nieuws

Vervaltermijn bij aanbesteding niet gehaald

bouwbreed

De Staat der Nederlanden kondigt een aanbestedingsprocedure aan waarop eiseres inschrijft.

De opdracht wordt niet aan eiseres gegund. In de afwijzingsbrief krijgt
eiseres 25 dagen de tijd om tegen deze beslissing bezwaar te maken. Op de 27ste
dag begint eiseres een kort geding. De zaak is als volgt (Rb. Den Haag 22
februari 2010, LJN: BL5022). De Staat kondigt een Europese aanbesteding aan
terzake onderhoud aan drie stuwcomplexen. Het ARW 2005 is van toepassing
verklaard. Eiseres schrijft op de aanbesteding in maar wordt per brief op de
hoogte gesteld, met een korte motivering, dat het werk aan een derde partij
wordt gegund. De brief stelt een (verval)termijn van 25 dagen om een kort geding
tegen deze beslissing te starten. Op de 22ste dag (donderdag) verzoekt eiseres
de Staat om nadere motivering voor de afwijzing en deze binnen een dag af te
geven. Daarbij geeft eiseres aan dat zij van mening is dat de termijn op grond
van de Algemene termijnenwet pas op de 27ste dag zal vervallen, nu de 25ste dag
op een zaterdag valt. Bij brief gedateerd op dezelfde dag, maar verzonden op de
24ste dag, stuurt de Staat de nadere motivering. Op de 27ste dag start eiseres
een kort geding. Is eiseres te laat? De Rechtbank overweegt eerst dat de
Algemene termijnenwet uitsluitend van toepassing is op termijnen die bij wet of
algemene maatregel van bestuur zijn gesteld. In het ARW 2005 is geen
vervaltermijn opgenomen, de vervaltermijn van 25 dagen is per brief gesteld. In
(wetsvoorstel) Wira is wel een vervaltermijn opgenomen, maar deze wet was nog
niet in werking getreden (februari dit jaar is deze wet in werking getreden). De
vervaltermijn kan daarom niet met een beroep op de Algemene termijnenwet worden
verlengd. Had de Staat sneller met de verzochte motivering moeten komen? Nee,
stelt de Rechtbank. De Staat heeft in zijn eerste brief wel degelijk een – zij
het summiere – toelichting verstrekt. Bovendien beschikte eiseres ten tijde van
uitbrengen van de dagvaarding nog steeds niet over de verzochte nadere
toelichting. Nu betekening van de dagvaarding na verval van de bezwaartermijn
plaatsvond, verklaart de Rechtbank eiseres dan ook niet-ontvankelijk in haar
vordering. Voor een uitgebreid overzicht van de jurisprudentie omtrent
vervaltermijnen, motiveringsgebreken en alle andere onderwerpen met betrekking
tot aanbesteden zie de Serie Bouw- en Aanbestedingsrecht. Vanaf 2010 verschijnen
de nieuwe drukken van de delen Hoofdstukken Bouwrecht van mr. M.A. van
Wijngaarden en prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis onder deze nieuwe titel. De nieuw
te verschijnen delen verschijnen – ook online – bij Uitgeverij Paris
(www.seriebouwrecht.nl). De eerste nieuwe delen zijn reeds verschenen: delen 16,
17 en 18 betreffende het aanbestedingsrecht.

Juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag,
www.ibr.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels