nieuws

Sanering leunt al jarenlang zwaar op de vraag wie het moet betalen

bouwbreed Premium

Sanering leunt al jarenlang zwaar op de vraag wie het moet betalen

Wederom luiden scholen de asbestnoodklok. In 2006 en 2008 klonk de roep om een betere risicoinventarisatie ook al. De noodkreten zijn destijds een stille dood gestorven, want zolang echter niet duidelijk is wie de rekening oppakt, gebeurt er weinig. De hoop is nu gevestigd op nieuwe regelgeving van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Van alle schoolgebouwen die gebouwd zijn na 1993, toen asbest als bouwmateriaal verboden werd, is voor 75 procent van alle schoolgebouwen in het basisonderwijs geen asbestinventarisatie opgesteld. In het voortgezet onderwijs is dit aandeel 52 procent. Het probleem is echter breder dan alleen de scholen. Woningen, fabrieken, ziekenhuizen en sportaccomodaties kennen hetzelfde probleem. “In 80 procent van de gebouwen van vóór 1993 is asbest toegepast”, zegt Udo Waltman van Search Laboratorium. “En maar liefst 75 procent van de gebouweigenaren voert geen asbest-inventarisatieonderzoek uit.” Al in 1998 kwam TNO met een advies. “Een systematische, gestructureerde manier om asbest in Nederland te inventariseren”, typeert Jan Tempelman, asbestdeskundige bij TNO en destijds opsteller van het advies. “We hebben de overheid aangeraden de meest risicovolle gebouwen eerst te inventariseren. Dat zijn vaak gebouwen die in de jaren zeventig met staalconstructies gebouwd zijn. Vervolgens hebben we voor een aantal categorieën gebouwen een weegfactor gekoppeld. Verblijfsgebouwen scoren hoger, plekken waar jonge mensen komen ook. Zodoende vallen sommige scholen in de hoogste risicogroep”, legt hij uit.

Met het advies is echter weinig gedaan. “Tja, want wie ging het betalen?” verzucht Tempelman. Schoolbesturen en gemeenten hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor schoolgebouwen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bouw, de schoolbesturen voor het onderhoud. De impasse bestaat nu al jaren doordat de partijen geen antwoord vinden op de vraag wie opdraait voor de kosten.

Volgens Tempelman is het echter helemaal niet nodig en niet zinvol om alle gebouwen halsoverkop te inventariseren. “Eerst de risicovolle gebouwen, zoals we geadviseerd hebben. En als je zo’n inventarisatie systematisch aanpakt is het ook goedkoper dan als je steeds op ieder incident reageert, daar ben ik van overtuigd.”

Het is volgens Tempelman ook niet zinvol om alle asbest te saneren. “Sandwichpanelen aan de buitenkant van de gevel kun je rustig tot de sloop laten zitten. Het gaat vooral om de niet-hechtgebonden asbest. Die moet gesaneerd worden.”

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu timmert inmiddels samen met onder meer TNO hard aan de weg om volgende maand met een uitwerking van stringenter asbestbeleid te komen. Regelgeving die sterk zal aandringen op asbestinventarisaties in onder andere scholen, ziekenhuizen en sportaccommodaties. Ook het asbestvolgsysteem en asbestdaken komen aan de orde. Bij de uitwerking loopt het ministerie echter ook aan tegen de kostenproblematiek. “Niemand weet hoe groot het probleem is en dus wat het gaat kosten. Maar dat het een kostbaar dingetje wordt, is wel duidelijk”, voorspelt een woordvoerder van het ministerie.

“Voor de asbestinventarisatie op scholen moet of het ministerie van OC&W of de gemeenten geld vrijmaken. Voor de ziekenhuizen – in combinatie met het ministerie van VWS – geldt hetzelfde. Maar ja, alle partijen zitten met slinkende budgetten en moeten keuzes maken. Wij gaan het in ieder geval niet betalen.”

Reageer op dit artikel