nieuws

‘Bouw toe aan effectief vitaliteitsmanagement’

bouwbreed Premium

De bouw heeft een inhaalslag nodig om de gevolgen van de vergrijzing te keren. Weliswaar besteedt de sector van oudsher veel aandacht aan de fysieke gesteldheid van de medewerkers, maar de effecten van de verouderende samenleving zijn ook groter dan voor de meeste andere bedrijfstakken.

“We staan aan de vooravond van zeer ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt”, aldus bestuurder Adri van der Wurff van pensioenbeheerder APG op een bouwtop in Amsterdam. “Met goed vitaliteitsmanagement moeten we zorgen dat mensen nu en in de toekomst gezond en met plezier hun werk doen. Het hoofdkapitaal van de bedrijven zijn de mensen.”

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Directeur Taco van Hoek van het Economisch Instituut voor de Bouw mist serieus onderzoek naar de effectiviteit van beleid om mensen gezond aan het werk te houden. “We verzamelen veel gegevens. Maar we weten er vrijwel niets van of het beleid wel werkt. Hoeveel, hoe lang, wat kost het? Op die vragen hebben we geen antwoorden. Dat heeft iets te maken met het ontbreken van geduld. We kunnen op basis van de huidige gegevens hele goede analyses maken voor de kortere termijn. Maar we zouden de moed moeten hebben ook verder te kijken. Het geduld ontbreekt nog om langjarig onderzoek te doen, onderzoek van een jaar of vijftien is nodig.”

Fitness

Wat in ieder geval niet werkt is de royale wijze waarop bouwer Ballast Nedam geld stak in een eigen fitnessprogramma. Om medewerkers over te halen meer te bewegen, konden voor de schappelijke prijs van 15 euro per maand de mensen naar de sportschool. Van het 4200 koppen tellende concern bleken slechts twintig medewerkers die beweging hard nodig hadden, de weg naar de sportschool te vinden.

Directeur Personeel en Organisatie Teun de Jong: “Elf jaar geleden ben ik bij Ballast Nedam begonnen. Ik viel met de neus in de boter op een groot feest. Een paar zwaargebouwde lieden haalden drie, vier tot wel zeven kroketten. Je kunt denken, ze halen vriendelijk wat op voor hun collega’s. Eén voor een gingen ze naar binnen. Ik was verbaasd. Een paar maand later vroeg een man me een zaag op te pakken. De man was zo zwaar dat hij moeite had met bukken. Toen dacht ik: er moet wat gebeuren. Maar waar zal ik beginnen?”

Schrik

Op de keper beschouwd is de bouw niet de vergrijsde bedrijfstak zoals weleens verondersteld wordt. Integendeel, zo toonde cijferman Van Hoek in Amsterdam aan. Zeker het bouwplaatspersoneel is relatief jong. Wie naar de ouderen in de bedrijfstak kijkt, slaat echter de schrik om het hart. De (resterende) 55-plussers in de branche zijn één op de acht werkdagen ziek. Van de metselaars in dezelfde leeftijdscategorie is ruim 13 procent ziek thuis. Een op de drie 55-plussers beschikt over een matig werkvermogen.

Van Hoek: “De problemen zijn niet alleen fysiek van aard. Uitvoerders en werkvoorbereiders staan onder grote druk. Ze hebben een grote verantwoordelijkheid en melden zich daarom niet zo snel ziek. Van de 55-plussers onder hen is zo’n 7 procent ziek thuis.”

Reageer op dit artikel