nieuws

juridischTeleurgestelde inschrijver onderdeel jargon

bouwbreed

Statistisch is het een feit dat ‘teleurgestelde inschrijvers’ die tegen een aanbestedingsuitslag bezwaar willen maken, weinig kans van slagen hebben

Mijn indruk is dat de gemiddelde voorzieningenrechter toch vooral eerst kijkt of de betreffende aanbestedende dienst een verdedigbaar besluit heeft genomen en als dat het geval is zal een protesterende inschrijver al snel bakzeil halen.

Misschien komt daar ook de naam ‘teleurgestelde inschrijver’ vandaan, want een teleurstelling is het als je denkt dat je een punt hebt maar de rechter er niets mee doet.
Inmiddels begint de term een vast onderdeel te vormen van het aanbestedingsrechtelijke jargon. Wanneer ter zitting de aanbestedende dienst, die uiteraard alle middelen aanwendt om haar besluit te verdedigen, wijzend naar de eisende partij het woord ‘teleurgestelde inschrijver’ in de mond neemt, betekent dat eigenlijk simpelweg: jij zeurpiet, neem je verlies en steek je energie in een volgende aanbesteding. Daar zit wellicht iets in, gelet op het slagingspercentage van het gemiddelde kort geding vanwege aanbesteding. Des te meer valt het op wanneer een Voorzieningenrechter weer eens ouderwets een eisende partij gelijk geeft. Een ook nog op een in beginsel formeel punt.
Recent deed het zich voor bij de rechtbank Leeuwarden. De aanbestedende dienst was voornemens het werk te gunnen aan de in haar visie winnende inschrijver totdat de opvolgende ‘teleurgestelde inschrijver’ daar een stokje voor stak. De beoogd nummer 1 van deze aanbestedingsprocedure had namelijk van een door haar in te schakelen onderaannemer geen eigen verklaring ingediend, wat wel had gemoeten. De aanbestedende dienst dacht zich nog te verdedigen met de stelling dat het een kleine omissie betrof die de eerlijke mededinging op geen enkele manier geweld aan kon doen. Volgens haar ging het om een eenvoudig te herstellen gebrek en – en dat is best belangrijk – het was geen gebrek dat zag op de inschrijving maar op de inschrijver. Dat is relevant omdat bijvoorbeeld een niet juist ingevulde prijs of het ontbreken van een plan van aanpak (de inschrijving) tot ongeldigheid leidt. En wanneer sprake is van bijvoorbeeld een accountantsverklaring waarop een handtekening ontbreekt, ziet dat op de inschrijver en dan ligt het veel meer in de rede om even te bekijken of dit eenvoudig is te herstellen.
Dit keer was de rechter het eens met de ‘teleurgestelde inschrijver’. Het gebrek leende zich in de visie van de Voorzieningenrechter niet voor herstel. Er ontbrak immers niet slechts een handtekening op een op zich wel ingediend document. Nee, er ontbrak een document dat in zijn geheel nog ingevuld moest worden. In de visie van de Voorzieningenrechter kun je dan niet meer spreken van een kleine vergissing. Bovendien was het in diens visie duidelijk dat het ontbreken van verklaringen en bescheiden bij de inschrijving zou leiden tot uitsluiting van deelname aan de aanbestedingsprocedure.
Op die wijze geformuleerd kon het niet anders worden gelezen dan als een knock-out criterium en dat betekende dat de aanbestedende dienst de inschrijving van deze inschrijver ongeldig had moeten verklaren. De aanbestedende dienst werd veroordeeld omdat alsnog te doen.
Een verademing om te lezen, maar terwijl ik het schrijf besef ik dat ik eigenlijk wel begon te wennen aan de rechtspraak waarin de rechter vrij terughoudend is met het ongeldig verklaren van een inschrijving.
Sectie Bouw en Vastgoed
Bierman Advocaten, Tiel
dijk@bierman.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels