nieuws

‘Een gebouw is een compromis tussen geld, tijd en ruimte’

bouwbreed

Als kind werd Jouke Post geboeid door vorm en constructie

Hij studeerde bouwkunde, werkte als architect en universitair docent en werd hoogleraar Bouwtechniek aan de TU Eindhoven. Duurzaamheid, bouwmaterialen en bouwsystemen vroegen zijn aandacht. Van zijn studenten verwacht hij een kritische zelfreflectie en onderbouwing van hun ontwerpen.
“We leveren ingenieurs af, we zijn geen academie”, omschrijft Post. Maar het gevoel voor architectonische schoonheid loopt als een rode draad door zijn betoog. “Ik bewonder twee Portugese architecten: Alvaro Siza en Eduardo Souto de Moura. Hun werk getuigt van verfijning, gevoel voor ruimte en licht, materialen en stedenbouw. Dat zou ik ook wel willen kunnen. Je ziet het soms in mijn werk.”
Hij noemt de peuterspeelzaal in IJsselmonde, het kantoorgebouw XX in Delft en het sportcomplex De Houtzagerij in Den Haag.
“In Berkel stond een oude molen. Op die plek heb ik een villa ontworpen. De gevels gaan over in het landschap. De bewoners slapen beneden. Boven is een houten bol, aan een kant afgesneden. Je ziet de wolken op je afstormen. Daar zit beleving in zoals ik het bedoel.”
Jouke Post heeft zijn jeugd doorgebracht in Scheveningen. Hij was ongeveer tien jaar toen de Scheveningse Pier werd gebouwd. “Dat vond ik sensationeel”, herinnert hij zich. “Takken van mijn familie zitten in de bouw. Mijn vader werkte bij de PTT als opdrachtgever. Ik reed met mijn vader mee, bijvoorbeeld naar de bouw van het hoofdpostkantoor in Rotterdam. Dat was spannend.”
Het gesprek met Cobouwvindt plaats op de zevende verdieping van het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Post wijst naar buiten. Daar staat het gerenoveerde hoofdpostkantoor, maar ook de hoogbouw van Nationale Nederlanden. Beneden wordt hard gewerkt aan het nieuwe Centraal Station. Het oude station van architect Sybold van Ravesteyn heeft helaas moeten wijken.

Krenten

“Ik zit in een erfgoedcommissie van de gemeente Lansingerland. We proberen het cultureel erfgoed niet af te laten breken”, aldus Post. Opnieuw komt het gevoel voor schoonheid naar voren. “Na de Tweede Wereldoorlog hadden de mensen een drift om veel te bouwen. Als we oude wijken vervangen, doen we nog steeds alsof het nieuwbouw is. Crooswijk in Rotterdam is helemaal schoongemaakt en daarna pas nieuw gebouwd. Dat is een achterhaalde manier van werken, een ongenuanceerde aanpak”, vindt Post. Volgens hem wordt in Nederland niet meer grootschalig nieuw gebouwd. De gebouwde omgeving wordt onderhouden. Daarbij is het goed de ‘krenten in de pap’ te sparen. “Het behoud van cultureel erfgoed vraagt veel overredingskracht. Veel mensen zien alleen de nostalgie”, stelt Post.
Het behoud van erfgoed is ook een kwestie van duurzaamheid. “Ik ben altijd bezig geweest met duurzaamheid. Vanaf 1974 aan de TU Delft, met onder meer Cees Duijvestein. Ik houd mijn afscheidsrede aan de TU Eindhoven op 4 juni over de toekomst van de duurzaamheid. Duurzaamheid zit in mijn vezels. Je krijgt niet alles voor elkaar, maar je kunt altijd een stapje verder zetten. We hebben geen schuld, maar moeten ons wel bewust zijn van de effecten op het milieu. Laten we bouwen, dat is het enige wat we kunnen doen”, aldus Post. Hij werkte vroeger met methoden zoals DCBA, ontwikkeld door bureau BOOM voor Ecolonia in Alphen aan den Rijn. Tegenwoordig is Post cradle to cradle-adept. “Ik vond het eerst niks, maar toen viel bij mij het kwartje. Het is werkelijk een stap verder. Zorgen dat je iets waardevols achterlaat.”
Bouwen op grote schaal vindt in Nederland niet meer plaats, stelt Post. Dat gebeurt wel in een aantal steden in China, in Dubai en Bahrein. “Daar maken de mensen ongebreideld gebruik van alle voorhanden bouwmaterialen. Een stalen plaat gaat de halve wereld over voordat hij op zijn plaats hangt. Het zijn plekken waar gigantisch wordt gebouwd. Maar die steden worden op een ouderwetse manier weggezet. De kennis over duurzame materialen, energie, installaties en bouwsystemen is wereldwijd beschikbaar, maar het bewustzijn groeit erg langzaam”, aldus Post. Hij heeft als hoogleraar het cradle to cradle-denken op de afdeling Bouwkunde van de TU Eindhoven geïntroduceerd. “Ik hoop dat iemand het oppakt en van mij overneemt.”

Vervelende rommel

Post was ook in Ghana. “Nuffic (de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het onderwijs) heeft regelmatig tenders. Vijf jaar geleden voor het verbeteren van het onderwijs in Ghana. We hebben ingeschreven en de opdracht gekregen. Toen ik de eerste keer in Ghana was, vond ik het een bende, een vervelende rommel, stank en kleuren. Maar ik ben het land gaan waarderen. Ik ging bijvoorbeeld praten met een architect in zo’n stalletje langs de weg. De woningbouw in Ghana is vrij grootschalig en traditioneel. Alles wordt gestapeld en vervolgens worden sleuven uitgehakt voor de leidingen, zoals wij vroeger deden. Maar de Ghanezen zijn niet dom, ze hebben redenen om op die manier te werken.”
Post neemt weliswaar afscheid als hoogleraar, maar hij blijft werken als architect. Bovendien is hij bezig met een woning voor zichzelf. Voor de vierde keer, eerder tweemaal restauratie en eenmaal nieuwbouw. Volgens hem is een ontwerp altijd een compromis tussen geld, tijd en ruimte. Maar een architect leert steeds efficiënter te werken en betere keuzes te maken.
“Het beste gebouw is altijd het laatste gebouw”, aldus Post. “Je kunt je steeds meer richten op de zaken waar het om gaat.” En dat lijkt uiteindelijk toch het scheppen van schoonheid. “Ik heb nu een opdracht waarbij ik alle aandacht kan besteden aan licht en ruimte. Het is een woonhuis in Kralingen. Met een ambitieuze opdrachtgever die ruimtelijkheid en perfectie wil.” ■

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels