nieuws

Achtergrond Richtlijnen tegen onredelijke inkoopeisen

bouwbreed Premium

Den Haag – Om te voorkomen dat overheidsinkopers onredelijke eisen stellen bij aanbestedingen, heeft minister Verhagen een proportionaliteitsgids laten schrijven om de Aanbestedingswet te duiden. Te hoge eisen mogen niet en de gids bepaalt waar de grens voor code oranje en rood ligt.

Nog niet eerder zijn de handvatten om redelijk aan te besteden, zo klip en klaar verwoord: Een omzeteis van 100 procent is redelijk, maar boven de 200 procent echt niet meer. Het is code groen om onderhands aan te besteden tot 1,5 miljoen euro, maar voor opdrachten daarboven geldt code oranje en moet nog eens twee keer worden nagedacht. Boven de Europese drempel van 4,8 miljoen euro geldt een aanbestedingsplicht en is dus code rood.

Tegelijk bevatten alle handvatten in de gids wel ruimte voor uitzonderingen en interpretatie. De basis van de gids is: Pas toe of leg uit. Dus wie afwijkt van algemeen aanvaarde redelijke eisen, heeft iets toe te lichten. En ook de motiveringsplicht is onderdeel van de nieuwe wet. De schrijvers van de gids lichten toe: “Afwijking van de algemene uitgangspunten kan niet zonder goede grond. Alleen voor uitzonderlijke situaties, zoals bijzonder complexe projecten of bijzonder grote risico’s kan het proportioneel zijn om af te wijken.”

Clusteren van opdrachten is zo’n onderwerp dat de gemoederen flink bezig houdt en waar verschillend over wordt gedacht. Veel grote opdrachtgevers vinden het logisch bundelen van vergelijkbare projecten handig en efficiënt, terwijl het midden en kleinbedrijf moord en brand schreeuwt, omdat ze niet meer individueel voor opdrachten in aanmerking komen. Voor clusteren geldt dan ook: liever niet, maar wie het toch doet, moet dat motiveren.

Opdrachtgevers blijven vrij om hun eigen inkoopstrategie te kiezen, maar die volgens de gids vrijwel altijd zijn gebaseerd op de waarde van de opdracht in combinatie met het inkooprisico. Welke strategie daarbij het beste past is afhankelijk van het te kopen product, dienst of werk en de specifiek geldende marktsituatie. Daarbij kan ook ruimte zijn om lokale ondernemers te stimuleren of juist in percelen te werken.

Onder voorzitterschap van professor Jan Hebly is de gids tot stand gekomen in brede samenwerking met brancheverenigingen en ambtenaren. Aan draagvlak bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers lijkt het dan ook niet te ontbreken. Niet in de laatste plaats omdat er nog zoveel ruimte overblijft om in de praktijk af te wijken. Maar uitzonderingen zijn wel duidelijker dan voorheen onderhevig aan motiveringsplicht, waardoor onnadenkend gedrag in elk geval zal worden afgestraft.

Extra addertje onder het gras is dat gebruik van de gids vooralsnog niet verplicht is. De nieuwe aanbestedingswet verwijst er wel naar, maar aanbestedende diensten mogen de uitwerking van de wet in principe naast zich neerleggen. Evaluatie over twee jaar moet het gebruik op vrijwillige basis in kaart brengen, maar in de Tweede Kamer is een meerderheid om de gids dwingender voor te schrijven.

Maar zelfs regels en wetten betekenen niet dat een eind komt aan onredelijke eisen aan opdrachtnemers. Het is bijvoorbeeld al jaren bij wet verboden om aan bouwcombinaties verzwarende eisen te stellen, maar onderzoek onder 3000 bouwopdrachten van vorig jaar maakt duidelijk dat die praktijk op grote schaal voortbestaat. Ook relatief hoge omzeteisen en onmogelijke eisen aan referentieprojecten zijn schering en inslag. Meestal is het niet eens boze opzet. Cultuurverandering en verdergaande professionalisering van overheidsinkopers zijn nog veel essentiëler dan een bruikbare gids.

Afwegingen

Aanbestedingsprocedure

– omvang van de opdracht

– transactiekosten aanbestedende dienst en inschrijvers

– aantal potentiële inschrijvers

– gewenst eindresultaat

– complexiteit van de opdracht

– type opdracht/betrokken sector

Bron: Proportionaliteitsgids

Reageer op dit artikel