nieuws

Overleg cao waterbouw loopt stuk

bouwbreed Premium

Bonden en werkgevers staan in de cao-onderhandelingen voor de waterbouw lijnrecht tegenover elkaar. Het overleg zit muurvast door het meningsverschil over de betaling van buitenlandse werknemers voor de Nederlandse kust.

Nadat FNV Waterbouw zich al hard opstelde, gooit nu CNV Vakmensen de kont helemaal tegen de krib. Onderhandelaar Aart van den Brink verklaart zich gesteund te voelen door inzichten bij de Arbeidsinspectie en de ministeries van Sociale Zaken en Verkeer en Waterstaat. Het lijkt er volgens hem op dat de dispensatieregeling voor buitenlandse werknemers op baggerschepen voor de kust niet mag.

Baggeraars zouden op het Nederlandse continentale plat wel degelijk aan de Nederlandse regels voor het minimumloon zijn gebonden. Voor de scheepvaart geldt dat de betaling geschiedt volgens internationale maatstaven. Koopvaardijschepen varen overal naartoe, is het argument dat dan niet steeds het loon kan veranderen. “Maar een baggerschip is meer een werk- dan een vaartuig.”

De Filippijnse bemanningsleden van Boskalis en Van Oord horen in zijn ogen in plaats van de huidige 800 tot 900 dollar per maand ten minste ruim 1300 euro te krijgen.

Vorig jaar werd na moeizame besprekingen een dispensatieregeling overeengekomen voor buitenlandse werknemers bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Ze krijgen daar 15 procent meer dan elders. Van den Brink: “We dachten: voor de Maasvlakte maken we één uitzondering. Nu willen ze de regeling voor hele continentale plat. Na een vinger willen ze de hele hand.” De lage lonen dwingen volgens de bonden potentiële concurrenten in Nederland hun bemanningen ook te internationaliseren.

Reageer op dit artikel