nieuws

Overheden worstelen met werken voor mkb

bouwbreed

Overheden hebben er baat bij als lokale of regionale mkb-bedrijven kunnen meedoen met aanbestedingen. Zij worstelen echter met de vraag hoe dat kan.

Het is het midden- en kleinbedrijf in de infrasector al jaren een doorn in
het oog. De acht grootste infrabedrijven, 0,31 procent van alle bedrijven,
hebben de helft van de totale nieuwbouwmarkt in handen. De 2592 mkb-bedrijven
verdelen de andere helft. Een van de redenen voor het marktaandeel van de grote
bedrijven is volgens het mkb de ongebreidelde clustering van werken en de soms
exorbitante aanbestedingscriteria die worden gesteld, zoals omzet- en
ervaringseisen. Overheden hebben zo langzamerhand door dat zij zichzelf daarmee
geen plezier doen. De concurrentie wordt beperkt en het kan schelen in de lokale
werkgelegenheid. Toch vinden ze het lastig anders te opereren. De aloude
argumenten van schaalgrootte en de grotere ervaring van grote bedrijven waardoor
ze denken minder risico te lopen met een project, houden hen daarvan af. Toch
lijkt het zendingswerk van een branche-organisatie als MKB Infra zo
langzamerhand zijn vruchten af te werpen. Die wijst er al jaren op dat het niet
alleen om schaalgrootte gaat, maar ook om beheersbaarheid van een project.
Bovendien zijn mkb-bedrijven net zo innovatief, zo niet innovatiever dan het
grootbedrijf als ze de kans maar krijgen. Middenbedrijven als Van de Biggelaar
en GMB, geen lid van MKB Infra maar van Bouwend Nederland, bewijzen dat
dagelijks. De manier waarop de aanbestedingspraktijk werkt, is voor MKB Infra
tevens reden om te blijven hameren op zaken als gelijke kansen voor aannemers
mede op basis van de algemene beginselen van de Europese Unie,
non-discriminatie, proportionaliteit en transparantie. Dat heeft er in ieder
geval al toe geleid dat Tweede en Eerste Kamerleden al enkele malen gepleit
hebben voor een zelfstandige rol van het mkb bij aanbestedingen. Begin van de
week heeft de provincie Overijssel zich weer eens gebogen over de vraag hoe het
lokale bouwbedrijf beter aan zijn trekken kan komen. Aanbestedende diensten en
aannemers zagen volop ideeën hoe dat geregeld kan worden binnen de regels.

Kans

Een van de belangrijkste zaken is wel om proportionele eisen te stellen.
Voldoet een aannemer daaraan, dan moet die ook in staat worden gesteld om mee te
dingen. Overheden vinden dat een risico. Dan zou het kunnen voorkomen dat ze
twintig of meer aanbiedingen moeten gaan beoordelen. Ondernemers vinden dat
nauwelijks een argument. Waar het hen om gaat is dat een ondernemer zelf moet
weten of hij inschrijft, ook al is de kans uiterst gering dat hij het werk
krijgt. Ook is er kritiek op het idee van overheden dat aannemers op kosten
worden gejaagd door in te schrijven op werken waarvan vrijwel zeker is dat zij
het niet kunnen krijgen. Het weerwoord was dat aannemers slim genoeg zijn om te
beseffen dat ze op dat soort werken helemaal niet moeten inschrijven. “Op een
Betuwelijn of een HSL schrijven wij echt niet in”, was het gevoelen van de
mkb-bedrijven. De discussie heeft er nu in ieder geval toe geleid dat de
provincie Overijssel gaat proefdraaien met een aantal suggesties. Dat is een
goede zaak. Goed voorbeeld doet wellicht goed volgen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels