nieuws

Besluit biedt project snel zekerheid

bouwbreed

Vooral het projectuitvoeringsbesluit moet het in een nieuwe serie aanvallen op de Crisis- en herstelwet ontgelden

Manfred Fokkema en Erwin Hijmans adviseren een nieuw kabinet “dit voorbeeld van symboolpolitiek voor woningbouwprojecten zo snel mogelijk af te schaffen” (Cobouw 22 juni). Arjan Bregman en Friso de Zeeuw delen deze opvatting volstrekt niet.
Bij het inrichten van de wettelijke regeling van het projectuitvoeringsbesluit is inspiratie geput uit de Deltawet grote rivieren. Die wet, die inmiddels is vervallen, is medio jaren negentig van de vorige eeuw naar aanleiding van dreigende overstromingen opgesteld om tot hoogstnoodzakelijke dijkversterkingen te komen. Die wet werkte naar tevredenheid van alle betrokken partijen en heeft het beoogde effect bereikt. Ook het in de Deltawet grote rivieren opgenomen juridische instrumentarium blijkt over het geheel genomen goed te hebben gewerkt.

Uitgangspunten

De belangrijkste uitgangspunten van het projectuitvoeringsbesluit voor woningbouwprojecten en alles wat daarbij hoort en zorggerelateerde vastgoedontwikkelingen zijn:
a. Besluitvorming op basis van belangenafweging door één orgaan, uitmondend in één projectuitvoeringsbesluit.
b. Een zorgvuldige voorbereiding met ruime mogelijkheden voor inspraak.
c. Inachtneming van de bestaande wettelijke toetsingskaders en inhoudelijke normen.
d. Beroep in één instantie”.
Een mogelijkheid van fasering biedt het projectuitvoeringsbesluit niet. De Deltawet grote rivieren bood een dergelijke mogelijkheid evenmin. Dat was bij de Deltawet geen groot probleem. Feitelijk werd steeds één werk gerealiseerd (inclusief inpassing) en daaromtrent werd één besluit genomen. Bij woningbouwprojecten waarvoor het projectuitvoeringsbesluit kan worden gebruikt ligt dit anders. Het betekent bijvoorbeeld dat bij het nemen van een projectuitvoeringsbesluit tegelijk over de planologische randvoorwaarden en over de technische toetsing van woningen, scholen, wegen etc. in een gebied voor misschien wel duizend woningen moet oordelen. Het kopiëren van de opzet van de Deltawet grote rivieren lijkt dan ook gebaseerd op de onjuiste gedachte dat een bestek voor een dijklichaam hetzelfde is als een compleet uitgewerkt ontwerp voor een (gefaseerde) gebiedsontwikkeling. Dit betekent dat het gebruik van het projectuitvoeringsbesluit beperkingen kent die niet behoeven te gelden voor het – na 1 oktober 2010 – gebruiken van de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die vergunning kent bij voorbeeld wèl de mogelijkheid om voor deelactiviteiten deelomgevingsvergunningen aan te vragen en te verlenen. De beperkingen in het gebruik van het projectuitvoeringsbesluit behoeven in veel gevallen echter geen belemmering te zijn voor een succesvol gebruik. Het nemen van een projectuitvoeringsbesluit vergt alleen een zorgvuldige voorbereiding. In de eerste plaats is het verstandig om reeds voorafgaand aan de formele start van de procedure te toetsen aan de toepasselijke normen en zich ervan te vergewissen dat het project niet valt onder de uitzonderingen van de Flora- en faunawet, delen van de Waterwet en de Monumentenwet. Ook vergt de wet een slimme ambtelijke voorbereiding. Wanneer deze juridische en ambtelijke voorbereiding gedegen plaatsvindt kan een projectuitvoeringsbesluit worden genomen. En dan heb je ook wat. Vooral snelle zekerheid omtrent de juridische aanvaardbaarheid van een project. De Raad van State moet immers binnen een half jaar uitspraak doen. Voordeel hiervan is ook dat de Raad van State dan in één keer over werkelijk alle aspecten die bij een bepaald project spelen in onderlinge samenhang kan oordelen.

Optimalisering

De regeling van het projectuitvoeringsbesluit staat in hoofdstuk 2 van de Crisis- en herstelwet. Dat betekent dat de regeling voor vier jaar geldt. In die periode kan van het instrument worden geleerd. Hetzelfde geldt voor de omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Ons voorstel is om op basis van die ervaringen na te denken over optimalisering van projectbesluitvorming na afloop van de Crisis- en herstelwet-termijn. Daarbij schrijven wij het projectuitvoeringsbesluit niet op voorhand af. Integendeel, de wettelijke regeling in de Crisis- en herstelwet blinkt – anders dan de Wabo – uit door eenvoud.Het toevoegen van een faseringsmogelijkheid en de bevoegdheid voor de raad om het nemen van het projectuitvoeringsbesluit te delegeren aan B en W zouden veel van de geopperde bezwaren kunnen wegnemen. Ook zonder deze wenselijke optimalisaties biedt de regeling van het projectuitvoeringsbesluit nu reeds een kader waardoor kansrijke projecten in het kader van gebiedsontwikkeling, al dan niet gefaseerd in ‘hapklare brokken’, effectief en efficiënt van een juridische basis kunnen worden voorzien. Wij vrezen dat deze benadering voor een deel van het juridisch legioen al te gedurfd is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels