nieuws

Aanbesteden nooit volledig objectief

bouwbreed

Kritiek op gemeentelijke aanbestedingen is bijna zo oud als deze manier van contracteren zelf. En hoe je dat ook doet, 100 procent objectief is het nooit. Maar de stelling van Bouwend Nederland en Uneto-VNI dat ambtenaren onvoldoende kennis hebben en daardoor miljoenen aan belastinggeld ‘verspillen’, gaat verder dan de gezonde kritiek die altijd welkom is, vindt ir. Tjeerd Roozendaal. .Hoeveel regels of wetten er ook zijn, het is een illusie om te denken dat aanbestedingen volledig kunnen worden geobjectiveerd. En precies daarom moeten aanbestedingsprocedures transparant zijn, zéker die van publieke opdrachtgevers. Openheid en verantwoording afleggen zijn de enige twee mechanismen die garanderen dat publiek geld zo effectief mogelijk wordt besteed. Het verwijt van Bouwend Nederland en Uneto-VNI dat gemeenten tientallen miljoenen “verspillen”, is dan ook niet terecht.

Belastinggeld

Geen enkele Nederlandse gemeente zal willens en wetens belastinggeld verkwisten, zoals wordt gesuggereerd. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen verbeteringen mogelijk zijn. Alles kan in principe altijd beter. En hoewel iedere euro die bespaard kan worden zeer welkom is, zouden zelfs de vermeende tientallen miljoenen nog niet 1 procent zijn van de miljarden die gemeenten jaarlijks aanbesteden. Ter vergelijking: zet dat eens af tegen de overall faalkosten in de bouw, die op 10 procent worden geschat.

Ambtenaren doen hun uiterste best om het geld dat hun door burgers is toevertrouwd, zo goed mogelijk te besteden. Dat is geen eenvoudige opgave. Het aanbestedingsproces is verjuridiseerd. Al jaren zijn aanbestedingen de natuurlijke habitat van juristen. Aan beide zijden van de tafel kunnen kleine fouten grote gevolgen hebben. Zijn de aanbestedingsstukken niet duidelijk genoeg, dan kan dit tot nietigverklaring leiden. Maar ook aan de inschrijverskant kan een kleine omissie uitsluiting tot gevolg hebben.

In zo’n juridische setting loopt iedereen op zijn tenen. Dat is al lastig voor private opdrachtgevers, maar voor publieke aanbesteders geldt dat helemáál. Iedere juridische procedure die gevoerd moet worden leidt immers af van de kern – zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten van publiek geld – en kost ook nog eens extra. En dus probeer je dat te voorkomen. Dat daarbij vervolgens soms van verkramping sprake kan zijn is misschien niet wenselijk, maar wel zeer verklaarbaar. Of meer onderhands aanbesteden, waarvoor Bouwend Nederland en Uneto-VNI pleiten, hieraan een einde maakt, is nog maar de vraag.

Ook aan onderhands aanbesteden kleven nadelen. Juist in de slechtste periode voor de bouw sinds jaren is het niet uit te sluiten dat ook een sterke toename van onderhands aanbesteden op veel kritiek zal stuiten. Wellicht niet van brancheorganisaties, maar wel van bedrijven die zich ten onrechte buitengesloten voelen. En het argument dat onderhands aanbesteden zou leiden tot een hogere kwaliteit, doet geen recht aan de innovatieve kracht van de sector. Die relatie zou er in een gezonde bedrijfstak niet moeten zijn.

Controverse

Zeker, de eerder geleverde prestaties van bouwbedrijven zijn een aspect dat in aanbestedingen meegewogen zou moeten worden. En dat gebeurt ook al. Maar ook dit zeer gezonde zakelijke principe kan tot controverse leiden. Want hoe druk je precies de prestaties van bedrijven uit en hoe vergelijk je ze op een open, eerlijke manier? Zoals gezegd: altijd zal er aan aanbestedingen een subjectief tintje zitten, daar helpt geen wet of regel tegen.

Iedereen is het erover eens dat het niet zinvol is om een enorm aanbestedingscircus op te tuigen voor een opdracht die minder oplevert dan de inschrijving kost. Uiteraard moeten rompslomp en onnodige uitgaven worden voorkomen. Dáár kunnen aanbesteders en aanbieders elkaar vinden. Maar het beeld dat gemeenten onvoldoende kennis hebben en daardoor belastinggeld door het putje spoelen, is een oversimplificering. Het doet geen recht aan de complexiteit van het hedendaagse publieke aanbestedingsproces en de zorgvuldigheid die gemeenten daarin betrachten.

Adjunct-directeur bij het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam (IBA).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels