nieuws

beschouwing OM boekt klinkende overwinning in Limburgse corruptiezaak

bouwbreed

Met elf veroordelingen is het omkopings- en corruptieproces rond Janssen de Jong Infra uitgelopen op een klinkende overwinning voor het Openbaar Ministerie (OM).

Na acht zittingsdagen in december en één in januari volgde woensdag de ontknoping in de Limburgse smeergeldaffaire. De Bossche rechtbank veroordeelde elf van de vijftien verdachten. Vier verdachten – twee ambtenaren en twee werknemers van het wegenbouwbedrijf – werden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Er was het OM veel aan gelegen om de zaak succesvol af te sluiten. De grote landelijke bouwfraudezaak van eerder deze eeuw liep uit op een faliekante mislukking. Een deel van de aanklacht werd destijds verjaard verklaard, bovendien sprak de rechtbank de meeste verdachten vrij. Drie bouwbedrijven die wel werden veroordeeld, kregen slechts beperkte boetes opgelegd.

Over de uitkomst van de Limburgse zaak kan justitie niet anders dan tevreden zijn. De hoofdverdachten, voormalig directeur Rob A., oud-regiomanager Mark J. en de ambtenaren Jan S. (Limburg), Ed H. (Maastricht), Fred G. (Nuth) en Rens S. (Heerlen) werden niet alleen veroordeeld, ze kregen ook daadwerkelijk celstraffen opgelegd, zoals het OM wenste.

Veel verschil tussen de geëiste en uiteindelijk opgelegde straffen zat er bovendien niet. Alleen Rob A. kreeg met zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf behoorlijk minder dan de geëiste 18 maanden. Verklaarbaar is de lagere straf voor A. wel. De voormalig divisiedirecteur was beperkt betrokken bij de feitelijke omkopingshandelingen. Hij wist wel van de frauduleuze praktijken, greep ook niet in, maar liet het regelwerk en de uitvoering toch vooral over aan Mark J. De regiomanager kreeg daarom een veel hogere straf opgelegd: veertien maanden onvoorwaardelijk.

Het OM zal zelf ook wel rekening hebben gehouden met het verschil in strafoplegging. Gezien het gepresenteerde bewijsmateriaal – hoofdzakelijk in de vorm van afgetapte telefoongesprekken en video-observaties – lag dat immers voor de hand. De rechtbank achtte uiteindelijk bewezen dat A. betrokken was bij de omkoping van drie ambtenaren en J. bij zeven. Het is alles overziend dan ook maar zeer de vraag of justitie hoger beroep zal aantekenen. De vier vrijspraken geven daar ook al geen aanleiding toe. De mannen die volgens de rechtbank vrijuit dienen te gaan, zijn in de ogen van het OM toch vooral de ‘kleine vissen’.

Tegenstrijdigheid

Wellicht geeft de nietigheid van een deel van de tenlastelegging wel aanleiding om het oordeel van een hogere rechter te vragen. De Bossche rechtbank zag een tegenstrijdigheid in de opgestelde aanklacht tegen alle verdachten en zette om die reden een streep door een deel ervan. Grote gevolgen voor de uitspraak had dat evenwel niet. De schade was vooral juridisch inhoudelijk.

Overigens moet het gek lopen willen de veroordeelde hoofdverdachten het niet hogerop zoeken. Zij hebben de beschuldigingen altijd tegengesproken en zinspeelden woensdag al op een gang naar het gerechtshof in Den Haag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels