nieuws

Niveau instroom frustreert bouwonderwijs

bouwbreed

Randstedelijk bouwpersoneel ligt niet voor het oprapen. Opleidingsbedrijven en roc’s die daarin verandering willen brengen, lopen aan tegen grootstedelijke problemen. Het vak heeft weinig status onder jongeren en het handjevol dat er desondanks toch op afkomt, blijkt merendeels weinig gemotiveerd.

Deze week klaagde de directeur van Rijnmond Bouw, Wolf van Pelt, hierover zijn nood tegen Cobouw. Van de 88 inschrijvers haakte bij hem het leeuwendeel af. Uit zichzelf, of het opleidingsbedrijf achtte ze volkomen ongeschikt. Zo bleven dertig leerlingen over. Tweeëntwintig van hen krijgen eerst een voorbereidend jaar. Zij blijken onvoldoende toegerust voor de bbl-2, de basisopleiding voor het vak.

Bij meer opleidingen klinken klachten. Jongeren die zich uitdossen als gangsters of echt een stevig justitieel verleden hebben. Deze situatie schetst een docent die reageert op de noodkreet van Van Pelt. De docent wil niet herkenbaar beschreven worden. “Dan kan ik wel inpakken.”

Het beeld is niet overal zo ongunstig. In veel regio’s staan leerling-bouwvakkers meer in een traditie, luidt een verklaring daarvoor. Die zien het vak als een aantrekkelijke optie. Niet zelden doen of deden vader en grootvader hetzelfde werk. En anders de buurman wel.

Directeur Geert Robben van Born Bouwopleiding in Nijmegen houdt de wind eronder. Wie zich om acht uur ’s morgens ziek meldt, heeft volgens hem even later de arbo-controleur aan de deur. Bij overwegend probleemleerlingen zou dan het hek van de dam zijn. Eerder gaat de lat omlaag.

Slecht werk is het dreigende perspectief. Wie denkt dat de bouw slaagt in het terugdringen van bouwfouten kan van een koude kermis thuis komen. Planken te kort afgezaagd, lekkages, douchevloeren die verkeerd aflopen: de faalkosten kunnen nog flink oplopen. Desinteresse lijkt het grootste probleem. “De leerlingen beginnen met wat je ze opdraagt, maar eigen initiatief is er niet bij”, klinkt het ontevreden.

Directeur Wim van der Maas van de Aannemers Federatie Nederland herkent het probleem. “We moeten goed kijken naar het imago van de bouw.” Hij ziet daarin een taak voor de bedrijfstak. Maar ook de boodschap die de overheid uitdraagt, vindt hij belangrijk. “Het gaat erom: welke mensen trekken we aan. Als we geen goede mensen kunnen krijgen, zal dat imago er niet beter op worden.”

Doelgroep

De docent ontvangt de doelgroep op de ene wekelijkse schooldag, die om half negen moet beginnen. “Om kwart voor negen komt het eerste deel binnen. Een uur later de rest. Vaak hebben ze geen boeken bij zich, geen pen en geen papier. Wel muziek. Ze moeten voor zichzelf aan de slag. Dat werkt niet. En als ik een opdracht geef, zeggen ze dat ze het antwoord niet kunnen vinden. Drie kwartier voor het einde van de lesdag, lopen al leerlingen de school uit. Als ik ze daarover aanspreek, krijg ik als antwoord: Wie denk jij wel dat je bent.”

Rugzak

Klagen over de jeugd is van alle tijden. Hoe reëel zijn de klachten? De docent twijfelt niet. “De eisen waren vroeger veel hoger. De meeste van mijn leerlingen brengen”, zegt ze in onderwijstermen, “een rugzak mee. Vaak een grote.” Velen hebben nooit een vmbo-diploma gehaald. “Die waren op hun veertiende al compleet ontspoord.” Oudere leerlingen, van boven de twintig, blijken grote ‘rugzakdragers’. “Ze hebben vaak kinderen en komen hierheen omdat het moet van de sociale dienst.” De AFNL-man reageert: “Daar komt dan nog bij: hoe ouder ze zijn, hoe meer wij ze moeten betalen.”

Reageer op dit artikel