nieuws

INTERVIEW Tokunbo Weststeijn‘Behoorlijk geraakt door teruggang corporaties’

bouwbreed Premium

Breijer verloor afgelopen jaar weliswaar bijna 5 procent omzet, maar profiteert gestaag van de toenemende vraag naar volledig onderhoud van gebouwen. “Tegenover je zit geen zorgelijke man”, zegt directeur Tokunbo Weststeijn.

Het is de grootste en een van de mooiste projecten van Breijer. Het liefst had Tokunbo Weststeijn het al willen laten zien. Het project is namelijk een aantal weken geleden afgerond, maar de opening van de Raad van State vindt pas officieel op 5 oktober plaats. Breijer deed de restauratie, renovatie en de nieuwbouw. “We hebben een hele nieuwe vleugel met zittingszalen neergezet. Het is bij elkaar een verschrikkelijk mooi werk”, zegt directeur van Breijer. “Heel erg smaakvol ingericht.”

De volgende grote projecten waar Breijer zijn tanden in zet, zijn de restauratie van de Erasmus Universiteit Rotterdam en de renovatie van een van de grootste flatgebouwen van Europa voor woningcorporatie De Kombinatie in Zeist. Het gebouw telt achthonderd woningen. Samen zijn de projecten goed voor 20 miljoen euro omzet.

Breijer kan de nieuwe projecten goed gebruiken. De omzet zakte vorig jaar met 4,5 procent. In 2010 kwam de omzet uit op 150 miljoen euro, de winst zakte van 5,5 naar 3 miljoen euro. Van een enorm gat in de bouwproductie is volgens Weststeijn na het afronden twee grote projecten (naast de Raad van State de renovatie van het belastingkantoor in Doetinchem), echter geen sprake. “Er zit een dipje tussen de projecten. Dat heet werkvoorbereiding”, zegt Weststeijn laconiek.

De bij Philips van natuurkundige tot manager gevormde Weststeijn verwacht dit jaar dezelfde omzet te kunnen halen als vorig jaar. “Daar ben ik helemaal niet zo negatief over.” Natuurlijk zijn er pijnpunten. Weststeijn gaat op de rand van zijn stoel zitten. “In drie jaar tijd hebben 10 à 12 procent van onze mensen verloren; van 850 man zijn we naar 750 teruggegaan. En de omzet daalde de laatste twee jaar tegen de 5 procent.” De Rotterdamse vestiging van Breijer voelt dat veel corporaties hun investeringen terugschroeven. “Woningcorporaties hebben het financieel slecht, dat raakt ons behoorlijk. Meer dan de helft van het renovatiewerk doen we voor corporaties. Dat kunnen we niet compenseren met andere omzet binnen Breijer Bouw. We zijn veel harder aan het werk om dezelfde omzet te halen.”

Contractonderhoud

Het optimisme haalt Weststeijn uit de groeimarkten waar Breijer ook actief is. Brand- en beveiligingstechniek (+18 procent omzet) en contractonderhoud (+13 procent) doen het bijvoorbeeld uitstekend. Bij contractonderhoud geven opdrachtgevers het volledige onderhoud van een gebouw uit handen, van het verhelpen van een klemmende deur tot het periodiek schilderen van alle kozijnen. Moederbedrijf Facilicom koppelt daar ook nog eens desgewenst diensten aan als schoonmaken, beveiliging en catering.

Weststeijn is positief over deze “integrale” onderhoudsmarkt. “Nee, je zit niet tegenover een zorgelijke man. We zien een toename aan integrale opdrachten en we voeren heel veel acquisitiegesprekken.” Volgens de bouwdirecteur gaat het om een trend. “Er is een groep opdrachtgevers die de regie wil houden over het onderhoud van hun gebouwen, maar ook een groep die zich terug wil trekken op hun core business.” Vaak gaat het om multinationals die het totale onderhoud aan één partij uitbesteden, zoals overslagbedrijf Vopak en tabaksfabrikant Philip Morris. “Partijen met hele grote sites, gedistribueerd vastgoed en een hoge organisatiegraad.” Ook gemeenten, zorg- en onderwijsinstellingen doen het onderhoud steeds vaker de deur uit, de technische dienst voorop. Hun financiële situatie noopt ze daar volgens Weststeijn in toenemende mate toe.

Omdat Breijer vaak het volledige onderhoud over lange periodes op zich neemt, is het gebruik van BIM wenselijk, Maar ook voor renovatieprojecten is het werken met een Bouw Informatie Model wenselijk. Dat de Rijksgebouwendienst BIM per 1 november van dit jaar voorschrijft voor alle projecten, juicht hij toe.

Inventarislijst

Een pilotproject voor BIM is de restauratie van de monumentale Erasmus Universiteit. “Dat is nog niet eerder vertoond”, meent Weststeijn. ”BIM wordt met name in nieuwbouw gebruikt.” Na het project krijgt de opdrachtgever een volledig BIM-model in handen, inclusief de beschrijving van alle gebruikte materialen, technische installaties en een meerjarenonderhoudsplan. De klant kan elk detail van een gebouw terugvinden en daardoor doeltreffender onderhoud verrichten en kosten besparen.

Weststeijn verbaast zich erover dat gebouweigenaren vaak weinig weet hebben uit welke installaties hun gebouw bestaat. “Wij doen bijvoorbeeld het onderhoud voor het hoofdkantoor van een grote klant. De inventarislijst bleek maar voor 40 procent compleet. Heel veel eigenaren weten niet goed wat er in hun gebouw zit. Veel bouwbedrijven ontsluiten de informatie niet voor de klanten. Dat zouden ze wel moeten doen.”

Bimmen volgens Breijer

De bouw heeft BIM nodig, meent Breijer-directeur Tokunbo Weststeijn. “Samen met PPS-lite en lean helpt het om opdrachtgevers en bouwbedrijven nader tot elkaar te brengen. Zo ziet BIM er volgens Breijer binnenkort uit: Een verantwoordelijke voor het gebouwonderhoud loopt met een tablet-pc door het pas gerenoveerde gebouw van de Erasmus Universiteit. Hij heeft gehoord dat een ventilatierooster in collegezaal CB-017 niet goed werkt. Terwijl hij naar de zaal loopt, volgt het gps-systeem zijn positie. Niet alleen fysiek verplaatst de medewerker zich, ook virtueel. Eenmaal in de collegezaal haalt hij de tablet te voorschijn. Hij houdt de tablet voor zich en ziet dat deel van het BIM-model van de ruimte waar hij daadwerkelijk in staat. Hij klikt in de virtuele ruimte op de plek waar het ventilatierooster in de werkelijkheid zit en krijgt toegang tot alle gegevens van dit specifieke element. Handleidingen, type, fabrikant, plaatsingsdatum, opmerkingen, reparatiegeschiedenis, garanties, relevante telefoonnummers, kortom alles wat hij maar van die ventilator wil weten om effectief zijn werk te kunnen doen.

Tokunbo Weststeijn

Tokunbo Weststeijn (1963) studeerde als natuurkundige aan de Universiteit van Leiden af aan röntgenastronomische detectieapparatuur voor satellieten. Hij werkte tien jaar bij Philips als manager van een deel van de productie van beeldbuizen. Via Kpn Quest en de NS kwam hij in 2005 bij Breijer terecht. Na een paar maanden werd hij al gevraagd om directeur te worden. Ervaring met lean deed hij bij Philips op. “Lean wordt steeds geassocieerd met Toyota. Maar Sony en Hitachi deden het in de jaren tachtig al. Ook bij Philips hadden we operational excellence in processen.” Lean in de bouw is moeilijker, vindt hij. “Omdat er zoveel verschillende partijen zijn. Daarom geloof ik in one stop shopping en integraal onderhoud.”

Reageer op dit artikel