nieuws

‘Openbaar Ministerie maakte mijn leven kapot’

bouwbreed

Rob A. en Mark J., hoofdverdachten in de omkopingszaak rond Janssen de Jong Infra, zijn twee jaar na hun aanhouding nog altijd vol onbegrip.

Over de werkwijze van justitie, hun vervolging, maar ook over de
media-aandacht. Dat bleek woensdag tijdens de slotdag van het megaproces. Zowel
A. als J. maakte gebruik van zijn wettelijke recht op het laatste woord. “Het
dossier is op veel punten vaag en suggestief”, richtte A. zijn pijlen vooral op
het Openbaar Ministerie (OM). “Suggesties worden niet onderbouwd met bewijzen.
Er is sprake van knip- en plakwerk, verklaringen zijn bovendien uit hun verband
gerukt. Het dossier zit vol bewijs dat er niets onoorbaars is gebeurd, maar daar
hoor ik niets over.” De voormalig directeur van Janssen de Jong Infra riep de
rechtbank op om de stukken kritisch te bestuderen. “Ik hoop dat u wel oordeelt
op feiten en eenduidige bewijzen.”

A. gaf verder aan klaar te zijn met de bouw. “Van mij hoeft die wereld niet
meer.” Zijn ontslag, de publieke veroordeling en de NMa-boete van een kwart
miljoen maken het moeilijk een nieuw bestaan op te bouwen. “Ik heb er al twee
jaar straf op zitten.” Ook J. is van mening dat hij voldoende is gestraft. “Ik
ben ontslagen, heb een NMa-boete gekregen en ben in een sociaal isolement
geraakt. En dan zou ik ook nog twee jaar vast moeten zitten? Bij het OM is men
kennelijk de weg kwijt. Het lijkt wel alsof ik iemand heb vermoord.
Waarheidsvinding is prima, maar dan wel op een eerlijke manier. Dat gebeurt hier
echter niet. Het OM heeft mijn leven kapotgemaakt.” De voormalige regiomanager
vreest voor zijn zakelijke toekomst. “Ik sta al weken in de krant, ben een
bekende Nederlander geworden. Het onterechte stempel dat ik daardoor heb, blijft
tot aan mijn dood aan me plakken. Daar verandert zelfs een vrijspraak niets
aan.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels