nieuws

Brits onderzoek breng nieuwe inzichten voor pps

bouwbreed

Pps-projecten waarbij de rijksoverheid als promotor is opgetreden, zijn vooral grotere projecten, zoals de renovatie van het ministerie van Financiën en de Tweede Coentunnel. Voor toepassing van pps op projecten met een kleinere omvang bij lagere overheden is vanaf 1 november het Pps-loket geopend en het Pps-netwerk in het leven geroepen.

Enigszins verwarrend in de discussie is wat publiek-private samenwerking (pps) eigenlijk betekent. In de meest zuivere vorm – zoals bij gebiedsontwikkeling – is sprake van een situatie waarbij een private en een publieke partij geheel gelijkwaardig een doel trachten te bereiken. Al lezende blijkt pps vaak echter een veel ruimer begrip. Ook als sprake is van een opdrachtgever met een budget die door middel van een aanbestedingsprocedure een opdrachtnemer zoekt om een project te realiseren, wordt over pps gesproken. In dat geval betreft pps dus eigenlijk alle contractvormen die niet traditioneel zijn.

De overheid zet stevig in op promotie van contractvormen waarbij de aanbieder ook de financiering verzorgt, zoals bij dbfm (design, build, finance & maintain). De argumenten daarvoor zijn de bekende, zoals synergievoordeel, hogere kwaliteit of lagere kosten, stimulans voor innovatie en life-cycle denken en het beter verdelen van risico’s.

Ondanks al deze prachtige voordelen blijkt de praktijk weerbarstig en blijven lagere overheden terughoudend. De vraag is waar de weerstand zit en of alle voordelen ook aantoonbaar zijn. Daarvoor is de bewijslast lastig te verkrijgen, want er is sprake van langdurige contracten (tot soms 30 jaar), waarvan pas na afloop de balans kan worden opgemaakt.

In Engeland (de bakermat van dit soort contracten, daar private financed initiatives(pfi’s) genoemd) is in juli een rapport verschenen van de Treasury Committee aan The House of Commons. Het rapport bevat de bevindingen naar de kosten en toepassingen van pfi’s. De resultaten die het rapport heeft voortgebracht, zijn geen reclame voor pps.

Geconcludeerd wordt dat de meerkosten door private financiering (met een rente die momenteel circa twee maal zo hoog is als de rente voor een publieke opdrachtgever) niet worden gecompenseerd op andere onderdelen.

Daarnaast is de ontwerpinnovatie veelal minder ontwikkeld bij pfi, evenals de kwaliteit en de flexibiliteit. De opstellers zijn kraakhelder in de analyse over de werkelijke (Engelse) incentives voor publieke partijen; de financiële verplichtingen zijn op een andere wijze versleuteld in de rapportages en werken bovendien als hefboom. Daarmee kan een overheidspartij projecten realiseren waarvoor feitelijk geen budget is.

Dat klinkt als investeren met geleend geld en in de grond is dat niet verkeerd. Maar bij pfi is de lening onlosmakelijk gekoppeld aan het projectcontract en dat maakt de flexibiliteit minimaal en de risico’s aanzienlijk groter, bijvoorbeeld bij het wegvallen van de functionaliteit.

Eén van de deelconclusies betreft het argument om via pfi het realisatierisico beter te beheersen. Maar naar de mening van de rapporteurs kan dat ook prima met de toepassing van een normaal geïntegreerd contract, zoals design & construct of turn key. Daarbij heeft een contractduur van bijvoorbeeld 30 jaar geen meerwaarde.

De opstellers stellen dan ook voor om paal en perk te stellen ten aanzien van de drijfveren en pfi’s slechts zeer terughoudend, na uitgebreid onderzoek en zorgvuldige afweging toe te passen.

Drijfveren

Wat betekent dit voor de Nederlandse situatie? Allereerst zal elke opdrachtgever helder voor ogen moeten hebben wat zijn drijfveer of drijfveren zijn. Moet het goedkoop, snel, wil men slimme oplossingen, wil men risico’s kwijt?

Daarna wacht de lastige opgave om dan de juiste contractvorm te kiezen. Daarvoor zijn inmiddels hulpmiddelen ontwikkeld die echter allemaal ook niet meer zijn dan dat.

De Rijksgebouwendienst (RGD) hanteert de public private comparator(ppc), een puur financiële benadering. Het CROW heeft, samen met Vernieuwing Bouw, het Decision Support System (DSS) ontwikkeld. Daarnaast zijn er privaat ontwikkelde modellen, zoals Socrates.

In alle gevallen staat echter één conclusie onomstotelijk vast: het risico voor de keuze van de contractvorm blijft van de opdrachtgever. En dat is alleen te beheersen door kritisch te blijven nadenken, zeker bij argumenten zonder duidelijk bewijs.

Contractadvies & aanbesteden, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels