nieuws

Prefab sluishoofden beperken overlast

bouwbreed Premium

Het vervangen van een drukbevaren en -bereden sluis kan veel overlast geven aan het weg- en scheepvaartverkeer. Prefab sluishoofden vergen geen droge bouwput en kunnen de overlast beperken tot het minimum.

In het Overijsselse Zwartsluis moet de keersluis in het Meppelerdiep worden omgebouwd tot schutsluis. De drempel ligt niet diep genoeg voor moderne schepen en bij lage waterstanden – bijna 20 dagen per jaar – is de sluis zelfs onbevaarbaar. Ook de doorvaartwijdte moet groter, en wel van van 13,5 naar 20,5 meter.

Sluishoofden bestaan gewoonlijk uit metselwerk of beton, met houten of stalen deuren. Voor de aanleg is een droge bouwput nodig, wat zonder kostbare voorzieningen ernstige gevolgen kan hebben voor de grondwaterstand in het omringende, bebouwde veengebied. Bovendien zal de bouw van de nieuwe sluis overlast opleveren voor zowel het scheepvaartverkeer als het wegverkeer. De drukbereden provinciale weg N331 kruist de sluis in Zwartsluis met een ophaalbrug en stremming ervan betekent flink omrijden voor het wegverkeer. “Al met al is de aanleg van een schutsluis hier dus een moeilijk geval, met name vanwege de te verwachten overlast”, vertelt Jan Joost Schager, “en dat was voor mij een prikkel om eens te kijken of het ook anders zou kunnen.”

Schager, die vóór zijn pensionering onder andere hoofd was van de dienstkring Zwartsluis van Rijkswaterstaat, bedacht prefab holle sluishoofden van staal met een doorvaartwijdte van 20,5 meter, die op de gewenste plaats kunnen worden afgezonken door ze te vullen met beton. Twee sluishoofden aan de ene zijde van de af te breken schutsluis en twee aan de andere zijde, om een vlotte doorvaart te bieden in beide vaarrichtingen. En met een draaibrug voor het wegverkeer. Elk sluishoofd krijgt een klep die is opgebouwd uit een raamwerk van buizen, eenzijdig bekleed met staalplaat. De klep heeft aan de zijkanten flappen van gewapend rubber en ligt tijdens de doorvaart van schepen op de bodem van het hoofd.

Het buitenhoofd kan worden aangelegd aan de buitenkant van de oude keersluis, maar pas na de aanleg van het binnenhoofd. “Zo blijft de hoog- en laagwaterkering voortdurend gewaarborgd, terwijl ook het weg- en scheepvaartverkeer vrijwel nauwelijks hinder zal ondervinden. En er is ook geen gevaar voor verzakkingen ten gevolge van een dalend grondwaterpeil. Ik verwacht dat het bestek binnen een maand op de markt komt. Ik ben op dit moment in gesprek met een zeer geïnteresseerde aannemer en ik hoop dat de keuze van Rijkswaterstaat voor deze d&c-opdracht op ons valt,” aldus Schager.

Reageer op dit artikel