nieuws

Maatwerk houdt functie van steenfabriek Randwijk in stand

bouwbreed

Spant voor spant restaureert aannemer Nico de Bont de bijna honderd jaar oude houten kapconstructie van steenfabriek Randwijk. De zigzagoven heeft de status van rijksmonument, maar de restauratie brengt duidelijk aan het licht dat in het verleden voor de steenbakkers alleen de functionele waarde van de kap een rol heeft gespeeld.

Steenfabrieken bepalenvan oudsher het beeld van het rivierengebied. De restauratie van de oven in Randwijk houdt niet alleen dit karakteristieke beeld in stand, maar draagt ook bij aan het voortbestaan van het handgevormde stenen bakken.

De geschiedenis van de steenfabriek gaat terug tot de jaren dertig van de negentiende eeuw, toen de steenoven in de buitenpolder van Randwijk werd opgericht, in Neder-Rijn, vlak bij Wageningen. Acht jaar geleden doofde het vuur in de oorspronkelijke zigzagoven. Steenbakkerij Zilverschoon, die de fabriek sinds 1993 huurt, zette de productie van ambachtelijke bakstenen voor de restauratiebranche op het terrein voort met behulp van een mobiele oven. De Stichting Restauratie Steenoven Randwijk, eigenaar van de fabriek, heeft het herstel van de steenfabriek uitbesteed aan BOEi, die zich inzet voor behoud, ontwikkeling en exploitatie van industrieel erfgoed in Nederland.

De benaming zigzagoven verwijst naar de werking van het bakproces, waarin de kern van het vuur zich diagonaal door de ovenkamers, van de ene naar de andere kamer, verplaatst. De oven telt twee rijen van zes kamers die tegenover elkaar liggen, waardoor een zigzagvormige rondgang van het vuur ontstaat. “Het gaat hier om meer dan de oven alleen”, benadrukt Han Wartna, projectmanager van BOEi. “De plek, de historie en het complex als geheel zijn waardevol. Ook de omliggende droogschuren en haaghutten zijn rijksmonument.” Voor de restauratie van Steenfabriek Randwijk is in totaal een kleine 1,9 miljoen euro overheidssubsidie vergaard.

Na de restauratie van de schoorsteen, uitgevoerd door specialist Harm Meijer, kon aannemer Nico de Bont na de bouwvak aan de kap beginnen. Dat de kap flink was doorgezakt, was van grote afstand al zichtbaar. Grootste boosdoeners waren de reusachtige stalen pijpen die de warmte van de ovens naar de naastgelegen droogschuren moesten leiden en decennia geleden gewoon met beugels aan de gordingen zijn gehangen. “En om ruimte te creëren voor de pijpen zijn schoren weggehaald”, laat uitvoerder Peter Meulenbroek zien. “Eigenlijk was de constructie nagenoeg verdwenen.”

De staat van de kap bleek na aanvang van het werk nog slechter dan verwacht. “Als je er beter bij klimt, komen er toch nog meer gebreken boven water”, zegt Toon Veugelers, projectleider van Nico de Bont. Naast scheuren in spanten was vooral de vondst van restanten asbest achter de isolatie een onaangename verrassing. “Destijds is bij het aanbrengen van de isolatie niet alle asbest weggehaald”, legt Veugelers uit. “Dat betekent dat we nu even niet op volle sterkte verder kunnen werken.”

Onder de kap, lopend op de gewelven van de ovenkamers, wordt duidelijk hoe de steenfabricage zijn sporen in de kapconstructie heeft achtergelaten. Deze ruimte was het domein van de stokers, die via de talrijke kokers in de gewelven het vuur met kolen voedden. “Het moet hier heel warm en donker geweest zijn”, stelt Wartna zich voor. Hij verwondert zich dan ook niet over de provisorische reparaties die in de loop der tijd aan de kapconstructie zijn uitgevoerd. Projectleider Veugelers wijst op een korte balk die schijnbaar lukraak tegen een gescheurde spant is aangespijkerd: “Waarschijnlijk werden reparaties gewoon door de medewerkers van de steenfabriek zelf uitgevoerd.”

De aannemer bekijkt per spant hoe de restauratie het beste kan worden aangepakt. Veel delen van de constructie moeten gerepareerd worden, soms zelfs helemaal vervangen. Nieuwe gordingen, hoekkepers, staanders en trekbalken, stukje bij beetje wordt de enorme kap in zijn oorspronkelijke vorm teruggeduwd. “Helemaal recht krijgen we de kap niet meer, maar we komen een heel eind”, zegt uitvoerder Meulenbroek, die verwacht dat tussen de 30 en 40 procent van het houtwerk wordt vernieuwd.

Om aan te sluiten op de historische constructie past de aannemer de oorspronkelijke verbindingen toe. “We gebruiken ook fijnbezaagd hout, in plaats van geschaafd hout”, laat Veugelers zien. “Het werk is niet extreem moeilijk, maar de omvang is aanzienlijk. Er zit veel timmerwerk in, echt mooi werk”, benadrukt de projectleider, die ook leerling-timmerlieden in het project aan het werk heeft. Voor het opnieuw leggen van de dakpannen gaat de aannemer een net onder de constructie spannen. “De panlatten vertrouwen we niet meer, die worden allemaal vervangen”, zegt Veugelers.

Na de kap neemt Nico de Bont ook de restauratie van de ovenkamers ter hand. Het metselwerk is op sommige plaatsen door de kracht van het vuur naar buiten gedrukt. Drie van de twaalf kamers zullen straks weer door Zilverschoon in gebruik worden genomen. De oorspronkelijke zigzagoven zal niet meer gaan branden. Het bakproces voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen en is ook niet meer rendabel te maken. Zilverschoon heeft zich gespecialiseerd in kleinschalige productie van handgevormde ‘specials’ voor de restauratiebranche, maar houdt daarmee wel de functie van de steenfabriek in stand.

Die herbestemming is voor BOEi cruciaal, zo stelt projectmanager Wartna. “Het vakmanschap mag niet verdwijnen”, vindt hij. Het is de bedoeling dat de steenfabriek ook een rol gaat spelen in het opleidingsprogramma van de keramische sector. ”■

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels