MW) wordt binnenkort uitgebreid met twee megawindturbines. De twee kolossen, die een tiphoogte van 198 en 177 meter hebben, krijgen elk een vermogen van ruim 6 MW.

Plannen die nog op stapel staan zijn de bouw door Eemsmond Energie van een 1200 MW STEG-project . Dit project moet najaar 2014 van start gaan.

Vergunningen

Vergunningtechnisch is het Eemshavenproject een hoofdpijndossier voor RWE/Essent, maar recentelijk was er succes: de Raad van State verwierp de bezwaren van milieuorganisaties tegen de milieuvergunning en de tijdelijke gedoogvergunning.

De provincie Groningen verleende RWE/Essent de tijdelijke gedoogvergunning nadat de Raad van State de natuurvergunningen voor de centrale had vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing. Provinciale Staten achtten de omissies ‘reparabel’ en gaven daarom groen licht om maximaal negen maanden verder te bouwen. Dit met het oog op de economische belangen: de geraamde schade van een bouwstop bedroeg 20 miljoen euro per maand.

RWE/Essent verwacht binnen zes maanden een nieuwe, aangepaste aanvraag voor een natuurvergunning te kunnen indienen. Greenpeace en Natuur en Milieu voeren een verbeten strijd tegen de kolengestookte elektriciteitscentrale omdat kolencentrales volgens hen schadelijk zijn voor het milieu. Ze hebben in het bijzonder bezwaar tegen de locatie nabij het Waddengebied.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels