nieuws

juridischBezint eer gij begint

bouwbreed Premium

Bij de totstandkoming van overeenkomsten overheerst vaak het economische aspect. Wat wordt gemaakt en – vooral – wat wordt betaald. Voor al het overige wordt vaak vertrouwd op algemene voorwaarden en standaard bestekken.Weinig partijen zijn zich bewust van de inhoud van de voorwaarden die zij tot onderdeel van hun overeenkomst maken. Terwijl daarin vaak essentiële keuzes zijn gemaakt over onderwerpen die zeer relevant wanneer partijen niet meer met elkaar door één deur kunnen. Denk aan aansprakelijkheidsbeperkingen, geschilbeslechtingsclausules of zelfs een contractueel verbod op het uitoefenen van het retentierecht. Soms wordt niet eens gekeken of de juiste voorwaarden zijn gebruikt en past bijvoorbeeld een hoofdaannemer zijn verkoopvoorwaarden toe op een onderaannemingsovereenkomst of worden verschillende versies van dezelfde voorwaarden gehanteerd.

In een zaak bij de Rechtbank Arnhem (19 oktober 2011, LJN: BU3543) vorderde een contractant (A) betaling van ruim twee ton. Zijn wederpartij (B) betoogde echter dat sprake was van een arbitrageclausule in algemene voorwaarden, waardoor de rechtbank niet bevoegd zou zijn. A stelde daarop dat slechts sprake was van een mondelinge overeenkomst waarop geen algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn en al helemaal geen arbitraal beding.

De rechtbank maakte hiermee korte metten. Er was wel degelijk een schriftelijke ondertekende overeenkomst, de rechter ging voorbij aan de stelling dat die overeenkomst tussen andere vennootschappen zou zijn gesloten. Die overeenkomst verwees naar algemene voorwaarden, waarbij ook nog eens een clausule was opgenomen dat door ondertekening werd verklaard dat de voorwaarden ter hand waren gesteld. A was daarmee gebonden aan het arbitraal beding dat uit die voorwaarden. Dat dat beding naar de Raad van Arbitrage verwees terwijl het geen bouwbedrijven betrof, achtte de rechter niet van belang. De voorwaarden waren immers tussen partijen overeengekomen. Vierduizend euro proceskosten armer moest A zijn vordering maar gaan instellen in arbitrage.

De uitspraak onderstreept het belang om juist bij het sluiten van een overeenkomst kritisch te kijken wat wordt overeengekomen. Een overeenkomst strekt partijen immers tot wet. Zijn zij die eenmaal overeengekomen, dan zal de rechter niet makkelijk ingrijpen. Het moge duidelijk zijn dat algemene voorwaarden bijzondere aandacht verdienen!

Severijn Hulshof advocaten

Reageer op dit artikel