nieuws

terugblikZwarte Madonna‘Het einde van de volkshuisvesting’

bouwbreed Premium

Architect Carel Weeber noemde zijn creatie Zwarte Madonna zelf “de laatste keer dat in Nederland de sociale woningbouw zoals bedoeld in al z’n glorie tot expressie is gekomen”. Exact tien jaar geleden besloot de Haagse gemeenteraad het bouwwerk te slopen.

Dat de kolos met zijn zwartbetegelde gevels pas zestien jaar oud was, nam de raad op de koop toe. Sociale woningbouw in het vernieuwde stadscentrum paste toch niet? Veel liever bouwde een meerderheid van de raad (PvdA, VVD, CDA) kantoortorens op de locatie, om ministeries in te vestigen. Dat er bouwkundig niets mis was met het complex en de bewoners blij waren met hun woning en er absoluut niet uit wilden, nam de raad voor lief. Uiteindelijk verloren de bewoners de jarenlange juridische strijd voor behoud.

De Zwarte Madonna, opgeleverd in 1985, was binnenstedelijke sociale woningbouw in zijn essentie: het stapelen van eenvoudige, betaalbare woningen. Het complex bestond uit 336 woningen rond een binnentuin en strekte zich uit tussen Turfmarkt en Prins Bernhard Viaduct. De hoogte van het ‘neorationalistische’ gebouw bedroeg zes tot acht verdiepingen, op de begane grond lagen winkelruimten. Het langgerekte, in het werk gestorte betonskelet was aan zuidhoek afgerond vanwege de aanwezige trambaan. De naamwas een verwijzing naar popster Madonna.

Het beeldbepalende gebouw was altijd omstreden. Voorstanders roemden het contrast van de duistere buitenzijde en heldere witte binnenkant. Maar het werd ook wel omschreven als ‘Oost-Duitse huurkazerne’ of ‘lelijkste gebouw van Nederland’. Als onderdeel van het stedenbouwkundig plan Spuikwartier gaf het mensen met lagere inkomens een plek in hartje stad, vlak bij het station. Dat was midden jaren tachtig. Vijftien jaar later waren de tijden veranderd. Steden neigden steeds meer naar verdrijven van de sociale sector uit de stad en bouwen voor de hogere inkomens. En, eerlijk is eerlijk, een goed stuk stad was het Spuikwartier nooit geworden.

Een plan van architect Erik Vreedenburgh om er door optoppen met dakvilla’s alsnog iets van te maken, werd van tafel geveegd. December 2006 troffen de laatst overgebleven huurders een schikking met de gemeente, 6 juni 2007 begonnen de sloopwerkzaamheden.

Carel Weeber, inmiddels gestopt als architect en vertrokken naar Curaçao, was ontgoocheld. “Dit is het einde van de volkshuisvesting”, aldus de architect, die voorspelde dat Den Haag spijt zou krijgen. De trend om niet meer binnenstedelijk sociaal te bouwen zou omslaan, verwachtte hij, sociale woningen dragen bij aan de levendigheid van de stad. “Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat op hun plek kantoren komen.” Gezien de huidige kantorenleegstand had hij met dat laatste alvast gelijk.

Reageer op dit artikel