nieuws

‘Ik vraag me af hoe vaak we nog gestraft moeten worden’

bouwbreed

Het wegenbouwbedrijf van Janssen de Jong is al twee jaar lang het middelpunt van de Limburgse smeergeldaffaire. Tot ongenoegen van bestuursvoorzitter Ronald Philipse. “We willen graag vooruitkijken, maar dat wordt ons erg moeilijk gemaakt.”

Nadat de Rijksrecherche in 2009 bij het infrabedrijf binnenviel,
heeft u eigenhandig de onderneming doorgelicht. Wat trof u aan?
“Ik heb met alle managers gesprekken gevoerd. Om een goed beeld te
krijgen. Mij is duidelijk geworden dat de organisatie op zich prima is. Er wordt
op een goede manier zaken gedaan. Alleen bij de vestiging in Meerssen zijn
dingen fout gegaan.”

U heeft aanwijzingen gevonden dat werknemers zich schuldig hebben
gemaakt aan omkoping?
“Nou, in de boeken hebben we weinig kunnen vinden, omdat het Openbaar
Ministerie het grootste deel van de administratie in beslag had genomen. Maar
duidelijk is geworden dat het relatiebeheer een, zeg maar bijzondere wending had
genomen. De mensen die daarbij betrokken waren, zijn vertrokken. Ze werken niet
meer voor dit bedrijf. Zijn ze over de schreef gegaan? Daar moet de rechter nu
een oordeel over vellen. Het lijkt me niet goed als ik dat doe.”

De grote vraag is natuurlijk hoe het fout kon gaan. Ontbrak het aan
controle vanuit de top?
“Wij zijn een sterk gedecentraliseerd bedrijf. De verschillende
onderdelen hebben een grote mate van zelfstandigheid. Het ondernemerschap zit
ook zeer laag in de organisatie. Maar inderdaad daar hoort wel goede checks and
balances bij. Wat daarbij mis is gegaan, weet ik niet. Relatiebeheer op zich is
niet verkeerd, zolang het maar transparant gebeurt. Met relaties een hapje eten
of naar een potje voetbal moet kunnen. Maar doe het open en houd het in het
redelijke. Ik ben zelf een zuinige Zeeuw. Een etentje vind ik al duur genoeg.”

Volgens het OM ging het echter veel verder. Ambtenaren zouden zijn
getrakteerd op verbouwingen, een auto…
Philipse onderbreekt: “Dat keur ik echt af! Ik betreur
het ook in hoge mate. Probleem is: ik kan er niets meer aan doen. Het is
gebeurd. Ik ben blij dat dergelijke praktijken niet in andere delen van het
bedrijf zijn teruggevonden. De hele zaak is terug te voeren op een klein
onderdeel binnen infra en op slechts een paar personen. Wat daar is gebeurd, is
niet maatgevend voor het hele bedrijf. Dat blijf ik herhalen. Ik wil overigens
niets bagatelliseren, maar de aandacht is wel erg op Janssen de Jong gericht.
Feit is dat er ook elf ambtenaren terechtstaan. Ik hoor echter niemand zeggen
dat daarmee de betreffende gemeenten slecht zijn.”

U bent verontwaardigd?
“Nou ja, ik heb natuurlijk te maken met de 1500 werknemers die zich
elke dag met ziel en zaligheid voor dit bedrijf inzetten. Ze herkennen zich niet
in de berichtgeving, maar worden wel met een scheef oog aangekeken. Ondertussen
moet ik hen wel gemotiveerd houden.”

Lijdt Janssen de Jong veel schade?
“Mijn laatste berekening komt uit op 25 miljoen euro. Dat houdt verband
met de bedrijfssluitingen in Meerssen en Breda. We hebben bovendien ons bedrijf
in Heteren moeten verkopen omdat de provincie Gelderland ons geen opdrachten
meer gunde. En ook de bouwdivisie is getroffen. De vestiging in Kerkrade is
gesloten nadat een woningbouwcorporatie een groot onderhoudscontract had
ontbonden. Al met al hebben we 100 miljoen euro aan omzet ‘gesloten’. Daarbij
zijn 350 arbeidsplaatsen verloren gegaan. De afvloeiingskosten zijn
substantieel. Daar komen de kosten voor onderzoek en advocaten nog bij.”

Gaat u de schade verhalen op verdachten?
“Dat is wel eens door mijn hoofd gegaan. Maar eerst moeten we de
uitspraak maar eens afwachten.”

Dat klinkt als een nee. Met een schadeclaim zou u toch een duidelijk
statement maken: Janssen de Jong accepteert onoorbaar gedrag niet!
“Ik denk dat we voldoende hebben laten zien wat we wel en niet
tolereren in dit bedrijf. We zijn al twee jaar bezig met deze zaak. Dat is een
lange tijd. We hebben al veel maatregelen getroffen. Alles wat we er nog aan
doen, is verspilde energie. Voor je het weet blijf je vijf jaar hangen in deze
kwestie. We hebben onze lessen geleerd, veel schade geleden. We steken onze
energie nu liever in de toekomst.”

Klopt het dat met de hoofdverdachten, voormalig infradirecteur Rob A.
en regiomanager Mark J., financiële regelingen zijn getroffen?
“In zoverre, dat we bij het vertrek van de mannen een eindafrekening
hebben gemaakt. Over hun loon en verlofdagen. Ze hadden bovendien net als andere
managers aandelen in het bedrijf. Let wel, ze waren toen niet veroordeeld en nog
altijd niet. We hebben de normale regels omtrent het arbeidsrecht in acht moeten
nemen. Maar als u bedoelt of ze een gouden handdruk hebben meegekregen: nee.”

Heeft u hen beloofd af te zien van claims als zij hun ontslag niet
zouden aanvechten?
“Nee. Maar ik wil niet te veel ingaan op individuele zaken.”

U vertelde net dat sommige opdrachtgevers Janssen de Jong uitsluiten
van werk? Dat is ongeveer het ergste dat een aannemer kan overkomen.
“Ik ben daar dan ook erg teleurgesteld over. Het bedrijf is immers niet
vervolgd door justitie, laat staan veroordeeld. Ik heb afgelopen tijd veel
energie gestoken om de affaire in perspectief te zetten. Ik ben op bezoek
geweest bij een groot aantal ambtenaren en burgemeesters in Limburg. Van die
kant is er veel begrip. Dat heeft me goed gedaan. Toch zijn er opdrachtgevers
die terughoudend zijn. Dat snap ik, maar uitsluiten kan mijns inziens niet
zomaar. We hebben daar ook juridische procedures over gevoerd. Daarom ben ik ook
zo blij dat het OM heeft vastgesteld dat de cultuur binnen Janssen de Jong deugt
en heeft besloten het bedrijf niet te vervolgen.”

Keerzijde is dat u wel twee jaar op scherp staat. Janssen de Jong kan
zich geen misstap meer veroorloven. Justitie zal u anders alsnog voor de rechter
dagen.
“We hebben ons integriteitsbeleid serieus aangescherpt en verdiept. We
laten ons nu elk jaar doorlichten door een onafhankelijk bureau. We hebben niets
te verbergen.”

Maakt u zich zorgen over de zwarte lijst die Rijkswaterstaat wil
invoeren?
“Nee, zolang er maar genuanceerd mee wordt omgegaan. Het maakt verschil
of individuen binnen een bedrijf in de fout zijn gegaan of dat het hele bedrijf
fout is. Dat Rijkswaterstaat zijn selectiebeleid aanscherpt, juich ik alleen
maar toe. Als ook andere factoren dan alleen de laagste prijs worden meegewogen
bij gunning, lijkt me prima. Daar praten we al 25 jaar over.”

Mededingingsautoriteit NMa heeft u onlangs een boete opgelegd van 3
miljoen omdat het bedrijf afspraken heeft gemaakt met andere bouwers. Terecht?

“Laat ik voorop stellen: wat er is gebeurd, is niet goed te praten.
Maar van bidrigging, zoals de NMa beweert, is geen sprake geweest. Ja, er is
contact geweest met andere bouwers, maar het systeem lokt dat zelf uit. Als je
niet inschrijft, word je niet meer uitgenodigd.”

U vecht de boete aan?
“Ja. De boete die bij de overtreding hoort, bedraagt 150.000 euro.
Vanwege de ernst en de recidive is die verhoogd naar 540.000 euro. De NMa vindt
echter dat daar onvoldoende preventieve werking vanuit gaat en heeft besloten
dat we 3 miljoen moeten betalen. Daar kunnen we niet mee leven. Nogmaals, er is
geen sprake geweest van bidrigging of kartelvorming. Een boete moet bovendien
redelijk en billijk zijn. We hebben aangetoond dat we hard hebben ingegrepen. Ik
vraag me af hoe vaak we nog moeten worden gestraft? We hebben bedrijven moeten
sluiten, omzet zien wegvallen, twee jaar lang negatieve publiciteit ondergaan.
Dan vraag ik: mag ik namens die 1500 werknemers ook weer eens vooruitkijken? Mag
ik doen wat we het liefst doen: mooie werken maken, innovatief bezig zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels