nieuws

Draadloze chiptechnologie blijft fier overeind in betonnen heipaal

bouwbreed

In een deel van de Nederlandse logistiek en productie is draadloze chiptechnologie (rfid) al doodnormaal. Maar in de bouw is het nog vrijwel onbekend. Terwijl er een grote toekomst kan zijn voor de toepassing van rfid in bijvoorbeeld betonelementen.

Een heipaal lijkt niet het meest voor de hand liggende onderdeel om chips in aan te brengen. Toch is dat precies wat partners Ballast Nedam, betonfabrikant Haitsma en innovatiebureau Syntens in een pilot deden om te bekijken of de draadloze chipstechnologie ook in de bouw kan worden toegepast.

Om de gang van een heipaal door het hele bouwproces, van de fabricage tot na het inheien, beter te monitoren, is een aantal bij wijze van test voorzien van kleine rfid-tags in het beton. Deze tags zijn passieve chips die een beperkte hoeveelheid gegevens kunnen opnemen, en die op (korte) afstand uitleesbaar zijn met simpele scanapparatuur. Vergelijkbaar met de chip op een bankpasje of in een toegangspas.

IT-adviseur Glenco Jansen was namens Ballast Nedam bij de proef betrokken. “Het hele idee is eigenlijk ontstaan uit de gedachte dat we beter wilden weten wat tijdens het bouwproces met betonelementen gebeurt. Op die manier kunnen we beter monitoren welke route bijvoorbeeld een heipaal door het bouwproces heeft afgelegd. Zo kun je bijvoorbeeld zien of een heipaal al een jaar lang op de bouwplaats ligt, of wellicht een afwijkende maat heeft. Op die manier kun je de kans op bouwfouten verkleinen en de doorlooptijd verminderen.”

Die elektronische monitor werkt in principe veel beter dan de huidige methode, denkt Jansen. “Je ziet nu dat betonelementen vergezeld gaan van formulieren. Het zijn eigenlijk gescheiden stromen waarbij je makkelijk iets ‘kwijtraakt’. We proberen wel met stickers met barcodes te werken, maar daar zitten nadelen aan. Ten eerste blijven stickers maar kort leesbaar als een element open op de bouwplaats ligt. Ten tweede heb je er niks meer aan op het moment dat het gebruikt is in een bouwwerk. Met rfid-chips is dat anders: je kan, zelfs als bijvoorbeeld een betonnen ligger met chip al in een brug zit, nog steeds de gegevens uitlezen. Op die manier kan je bijvoorbeeld bruggen voorzien van informatie over onderhoud.”

Die extra vorm van monitoring, dus na de oplevering, is vooral belangrijk bij speciale contractvormen als DBFMO, waarbij de bouwer ook voor onderhoud zorgt. “De eisen van opdrachtgevers over de gebruikte materialen verscherpen steeds meer. Op deze manier kunnen we makkelijk laten zien waar de materialen vandaan komen, waar ze zijn geweest en wat de staat van onderhoud is.”

Marges

De test is inmiddels afgerond, maar duidelijk is dat Ballast wel doorgaat met de ontwikkeling van de technologie. “Uit de test bleek dat heipalen eigenlijk niet de meest logische elementen zijn voor rfid-toepassing. De marges op een heipaal zijn klein, en de extra kosten van 4,50 euro per chip zijn dan nog net iets te veel. Grote betonelementen voor kleine kunstwerken, zoals bijvoorbeeld betonnen bruggen, liggen meer voor de hand. We moeten alleen nog wel wat aan afleesbaarheid van de chips doen. Op dit moment is die niet al te groot. Het leesapparaat moet nu nog minder dan 10 centimeter van de chip zitten om hem te kunnen lezen. En vind zo’n chipje maar eens terug op een brugligger van 30 meter als je niet weet waar hij precies zit. Ideaal zou een afstand van 1 tot 1,5 meter zijn. Overigens, met de duurzaamheid van de chips is niks mis. We ontdekten dat ze met gemak zelfs het heien overleefden. Daar was ik toch wel verbaasd over.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels