nieuws

interview arjan de nijsTitel beste leerbedrijf verrast directeur

bouwbreed Premium

Bij Van Vulpen zijn ze er nog steeds een beetje confuus van. Pas achteraf realiseert algemeen directeur ing. Arjan de Nijs zich dat zijn onderneming toch echt is benoemd tot Beste Leerbedrijf Bouw en Infra 2011.

“Wij waren helemaal niet bezig met de titel. Maar het is juist dat wij investeren in begeleiding en een intensief, zeer doelgericht opleidingsbeleid voeren,” vat De Nijs zijn beleid kort samen. Het werd geboren uit pure noodzaak. De branche waarin Van Vulpen opereert (het leggen van kabels en leidingen) moet voortdurend opboksen tegen een dreigend personeelstekort. Er stromen nauwelijks jongeren in, terwijl ervaren oude werknemers met vut of pensioen gaan.

“Vroeger was dit een vak dat overging van vader op zoon. Als vader in de kabels zat, ging de zoon op zijn zestiende mee en nam na verloop van tijd het stokje over”, aldus De Nijs. “Tegenwoordig worden ambachtelijke beroepen veel minder door de ouders gestimuleerd. Ze hebben liever studerende kinderen.”

Dat onderscheid berust op vooroordelen, meent De Nijs. “Om dit vak goed te kunnen uitoefenen moet je permanent worden bijgeschoold. Onze opdrachtgevers stellen steeds strengere eisen aan veiligheid en vakbekwaamheid. In dit vak ben je je hele leven bezig met leren.”

Leren is bij Van Vulpen ingebakken in de bedrijfsvoering. Het bedrijf heeft als voordeel dat het een jonge organisatie is. Bij Van Vulpen, in tien jaar tijd van 15 naar 150 medewerkers gegroeid, ligt de gemiddelde leeftijd rond 38 jaar. Dat betekent een flexibele werkorganisatie van enthousiaste mensen die willen leren en zich snel aan nieuwe omstandigheden aanpassen.

Het bedrijf heeft de aansluiting met de jeugd bewust gezocht. “De jeugd heeft de toekomst. Daar hebben we heel nadrukkelijk op gefocust”, zegt directeur De Nijs. “Niet voor niets investeren wij in het opleiden van onze werknemers. De mogelijkheid tot ontwikkeling en doorgroei is een van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden waarmee je jeugd voor je bedrijf kunt winnen en behouden.”

Kenniscentrum Fundeon stelt in het juryrapport dat bij de titel hoort dat het Gorinchemse bedrijf (met een tweede vestiging in Barendrecht) een sterke wil heeft om te groeien en zich daarom op verschillende manieren onderscheidt van andere ondernemingen, onder meer door personeel van onderaannemers en ingehuurde zzp’ers in staat te stellen mee te doen aan de scholing van het vaste personeel.

Het is slechts één van de manieren waarop Van Vulpen het begrip scholing invult. Er zijn ook doorlopende coaching sessies voor het hogere personeel, individuele studiebegeleiding voor werknemers die wat minder makkelijk leren en maandelijkse toolbox-meetings waar het voltallige personeel actuele onderwerpen uit de dagelijkse praktijk aan de orde kan stellen.

Om het beste uit het personeel te halen, wordt voor iedere individuele medewerker een Persoonlijk Opleidingsplan (Pop) gemaakt. De Nijs: “Wie zich wil ontwikkelen, krijgt alle ruimte. Enthousiaste mensen moet je geen beperkingen opleggen.”

Wie bij Van Vulpen solliciteert, moet wél bereid zijn te leren. “Het is hier natuurlijk geen Luilekkerland”, zegt De Nijs. Van iedere werknemer wordt inzet en discipline verwacht. Ook het management is om 06.00 uur op de zaak en volgt scholing, net als de monteurs, bij voorkeur in hetzelfde klasje. Maar het bedrijf waakt ervoor zijn mensen te zwaar te belasten. De tijdstippen van cursussen worden in overleg bepaald en vinden vooral gedurende de winterperiode plaats. In voorbereiding zijn ecv-trajecten (erkenning verworven competenties) op basis waarvan, zonder extra inspanning, waardevolle diploma’s kunnen worden verworven.

Het bedrijf wil leren van fouten en houdt daarom zowel interne als externe projectevaluaties. “Daarmee stellen we ons kwetsbaar op”, beseft De Nijs. “Maar het resultaat is de moeite waard: een hogere productiviteit en een nog betere kwaliteit van het werk.”

Reageer op dit artikel