nieuws

Slib baggeren voor Defensie volgens de methode-Klaar

bouwbreed Premium

Slib baggeren voor  Defensie volgens de methode-Klaar

Defensie verbetert de toegang tot de schepenlift in de marinehaven van Den Helder. De ruimte onder de installatie is in de loop der jaren zover dichtgeslibd dat onderzeeërs nauwelijks nog het hefplateau konden opvaren.

Bij twee andere installaties is het slib onder de schepenlift al eerder weggebaggerd. Beide keren haalde een ploeg duikers de specie weg met dompelpompen. “Een omslachtige manier van werken”, zegt Paul Eugelink van Klaar Baggertechnieken. De algemeen directeur van het baggerbedrijf uit Brummen noemt het ook een kostbare methode. “Met het slib zuigen de pompen ook veel water mee. En omdat het slib op sommige plekken vuil is mag het water niet meer worden terug geloosd, maar moet het met de specie worden gestort.“

Op de locatie kan geen snijkopzuiger worden gebruikt. De ruim 70 meter lange scheepslift rust op 22 palen. Een snijkopzuiger kan niet alle specie tussen de hijspalen weghalen. Eugelink noemt de kans groot dat de zwenkende ladder de palen beschadigt. “En dan is er ook nog de drijvende persleiding voor de afvoer van het slib die de bewegingen van de zuiger nogal kan hinderen. “

Slibgrijpers

Compagnon en mede-directeur André Baars van aannemer C.M. Baars uit Nieuwland, een zusterbedrijf van Klaar, bedacht twee vaartuigen die het materiaal met slibgrijpers verwijderen. “Het ene vaartuig schept de bagger uit de bodem langs de palen; de andere grijpt de specie tussen de palen.” Beide machines varen elke gevulde grijper naar een beunbak. Boven deze bak staat op de wal een hydraulische graver, de machinist tilt met de eigen grijper de volle grijper van de vaartuigen en draait ze boven de beun. De schippers lossen zelf de last.

De machinist van de walkraan schept de specie uit de beun in een oplegger, die het materiaal naar depot Het Oosten in Den Helder brengt. In voorkomende gevallen kan de machinist het slib tussentijds opslaan in een tweede grotere beunbak. De praktijk moet uitwijzen of de ‘methode Klaar’ het slib voldoende verwijdert. Mocht dat niet lukken dan zet het bedrijf een ploeg duikers in die de laatste resten weghalen.

Lier

De baggerschepen bestaan uit een gemotoriseerd vaartuig met aan weerszijden drijvers. Aan de voorkant van de drijvers is een giek met een lier gemonteerd. De lier beweegt de grijper op en neer. De grijper wordt hydraulisch bediend. Speciaal voor het marineproject zijn de grijpers voorzien van tanden. De grijpers krijgen daarmee meer grip op het materiaal. De baggerspecie ligt 8 tot 12 meter onder het waterpeil. De diepte onder de scheepslift neemt door het werk toe van ruim 9,40 naar 11,40 meter. Een digitaal meetsysteem bewaakt in combinatie met een getijdemeter aan boord van de vaartuigen de baggerdiepte.

Dwars onder de scheepslift liggen drie pontons op een rij, die de plek markeren waar de baggeraars de specie weghalen. Een paal op de pontons geeft aan waar de schippers de grijper moeten laten zakken om de volgende hap uit de bodem te nemen. Na de laatste grijp van de rij schuift de pontonlijn een meter op. Klaar baggert van achter naar voren: de specie achterin is minder schoon dan het materiaal dat meer naar voren ligt. Naarmate de baggeraars opschuiven nemen ze ook eerder gemorst slib mee.

Op de locatie halen zes medewerkers in twee ploegen ruim 1600 kubieke meter slib weg. De uitvoering hangt sterk af van de waterstand en het weer.”Bij hoogwater zit er 1,25 meter ruimte tussen de waterspiegel en de onderkant van de schepenlift”, zegt Eugelink. Westenwind kan het water in de marinehaven 30 tot 40 centimeter opstuwen en kunnen we niet doorwerken.” “Het weer werkt de laatste week volop mee”, vindt Baars. “We lopen zelfs twee dagen voor op schema.”

Reageer op dit artikel