nieuws

Stop uitkleden constructeursvak

bouwbreed

De constructieve veiligheid in Nederland loopt gevaar

Honoraria staan extreem onder druk, constructeurs passen daar noodgedwongen
hun werkzaamheden op aan. Andere partijen nemen taken over en opdrachtgevers
betalen de rekening voor de miscommunicatie en fouten die daarvan het gevolg
zijn, constateert Remko Wiltjer. In de ontwerpfase, tijdens de uitwerking én de
bouw worden veel meer fouten gemaakt dan een jaar of twintig geleden. De
schuldvraag is moeilijk te beantwoorden; een uitvoeringsfout is niet automatisch
de schuld van de aannemer, een ontwerpfout komt niet per definitie door de
constructeur. De belangrijkste oorzaak zijn de scheefgegroeide verhoudingen in
de bouw – het proces als geheel hapert. Opdrachtgevers kiezen een constructeur
bijna altijd op prijs. Op zich is dat al verre van ideaal. Die prijs komt ook
nog eens tot stand op basis van weinig of geen informatie. Iedereen snapt dat
een offerte op basis van heel summiere gegevens lastig is. Toch kan een goede,
ervaren constructeur dan alsnog een goede inschatting maken. Het gaat vooral mis
als in concurrentie moet worden aangeboden. En dat is bijna altijd het geval.

Schijn bedriegt

Onder druk van de markt gaan constructeurs ten onrechte uit van een ideale
situatie. Als echt álles meezit en íédereen optimaal meewerkt, zou de prijs in
het gunstigste geval inderdaad tien of twintig procent lager kunnen. Maar
meestal moet de prijs nóg lager. Voor de opdrachtgever lijkt dit een voordeel.
Schijn bedriegt echter: hoe lager het honorarium van de constructeur, hoe groter
de problemen later. De nadruk op besparing aan de ‘voorkant’ staat in schril
contrast met de verliezen die daardoor aan de ‘achterkant’ worden geleden. Het
constructeurshonorarium is grofweg één procent van de bouwkosten. Een reductie
van tien procent daarop bespaart de opdrachtgever een promille. Problemen door
miscommunicatie kosten een veelvoud: kosten voor second opinions,
plantoetsingen, herstelwerkzaamheden, schadeclaims en juridische procedures. Een
bodemprijs komt uit de lengte of de breedte. Constructeurs bieden voor zo’n
prijs minder werkzaamheden aan – minder dan goed is voor het project. De
wildgroei in ‘standaard’ taakomschrijvingen maakt dat vrij eenvoudig. Al die
takenlijsten zijn te lang, te uitgebreid en te onduidelijk. Voor de
opdrachtgever is na de gunning nauwelijks helder wie precies wat gaat doen.
Cruciale taken vallen zo tussen wal en schip. Taken en verantwoordelijkheden
worden vervolgens doorgeschoven naar uitvoerende partijen en toeleveranciers.
Zoals bij de engineering van geprefabriceerd beton. De constructeur volstaat
vaak met slechts de aanduiding ‘uitwerking door aannemer’. Zelfs het aanbrengen
van de noodzakelijke tweede draagweg wordt soms naar de aannemer geschoven, of
de bepaling van de paalpuntdiepte van funderingspalen op basis van geotechnisch
grondonderzoek. Constructeurs kleden zelf hun vak uit. Dat gebeurt ook in de
ontwerpfase. Vaak wordt pas begonnen als de architect klaar is met zijn ontwerp.
Door één keer de tekeningen en berekeningen af te leveren denkt men snel klaar
te zijn. Nodig zijn juist een integraal ontwerp en een goede samenwerking met de
architect, opdrachtgever en overige adviseurs. Alleen dan kan een constructeur
zijn toegevoegde waarde bewijzen. Een goede draagconstructie past naadloos in
het architectonisch ontwerp, is eenvoudig te bouwen, gebruikt zo min mogelijk
materiaal en bespaart flink op de bouwkosten. Zo’n slim ontwerp is al snel 20
procent goedkoper dan een niet-slim ontwerp. Dat betekent voor nieuwbouw een
besparing van zo’n 5 procent op de totale bouwkosten. Bij renovatie kan dat
zelfs oplopen tot 15 procent.

Faire vergoeding

Veel opdrachtgevers zijn hiervan niet of nauwelijks op de hoogte, simpelweg
omdat constructeurs het ze niet vertellen. Zij moeten zich veel meer bewust zijn
van hun cruciale rol in het bouwproces. Nieuw elan is nodig. Een zelfbewuste,
trotse houding ten aanzien van het eigen vak. Een ambacht dat een klant geen
geld kost maar oplevert. Daarbij hoort een faire vergoeding. Dit is geen
pleidooi voor méér taken voor de constructeur. Dit is een pleidooi voor de
stelling dat iedere partij in het bouwproces moet doen waar hij het best in is.
En laat daarvoor een eerlijke prijs betalen. Uiteindelijk levert dat meer
kwaliteit op tegen lagere kosten. Aan constructeurs de taak om dat niet alleen
te zeggen, maar ook te bewijzen: iedere dag, in ieder project en aan iedere
vergadertafel. Directeur IMd Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam
r.wiltjer@imdbv.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels