nieuws

Laat regelgeving van bergingen los

bouwbreed

Medio 2007 rapporteerden steden en consumentenorganisaties het ontbreken van buitenruimten en bergingen bij nieuwe woongebouwen

Een onderzoek volgde en inmiddels is besloten buitenruimte en bergingen voor nieuwe huizen weer te verplichten. Een begrijpelijke reactie, maar Wim Verburg vraagt zich af of dit verstandig is.
In 2003 was in het kader van de deregulering de verplichting om bij woongebouwen een buitenruimte en bergingen te realiseren uit het Bouwbesluit geschrapt. Nadat steden en consumentenorganisaties hierover rapporteerden volgde een onderzoek. De eindconclusie van het onderzoek start met: “Alles overziend kan gesteld worden dat de beslissing om een woning al dan niet van een buitenruimte te voorzien in veel gevallen toch vooral wordt ingegeven door de potentiële opbrengsten en de afzetbaarheid van woningen binnen de geldende marktomstandigheden.” Dit is duidelijk. Verder constateert, buiten de vier grote steden, twee derde van de gemeenten geen veranderingen in de aanwezigheid van balkons en bergingen bij nieuwbouw. De eindconclusie besluit met de vaststelling dat als buitenruimten en bergingen in meergezinscomplexen moet worden gegarandeerd een wettelijk kader onontbeerlijk is. Dit roept de vraag op waar toe in 2003 tot de deregulering besloten is. Als Rotterdammer was ik zeer benieuwd naar het Wallisblok experiment. De appartementen van dit verloederde woonblok uit 1930 zijn in 2005 tegen aantrekkelijke voorwaarden verkocht. Doel hiervan was het aantrekken van nieuw bloed voor Spangen. Hoewel de bewoners kunnen beschikken over veel vierkante meters blijken ze in de woningen geen ruimte voor het stallen van fietsen te hebben ingeruimd. Hiervoor moest de gemeente Rotterdam later voor zorgen. Blijkbaar vinden de bewoners van het Wallisblok het stallen van hun fietsen in hun woning niet van voldoende waarde om vierkante meters aan te besteden. Gezien de bereidheid van de gemeente Rotterdam om een voorziening voor het stallen van fietsen in de openbare ruimte te realiseren een begrijpelijke keuze.
Als we de case Wallisblok combineren met de conclusies van het onderzoek kan de vraag gesteld worden wie er nu eigenlijk belang heeft bij de realisatie van bergingen en buitenruimten in de vier grote gemeenten. De bewoners of de gemeenten? Nu dan besloten is de realisatie van fietsenberging en buitenruimte voor nieuwe woningen te verplichten moeten we maar afwachten wat dat op gaat leveren. Uit de praktijk blijkt dat deze voorzieningen niet door alle bewoners op prijs gesteld worden. De bouw zal deze voorzieningen in het algemeen dan ook op een kosten gestuurde aanpak realiseren waarbij voldoen aan de regelgeving het doel is in plaats van het creëren van waarde voor de eindgebruiker. In die situaties waar eindgebruikers fietsenberging en buitenruimte wel op waarde weten te schatten zal de bouw hier zeker wel op anticiperen.

Effecten

Het is jammer dat er niet wat langer gewacht wordt om de effecten van de deregulering met betrekking tot fietsenberging en buitenruimte af te wachten. De markt heeft nog nauwelijks de tijd gehad om met innovaties op de deregulering te reageren. Zo is het denkbaar dat balkons en bergingen als ‘ad-on’ (een systeem toevoegen in wat voor een vorm dan ook) door de industrie worden ontwikkeld en aangeboden. Bovendien kan een eindgebruiker die meer buitenruimte wil verhuizen of een berging huren in de particuliere sector. In plaats hiervan worden alle appartementen weer voorzien van deze voorzieningen met als belangrijkste doel om aan de regelgeving te voldoen. Het weer invoeren van regelgeving geeft partijen die pleiten voor een op regelgeving gebaseerde invulling van de gebouwde omgeving ook weer munitie en dat is mogelijk wel het meest vervelend. Vooral omdat bij het onderzoek niet gesproken is met eindgebruiker!
Projectmanager SBR
www.sbr.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels