nieuws

Laagste prijs blijft doorslaggevend

bouwbreed

Gemeenten en waterschappen kiezen vaker dan voorheen voor bouwopdrachten tegen de laagste prijs. In totaal is afgelopen jaar 87 procent van de aanbestedingen op de laagste prijs gegund.

Instituten als VNG (gemeenten), IPO (provincies), Unie van Waterschappen –
maar ook het speciaal opgerichte expertisecentrum Pianoo – weten niet door te
dringen tot hun achterban en het ingesleten patroon van traditioneel aanbesteden
te doorbreken. Dat is de conclusie van Joost Fijneman, manager van het aan
Bouwend Nederland gelieerde Aanbestedingsinstituut. Het instituut analyseerde
over 2009 3041 aankondigingen, waarvan 2042 van gemeenten. Bouwend Nederland
publiceert donderdag de eerste bevindingen. Het heeft er veel van weg dat lagere
overheden zich beperken tot kortetermijndenken en vooral willen profiteren van
de moordende concurrentie. Opvallend is namelijk dat lagere overheden juist
vaker op de laagste prijs gunnen dan het jaar ervoor. Kwaliteit, duurzaamheid of
andere criteria krijgen slechts een kans bij 15 procent van de aanbestedingen
waarbij de meest voordelige inschrijving de doorslag geeft.

Geen soelaas

Van alle aankondigingen betreft 86 procent grond- weg- en waterbouwopdrachten
en 14 procent werk in de burgerlijke en utiliteitsbouw. “Onomstotelijk is
bewezen dat alles wat gebeurt op het gebied van kennisuitwisseling en
informatieoverdracht niet leidt tot ander aanbestedingsgedrag in de bouwsector.
De enige manier om dat te doorbreken is een wettelijk kader voor aanbestedingen
onder de Europese drempel”, licht Fijneman toe. De geplande wijzigingen van de
Aanbestedingswet zullen geen soelaas bieden, want de nieuwe regels schrijven
niets voor over opdrachten onder de 4,9 miljoen euro. Alleen rijksopdrachtgevers
als Rijkswaterstaat krijgen een pluim voor hun aanbestedingsbeleid. Fijneman
constateert dat innovatieve contracten daar eerder regel zijn dan uitzondering.
Ook stellen de rijksopdrachtgevers geen extra eisen aan bouwcombinaties.
Wettelijk mag dat ook niet, maar lagere overheden lappen die regel en masse aan
hun laars.

Afwijken

Het instituut constateert verder dat opdrachtgevers bij driekwart van de
aanbestedingen afwijken van de zogenoemde gestanddoeningstermijn van 45 dagen.
Het jaar ervoor was dat nog 45 procent. In 38 procent van de opdrachten moet de
inschrijver zijn prijs nu zestig dagen garanderen. Circa 5 procent eist zelfs
een garantieprijs van meer dan drie maanden. “Slecht nieuws. Want bouwwerken
liggen niet in een magazijn te wachten tot ze worden verkocht. Personeel en
materieel zijn zeer gevoelig voor prijsschommelingen”, concludeert Fijneman.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels