nieuws

Rijksmonument krijgt modern hart

bouwbreed

Rijksmonument krijgt modern hart

Hoe plaats je roltrappen van 14 meter lang en ruim 6 ton in het hart van een rijksmonumentaal pand? Die vraag kostte de mensen van Dijkhof Bouw hoofdbrekens. De aannemer voert de restauratie en verbouwing uit van het voormalige postkantoor in Arnhem.

Om het pand uit de 19de eeuw geschikt te maken voor de nieuwe bewoners,
restaureert en verbouwt Dijkhof Bouw buitengevel en casco. In november nemen
restaurant La Place en boekhandel Selexyz hun intrek in het monument. De
winkelketen heeft ervaring met monumentale panden. Maar in tegenstelling tot de
Maastrichtse Dominicanenkerk, waar de boekwinkel aan een staalconstructie hangt,
wordt in Arnhem flink gesleuteld aan het gebouw zelf, in samenspraak met de
Monumentencommissie. In eerste instantie moest veel uit het gebouw worden
gesloopt. “De hele eerste verdieping was opgedeeld in kleine kantoortjes”, weet
projectleider Rinus Weyn van Dijkhof Bouw. Inmiddels bepalen licht en ruimte er
weer de sfeer. “De oorspronkelijke structuur is weer tevoorschijn gekomen”,
zegt Willem Penninkhof, restauratieadviseur van de bouwer.

Ingreep

De grootste bouwkundige ingreep vormde de verbinding van de begane grond naar
de eerste verdieping. In het hart van het gebouw moesten twee roltrappen komen.
“Gewone trappen nodigen niet uit om naar boven te gaan”, verklaart Weyn de keuze
van de boekenwinkel. De fundering van de roltrappen vormde de eerste uitdaging.
Een betonnen put van 1,5 meter diep was nodig, maar het postkantoor is in de
jaren 1890 gedeeltelijk gebouwd op de fundamenten van een middeleeuwse
stadswoning. “We hebben geprobeerd de middeleeuwse gewelven te sparen”, toont
de projectleider in de kelder. In de hoek van een van de troggewelven steekt net
een punt van de bekisting door het plafond, en de roltrap kon niet verder worden
opgeschoven. Het gewelf was al eerder geweld aangedaan. Middenin de kelder staan
dikke betonnen kolommen, die steun moesten bieden aan de kluizen van het
postkantoor. “In de jaren zestig en tachtig van de vorige eeuw is bij
modernisering veel meer verloren gegaan, zoals de sterplafonds op de begane
grond”, weet Penninkhof.

Roltrappen

Voor het plaatsen van de roltrappen zou aanvankelijk het dak worden
opengemaakt. “Totdat we daar een houten tongewelf tegenkwamen”, zegt Penninkhof.
“In het eerste bouwonderzoek hebben we het niet gezien, omdat er een extra
plafond tussen zat.” Om het tongewelf te sparen is de roltrap door een
raamopening op de begane grond naar binnen geschoven. “Dat was passen en meten”,
benadrukt Weyn. “Alle bewegingen om de roltrappen op hun plaats te krijgen, zijn
van tevoren uitgedacht en nagemeten. En om de puntbelasting van het materieel en
de 6 ton zware roltrappen op de vloer op te vangen, is in de kelders het hele
gebouw onderstempeld.” Aan de achterzijde vormen een nieuwe serre en een
liftschacht de enige bouwkundige ingrepen aan de buitenkant. Voor de fundering
van de liftschacht, die op een onderliggende kelder is gebouwd, is de grond
onder de kelder geïnjecteerd met glasvezel en cement. Uiteindelijk is de hele
cascoverbouwing in zeven weken tijd uitgevoerd. “Dat is uitzonderlijk snel. Voor
het maken van de ‘lean planning’ zijn we met alle partijen en onderaannemers,
zo’n twintig in totaal, om de tafel gaan zitten”, aldus Weyn.

Terughoudend

De restauratie, die in maart begon, is terughoudend uitgevoerd en gericht op
behoud van het gebouw. Voegwerk is opgeknapt, scheuren zijn hersteld en
ornamenten gerepareerd. Ook de kap heeft reparaties ondergaan. Verrotte
blokkeels zijn vervangen, de dakgoot is vernieuwd. “Het pand kan nu weer mee in
het normale onderhoud”, zegt Penninkhof. “De kunst van restaureren is dat je aan
de buitenkant niet ziet dat we geweest zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels