nieuws

Door het oog van Yvonne Witter‘Kangoeroewoning blijkt weinig populair’

bouwbreed Premium

De kangoeroewoning is niet zo’n succes als begin deze eeuw werd gedacht. Maar een specifiek deel van de zogenoemde mantelzorgers kiest voor een dergelijk huis, zo blijkt uit een quick scan van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Adviseur Yvonne Witter verwacht dat er in de toekomst geen Kangoeroewijken zullen ontstaan. “Er zit meer toekomst in tijdelijke flexibele bouw.”

Om de mantelzorg te vergemakkelijken en de wachtlijsten voor zorgcentra te verkorten werd al in de jaren zeventig de Kangoeroewoning ontwikkeld: twee zelfstandige woonruimten die met elkaar verbonden zijn via een aparte entree, waardoor een zorgbehoevend familielid goed geholpen kan worden.

Enkele jaren geleden kreeg het concept hernieuwde aandacht. Bewoners en overheid waren zeer gecharmeerd van het idee, maar corporaties waren dat minder. Zij vreesden de langere termijn: wat als de zorgbehoevende niet meer in de woning kan blijven of overlijdt? Zijn die woningen dan nog wel op een andere manier te verhuren?

Een aantal corporaties bouwde en verbouwde een beperkt aantal kangoeroewoningen. Maar de vraag is sinds 2005 niet gegroeid, zegt Witter. “We hebben niet alle corporaties ondervraagd, maar het blijkt wel dat de woningen heel duidelijk voor een nichemarkt zijn. Bovendien zijn de gebruikers zeer divers: het varieert van een vrouw die voor haar gehandicapte broer zorgt, ouders die een kind met beperkingen hebben tot een gezin dat een gezonde grootouder in huis heeft. Oorspronkelijk werd gedacht dat de woonvorm onder allochtonen meer in trek zou zijn, maar dat blijkt niet zo te zijn.”

De onbekendheid met de woningen is ook een reden voor de geringe populariteit, denkt Witter. “Corporaties moesten er zeker in het begin hard aan trekken om de woningen te verhuren. Er zijn er maar weinig gebouwd en er zit ook onderling veel verschil in de uitwerking van het concept.”

Bovendien zijn kangoeroewoningen nu eenmaal minder flexibel. “De interesse in een extra ruimte voor een zorgbehoevend familielid is namelijk best groot. Gek genoeg zie je dat een dergelijk woonconcept wel groeit in de particuliere woningmarkt. En de alternatieven nemen toe. Je ziet steeds vaker andere woonvormen die zorg en wonen combineren, zoals woongroepen of hofjeswoningen waar ouderen en jongeren gemengd wonen. Er worden wijken gebouwd, zoals Bloemrijk in Krimpen aan den IJssel, waar toekomstige bewoners afspreken voor elkaar te zorgen. Technisch is steeds meer mogelijk om mensen zelfstandig te laten wonen.”

De uitvoering van een kangoeroewoning kan ook anders. “Als direct alternatief voor de kangoeroewoning zie ik meer in mantelzorg­units. Dat zijn verplaatsbare woonunits die achter de hoofdwoning geplaatst kunnen worden en later weer weg kunnen. Eén nadeel: het vereist een grote tuin.”

Reageer op dit artikel