nieuws

E-aanbesteden slechts voor deel verplicht

bouwbreed Premium

TenderNed wordt slechts voor een klein gedeelte verplicht gesteld.

Dat geldt voor aankondigingen. Voor de rest mogen aanbestedende diensten er
vrijwillig gebruik van maken. De ontwikkeling van het elektronische
aanbestedingssysteem TenderNed, dat inmiddels al 34 miljoen euro heeft gekost,
is ooit bedoeld om het aanbestedingsproces te vergemakkelijken en te verbeteren.
Maar het gebruik ervan zal voor het grootste gedeelte op vrijwillige basis
plaatsvinden, schrijft minister Verhagen in een brief aan de Tweede Kamer.
Daarin geeft hij een reactie op het Groenboek van de Europese Commissie over
elektronisch aanbesteden. Die constateert dat de invoering van
e-aanbestedingsvormen in de Unie te langzaam gaat. In 2005 wilde de commissie
dat 50 procent van de overheidsaanbestedingen elektronisch zou gaan. Dat wordt
op geen stukken na gehaald. In ons land is momenteel de Aanbestedingskalender
van het CROW het elektronische platform waarop de aanbestedingen worden
gepubliceerd. TenderNed zelf is net zo ver dat begin december vorig jaar de
eerste aankondiging in een kleinschalige proef met de directie Noord-Brabant van
Rijkswaterstaat is gepubliceerd. Dit jaar moet de publicatiemodule van TenderNed
volledig draaien. De andere modules, die dus niet verplicht worden gesteld,
moeten in 2012 klaar zijn. Verhagen voelt verder niets voor aanscherping van de
wet- en regelgeving in Europees verband. Hij vindt dat de Europese Commissie
zich moet richten op het verbeteren van de praktijk van e-aanbestedingen en niet
op het verzwaren van de betreffende wetgeving. Zo wil hij niet dat de Commissie
gaat bepalen welke procedures verplicht moeten worden.

Sleutelbos

De Commissie kan wel stimulerende en faciliterende maatregelen nemen zoals
het delen van goede ervaringen en het bundelen van kennis en expertise. Ook kan
de Commissie veel doen aan de interconnectiviteit en interoperabiliteit van
nationale aanbestedingssystemen. Daarbij denkt het kabinet aan de ontwikkeling
van standaarden en een platform waar nationale systemen op kunnen aankoppelen.
Dat laatste is alleen al nodig om te voorkomen dat ondernemers een ‘digitale
sleutelbos’ krijgen met voor elke lidstaat andere inloggegevens en software. Dat
zal, zo vindt Verhagen, alleen maar kostenverhogend werken.

Reageer op dit artikel