nieuws

Achtergrond‘Gemengde woonwijk, een lief ideaal maar het werkt niet’

bouwbreed Premium

Plannen voor vernieuwing van steden worden gebaseerd op verkeerde aannames en zijn gedoemd te mislukken. Bedrijven en andere partijen die zich voor zogenoemde gebiedsrenovaties laten inschakelen, moeten daarvoor op hun hoede zijn.

Emeritus hoogleraar sociale geografie Rob van Engelsdorp Gastelaars ziet het hoofdschuddend aan. Hij schetst een ontluisterend beeld van de beleidsplannen om steden af te helpen van hun problemen of, positief geformuleerd, de weg omhoog te laten vinden. Als ‘kennisstad’ bijvoorbeeld. En door sociaal zwakkere wijken te versterken. Menige operatie wordt hiervoor in gang gezet.

Dan helpt het niet als, zoals hij stelt, oplossingen worden gezocht in richtingen die niet werken. In elk geval niet in de gegeven omstandigheden.

De planologieprofessor legt het nog eens uit voor een middelgrote zaal vol spelers uit de bouwkolom. In dit geval nog beter gezegd: de gebiedsrenovatiekolom. Bouwbedrijven zijn present, adviesbureaus, corporaties en gemeenten. Hun vertegenwoordigers bezoeken een symposium over gebiedsrenovatie ten huize van het Rotterdamse bureau KAW architecten en adviseurs.

Focus

Een slimme keus van de organisator, dat thema. Vast staat dat de focus in de bouw- en ruimtelijke plannenmakerij verschuift van stadsuitbreiding naar de vernieuwing van bestaand stedelijk gebied. Doelen zijn onder meer de (re)vitalisering van wijken en buurten, energiebesparing, inbreiding en aanpassing van de gebouwde omgeving aan hedendaags gebruik. Daarmee is veel werk gemoeid.

“In een bestaande situatie verandering brengen, kost ontzettend veel geld”, weet Reimar von Meding, hoofdarchitect bij KAW. Een opsteker voor de bouwwereld die zijn traditionele succesnummer, het invullen van nieuwbouwlocaties, op zijn retour ziet. Maar ook een risico, zo waarschuwt Van Engelsdorp Gastelaars: “Dat is dat je als bureau meedoet aan verkeerd beleid, dat niet werkt.”

Verkeerde aannames die ten grondslag liggen aan verkeerd beleid zijn volgens hem vooral verkeerd omdat ze uniform worden toegepast, ongeacht de specifieke lokale omstandigheden. “In Nederland is de gedachte wijdverbreid dat alles overal op dezelfde manier moet.” Hij doelt in het bijzonder op de benadering van de circa dertig steden die aanschoven voor het landelijke stedenbeleid. Met uiteraard de daaraan gekoppelde stimuleringsregelingen. “We maken”, ziet hij “voor alle steden hetzelfde beleid. Maar steden verschillen enorm. Wat je aan mogelijkheden hebt, hangt af van het stedelijk profiel. Op een gegeven moment wilden steden overal, als ze het al niet waren, ‘kennisstad’ worden. Liefst binnen 4 jaar.”

Onmogelijk, legt hij uit. Want een serieuze kennisstad heeft ‘aanbiedingen’ op meerdere niveaus. Die beschikt over hoger onderwijs, werkgelegenheid voor hoger opgeleiden en verder over ‘emolumenten’ op het gebied van woningaanbod, monumentaliteit, horeca en culturele voorzieningen.

Dan vallen de meeste ‘steden’ af. Amersfoort en Apeldoorn bijvoorbeeld geheid. “Qua karakter zijn die volstrekt suburbaan en als zodanig doen ze het heel goed. Maar het zijn geen steden”, doelt hij op een definitie waarbij meer telt dan het inwonertal.

Een ander voorbeeld van heilloos beleid vindt hij de tomeloze energie die wordt gestoken in het creëren van gemengde buurten. De onderklasse moet zich dan kunnen optrekken aan de welvarender buurtgenoten. Maar dat gebeurt niet. “In de praktijk leven de nieuwe en de oude bewoners langs elkaar heen. De welvarender stedelingen, voor zover die al zouden willen verhuizen naar zo’n wijk, houden hun eigen netwerken en gaan niet om met mensen uit de buurt. Die willen dat zelf op hun beurt waarschijnlijk ook niet.”

Sociale stijgers

De enige vorm van sociale menging die mogelijk succesvol uitpakt, zou zijn die van de onderklasse met de lagere middenklasse. Omdat dan de afstand overbrugbaar blijft. “Maar”,klinkt het gelijk sceptisch, “veel kans geef ik ook dat niet.” ‘Sociale stijgers’ voor de wijken behouden, zou nog het meeste perspectief bieden.

Mengprofeten blijken desondanks zelfs al toe te slaan in buurten zonder problemen. Zoals die wijk, zag de professor, met een laag gemiddeld inkomen, naar echter bleek omdat daar veel studenten en starters woonden. Twee allesbehalve kansarme groepen. Het idee van de gemengde wijken houdt vooral hardnekkig stand, denkt hij, “omdat het zo’n lief ideaal is. Maar het werkt niet.”

Reageer op dit artikel