nieuws

JuridischAantonen van financiële en economische draagkracht

bouwbreed

Op basis van de aanbestedingsregels worden bij aanbestedingen veelal uitgebreide eisen gesteld aan de wijze waarop gegadigden hun financiële en economische situatie moeten aantonen. Het is niet altijd mogelijk precies aan die voorgeschreven eisen te voldoen. In hoeverre heeft een gegadigde dan de vrijheid om af te wijken van die eisen?

Onlangs hield een gemeente voor de restauratieopdracht van een dak een niet openbare aanbestedingsprocedure, met als gunningscriterium de laagste prijs. Het ARW 2005 werd op deze procedure van toepassing verklaard. In de selectieleidraad was voorgeschreven dat de gegadigde zijn financiële en economische draagkracht diende aan te tonen door middel van een door een registeraccountant of een bevoegd accountant/administratiecontroleur ondertekende verklaring betreffende de totale omzet over de laatste drie boekjaren (2007, 2008 en 2009), waaruit bleek dat de totale jaaromzet tenminste 4.000.000 euro bedroeg. In de selectiefase kon worden volstaan met het invullen van een excelsheet. Zodra de gegadigde verder zou worden uitgenodigd om in te schrijven, moesten de volledige voorgeschreven documenten ingediend worden. Nadien verzocht de gemeente nog –aanvullend – de jaarstukken 2007, 2008 en 2009 in te dienen.

Handtekening

De aannemer met de laagste prijs had keurig de jaarrekeningen, met alle jaren een omzet van meer dan 4.000.000 euro bijgesloten. Alleen ontbrak bij jaarrekening 2009, in tegenstelling tot de jaarrekeningen 2007 en 2008, een handtekening van de registeraccountant. Nadat de gemeente de aannemer in de gelegenheid stelde alsnog de jaarrekening 2009 van een handtekening van de registeraccountant te laten voorzien, stuurde de aannemer een overzicht met de omzetcijfers over 2007, 2008 en 2009 met daaronder, voorzien van stempel en paraaf van het accountantskantoor van de accountant, de vermelding dat de gegevens op juiste wijze waren ontleend aan de jaarrekeningen. De gemeente wenste desalniettemin een ondertekend exemplaar van de bij de aanbesteding ingediende jaarrekening 2009 te ontvangen. De aannemer stelde zich op het standpunt dat dit niet zou hoeven, omdat het definitieve jaarverslag in verband met een aantal administratieve afwikkelingen nog niet gereed was en er op deze wijze toch kon worden voldaan aan dit soort financiële vraagstellingen. De gemeente nam hier geen genoegen mee en verklaarde de inschrijving ongeldig.

De rechter was van mening dat het de gemeente was toegestaan het aanvullend verzoek te doen om voor de inschrijving de jaarrekeningen over 2007, 2008 en 2009 te overleggen. Ook daarna heeft de gemeente volgens de rechter juist gehandeld, door niet meer toe te staan dat er een ander – eerder onbekend – document door de aannemer bij de gemeente werd ingeleverd. Daarbij achtte de rechter het nog van belang dat de aannemer aanvankelijk zelf ervoor had gekozen afzonderlijke – van een handtekening van een accountant voorziene – jaarverslagen te overleggen, terwijl de aannemer nadien voor een verklaring koos. De gemeente mocht vasthouden aan die eerder door de aannemer gemaakte keuze en in het verlengde daarvan aan herstel van het daarin geconstateerde gebrek.

Van groot belang

Het verweer dat de registeraccountant de jaarrekening niet kon ondertekenen in verband met vakantie, zoals ook nog aangevoerd door de aannemer, kon de zaak evenmin redden.

Het is dus van groot belang al bij inschrijving te beslissen op welke wijze zal worden voldaan aan de in de aanbestedingsdocumenten gestelde eisen voor het aantonen van de financiële en economische draagkracht. Het indienen van een nieuw stuk na inschrijving is alleen nog onder heel bijzondere omstandigheden mogelijk.

Overigens, de aannemer werd enkele weken na de uitspraak failliet verklaard.

Advocaat bij JPR Advocaten

JPR Advocaten heeft vestigingen in Deventer, Doetinchem, Enschede, Groenlo en Zutphen

Reageer op dit artikel