nieuws

De angry young men van de bouw

bouwbreed Premium

De angry young men van de bouw

Het is na werktijd. Op de A12 schuifelt werkend Nederland in de file naar huis. In het Zoetermeerse Bouwhuis blikken de vier voorzitters, die De NieuwBouw de afgelopen zes jaar heeft gekend, terug op hun strijd tegen het establishment. Broodjes kaas, karnemelk en jus d’orange staan op tafel.

“We komen voort uit woede. Woede en frustratie over het feit dat de veroorzakers van de bouwfraude, de daders, de mannen die zonder veters in hun schoenen in een politiecel gesmeten werden, toch gewoon mochten meepraten in PSIBouw en de Regieraad Bouw. De oude garde die alle ellende had veroorzaakt mocht de sector gaan vertellen hoe het beter kon. Oude mannen met vuile handen die vernieuwing gingen inluiden. Dit leek ons veel te veel op window dressing, niet op daadwerkelijke vernieuwing.” Nu, zes jaar later, steekt Hans van Rossum (32) zijn woede nog steeds niet onder stoelen of banken. De eerste voorzitter van De NieuwBouw, in die tijd nog geen bestuurslid maar ‘kwartiermaker’, is inmiddels projectmanager bij de Gemeente Rotterdam. Van Rossum verhaalt over de begintijd van De Nieuwbouw, de beweging van nieuwe generatie bouwprofessionals die zich verenigden om de zaken eens echt anders aan te pakken. Jonge mensen die van mening zijn en waren dat de bouw een oerconservatief bolwerk van grijze heren is en was en het zat waren altijd maar te moeten uitleggen dat zij zich niet schuldig maakten aan smeren en fêteren om aan werk te komen. Van Rossum: “De NieuwBouw was een fusie tussen Jong, PSIBouw en BouwVertrouwen. Ik kom uit de laatste club. Wij waren een klein groepje die baalden van de bouwfraude, iets waar niet eens over gesproken mocht worden in de sector. Hoe kan je dan bouwen aan vertrouwen? In die tijd gebeurde het dat het medewerkers van Rijkswaterstaat verboden werd om deel te nemen aan een bijeenkomst van ons. Door de directeur-generaal nota bene!” De maiden-speech van Van Rossum in de Rode Hoed in Amsterdam haalde de voorpagina van landelijke kranten: ‘Weg met de oude garde in de bouw’, was zijn strekking. “Die hele fase, inclusief deze bijeenkomst heeft mijn relatie met mijn toenmalige werkgever behoorlijke onder druk gezet”, stelt Van Rossum. “Maar ik hield aan mijn voorzitterschap ook een nieuwe baan over.” Hij verruilde BAM voor ontwikkelaar OVG. Bovendien groeide het ledental van De NieuwBouw van 150 tijdens die eerste bijeenkomst in Amsterdam tot dik 400 een jaar later.

Schoppen

Onder de volgende voorzitter, Niels Scholten (33), wisselde de strategie van de beweging. Minder netwerken en dineren met de gevestigde orde, meer opiniërende artikelen met prikkelende stellingen. “Hans had ondanks zijn grote mond een enorm netwerk opgebouwd. Bert Keijts (DG Rijkswaterstaat tot 1 januari 2010, red) vond ons leuk. Wij riepen dingen die hij waarschijnlijk ook wel wilde roepen maar uit hoofde van zijn functie niet kon”, zegt Scholten na een slok karnemelk. “Maar we zijn ook gebruikt, en hebben ons bewust laten gebruiken. Alles om de boel op te schudden. Want dat bleef nodig. Zo schreven wij een vernietigend artikel over onze broodheer PSIBouw die wij toch als de ‘schaamlap’ van de bouwsector zagen.” Scholten verandert de functie ‘kwartiermaker’ in bestuurslid. De NieuwBouw is inmiddels een stichting, met subsidie van PSIBouw, wordt serieus genomen door politiek en Rijkswaterstaat en schuift aan bij menig topoverleg over vernieuwing. Maar blijft tegen zere schenen schoppen. De combinatie van een ‘normale’ baan in de bouw en het voorzitterschap van De NieuwBouw blijkt voor alle vier soms lastig, al kregen de vier (ex)voorzitters ook allemaal een vrije dag van hun werkgever. Een werkgever die opvallend genoeg in drie van de vier gevallen BAM heet: zowel Van Rossum, Scholten als Tom Vroemen (25) werkten tijdens hun voorzitterschap voor ’s-lands grootste bouwer. Alleen Van Rossum is ondertussen vertrokken. “Ik kreeg tijdens een functioneringsgesprek te horen dat ik me te formeel kleedde”, vertelt Scholten lachend. “Voor mijn werk bij BAM hoefde ik namelijk geen pak aan. Maar ja, ik had wel regelmatig bijeenkomsten met bestuurders in de sector of een ontmoeting met een minister.” “Of met de baas van je baas”, vult Vroemen aan. “Je zit toch met de top van de bouw om de tafel over vernieuwing te praten. En dat wordt je niet altijd in dank afgenomen. Ik heb het ook meegemaakt dat mensen me vreemd aankeken omdat ik voor De NieuwBouw weer iets net te scherps had geschreven. Maar dat sterkt me alleen maar om door te gaan.”

Gematigder

De derde voorzitter, Menno Lammers (33) – tegenwoordig werkzaam bij Vernieuwing Bouw, voortgekomen uit de landelijke Regieraad Bouw en PSIBouw – koerste minder agressief dan zijn twee voorgangers. “We werden inderdaad gematigder, maar nog steeds kritisch. Ik typeer mijn periode vaak als de projectenperiode. Meer in de trant van we hebben nu lang genoeg geroepen dat het anders moet. Laten we dan nu eens laten zien dat we het ook echt anders kúnnen.”Hij krijgt bijval van Vroemen, de laatste in het rijtje voorzitters tot nu toe. “Het schreeuwerige imago werkte niet meer in ons voordeel.” Lammers: “Wij beseften ook dat de tijd dat we subsidie kregen een keer zou aflopen. In plaats van de boel opschudden, zijn we gevraagd en ongevraagd adviezen gaan geven. Zo hebben we zowel de commissie Ruding als de commissie Elverding ongevraagd van advies gediend. Adviezen waar dankbaar gebruik van is gemaakt.” Van Rossum: “Het zou ook een beetje raar zijn als je na vijf jaar nog steeds staat te schreeuwen dat het allemaal niet deugt. Zoiets evolueert, móet evolueren.” Waarop Vroemen hem aanvult: “Al merk ik ook nog steeds dat men van ons verwacht dat we jong en naïef zijn. Dat is de rol die men ons toebedeelt.”

Doorgaan

De twee eerste voorzitters, Van Rossum en Scholten, zijn eigenlijk verbaasd dat De NieuwBouw nog steeds bestaat. “Toen we dit zes jaar geleden begonnen hoopten we dat we onszelf uiteindelijk zouden kunnen opheffen. Dat we niet meer nodig zouden zijn.” Lammers stond als voorzitter voor de keus: opheffen of doorgaan. Al had die keuze niets te maken met bereikte doelen, maar met de geldkraan die dichtgedraaid zou worden. “Ik heb de leden in April 2007 die keuze voorgehouden: als we doorgaan wil ik van iedereen die daar voor is commitment. En zie hier: De NieuwBouw heeft nu 2000 leden, toch Tom?” Dat De NieuwBouw nog bestaat is omdat die leden – die geen contributie betalen – dat willen. De subsidiestroom is inmiddels opgehouden en het huidige bestuur zoekt naar nieuwe manieren om de initiatieven om de sector vooruit te helpen te financieren. Want het blijft nodig, er moet nog steeds af en toe een steen in de vijver, vinden ze alle vier.Van Rossum: “De bouw is nog steeds, tien jaar na de bouwfraude, een bolwerk van conservatisme. En opdrachtgevers spelen daar een kwalijke rol in. De overheid bepaalt nog steeds op welke manier een project op de markt komt en is bovendien volstrekt risicomijdend.” Scholten beaamt dat: “Ik zie dat bouwers nog steeds vooral op laagste prijs geselecteerd worden en dat alle risico’s bij de bouwers liggen.” Van Rossum: “Keijts was heel close, die heeft echt geprobeerd Rijkwaterstaat op te schudden, maar dat is hem net niet gelukt.” Scholten weer: “Al zie ik dat aannemers vaak hetzelfde gedrag vertonen wanneer zij onderaannemers inhuren. Of in de relatie met toeleveranciers.”Een deel van die werkwijze zit volgens de vier gebakken in het feit dat CEO’s in de bouw volgens een vastomlijnd stramien de top bereiken. Bijna allemaal hebben ze er dan al een lange carrière bij een organisatie in de bouw opzitten. “Men begrijpt niet altijd dat onze generatie het heel anders wil en ook doet”, stelt Scholten. “Onze loopbanen zijn veel grilliger, vertonen veel scherpere bochten.”

Weerstand

Ondanks de forse kritiek is geen van de voormalig voorzitters cynisch geworden. “Het is gewoon heel erg lastig een hele sector om te krijgen”, stelt Vroemen. De absolute top wil best, maar binnen de bedrijven zitten gewoon heel veel mensen die niet verder denken. Die vinden het wel best, zitten prima waar ze zitten en hoeven niet meer zo nodig.” Van Rossum werkt inmiddels bij de gemeente Rotterdam. Als projectmanager zit hij nu als opdrachtgever aan tafel. “Kijken of ik daar wat kan betekenen.” Eén verschil met vroeger is er in ieder geval: “Ik selecteer nooit op laagste prijs, maar altijd op kwaliteit. En dat roept bij collega’s nog steeds weerstand op.”

Reageer op dit artikel