nieuws

Omkoping, ambtelijke corruptie of relatiebeheer

bouwbreed

– Negen zittingsdagen nam de spraakmakende smeergeldzaak in beslag. Justitie eiste gevangenis- en werkstraffen tegen de vijftien, hoofdzakelijk ontkennende, verdachten. Aan de Bossche rechtbank om morgen een oordeel te vellen.

Op 27 januari 2009 valt de Rijksrecherche binnen op veertig plaatsen in Limburg. Diverse gemeentehuizen, het gouvernement en een groot aantal woningen worden doorzocht. Elf personen worden aangehouden; zeven ambtenaren en vier werknemers van Janssen de Jong Infra. Meer arrestaties volgen. Drie maanden later staat de teller op 21: twaalf medewerkers van het wegenbouwbedrijf, acht ambtenaren en de echtgenote van een van hen.

De verdachten

Justitie brengt uiteindelijk vijftien verdachten voor de rechter. Het gaat om gemeenteambtenaren Endy P. (Spijkenisse), David G. (Voerendaal, Stein) Ed H. (Maastricht), Lino P. (Heerlen), Rens S. (Heerlen), Fred G. (Nuth), Fred P. (Heerlen), Ton B. (Sittard-Geleen) en provincieambtenaar Jan S. en zijn vrouw Dagmar M. Van Janssen de Jong Infra worden directeur Rob A. en regiomanagers Mark J., Aad van de B., Erik R. en Jordy R. gedagvaard.

Vijf andere medewerkers van het wegenbouwbedrijf krijgen een transactie aangeboden en ontlopen zo een gang naar rechter. De onderneming zelf hoeft evenmin terecht te staan. Justitie seponeert de zaak nadat kartelautoriteit NMa het infrabedrijf een boete oplegt van 3 miljoen euro voor overtreding van de mededingingsregels.

De aanklacht

Giften, giften en nog eens giften. Daar draait het om in deze zaak. Van luxe etentjes, kaartjes voor concerten en voetbalwedstrijden tot aan tuinaanleg, schilderwerkzaamheden, buitenlandse tripjes en grote sommen contant geld. De wegenbouwer deelde uit, de ambtenaren namen aan, zo luidt de aanklacht simpel gezegd.

Volgens justitie hadden de vermeende smeer- en feteerpraktijken een duidelijk doel, namelijk het verkrijgen van informatie over aanbestedingen; ramingen, budgetten, inschrijfsommen van concurrenten. De ambtenaren komen bovendien van pas bij het aftekenen van meerwerkclaims, het verstrekken van valse stortbonnen voor puin en het afgeven van onderhandse opdrachten.

In haar requisitoir komt zaaksofficier Van Duijnhoven tot de conclusie dat omkoping een vast onderdeel van het acquisitiebeleid van Janssen de Jong Infra was. Het bedrijf liet volgens haar geen middel onbenut om aan werk te komen. Ze spreekt over “het structureel corrumperen van ambtenaren” en over “valsspelen”. De ambtenaren beticht ze van “gesjoemel bij het verstrekken van opdrachten”.

Het bewijs

In de zomer van 2007 begint justitie onder de codenaam Cleveland haar onderzoek naar omkoping en ambtelijke corruptie in het Limburgse. Aanleiding is een aangifte van de gemeente Heerlen, die vermoedt dat bij het zogenoemde Pleinenplan prijsafspraken zijn gemaakt door enkele bouwbedrijven. Vanuit Spijkenisse waren bovendien signalen binnengekomen dat een ambtenaar wel erg nauwe banden onderhield met werknemers van Janssen de Jong Infra.

Het OM besluit de telefoons van enkele ambtenaren af te luisteren en komt zo al snel op het spoor van Mark J., regiomanager van Janssen de Jong Infra in Meerssen. Maar ook andere managers van de bouwer komen in beeld, waaronder de directeur van de infradivisie, Rob A.

De gesprekken die justitie een jaar lang heimelijk opvangt, vormen een belangrijk onderdeel van de bewijsvoering. Ze tonen volgens het OM aan dat de ambtenaren gevoelige informatie doorspeelden naar het bouwbedrijf, dat ze giften aannamen en in enkele gevallen er zelfs om vroegen. Justitie kan er bovendien uit afleiden dat de bouwmannen doelbewust misbruik maakten van de zwakheden van betreffende ambtenaren.

Behalve de telefoontaps leveren ook opnames met de verborgen camera ‘interessant’ materiaal op. Zo leggen rechercheurs onder meer vast hoe Ed H., projectleider van de gemeente Maastricht, thuis wordt opgehaald door Rob A. en Mark J. om vervolgens door te reizen naar Monaco. Daar bezoeken ze in alle luxe de Grand Prix. Navraag leert justitie dat de leidinggevende van H. niet op de hoogte was van de trip, die geheel werd betaald door het bouwbedrijf.

Ook de huiszoekingen blijven niet zonder resultaat. Zo wordt bijvoorbeeld bij Jan S. thuis een grote hoeveelheid contant geld gevonden. Op een van de biljetten wordt de vingerafdruk van Mark J. aangetroffen. Toeval? Het OM denkt van niet. “Dat geld moet door de handen van J. zijn gegaan”, stelt Van Duijnhoven later in de rechtszaal.

Het verweer

De verdachte ambtenaren ontkennen niet dat zij giften hebben aangenomen van medewerkers van Janssen de Jong Infra.

Ze bestrijden echter wel dat ze in ruil daarvoor het bedrijf hebben bevoordeeld. Van tegenprestaties zou geen sprake zijn geweest en dus ook niet van omkoping en corruptie. Uit eten gaan, concertbezoek of andere uitjes zijn in de ambtenarij aan de orde van de dag en algemeen geaccepteerd, voeren hun advocaten aan. En de grote geldbedragen dan? Die betroffen toch vooral leningen of vriendendiensten, puur in de privésfeer en dus geen enkele verbandhoudend met hun functie bij gemeente of provincie.

Ook de – ontslagen – werknemers van Janssen de Jong Infra spreken tegen dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan omkoping. Ja, er werden intensieve contacten onderhouden met de ambtenarij en ja, er werden giften verstrekt. Maar dat alles vond plaats in het kader van ‘normaal relatiebeheer’. Een diner, een borrel, een uitje. Niets bijzonders. Om een gunst werd nimmer gevraagd, aldus de advocaten. Zij ontkennen ook met klem dat er contant geld is betaald. Volgens de verdediging heeft het OM geen geldstromen tussen de managers en de ambtenaren kunnen aantonen. Vrijspraak zou dan ook moeten volgen. n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels