nieuws

‘Meer efficiëntie nodig bij warmtevoorziening’

bouwbreed

De Nederlandse warmtevoorziening kan duurzamer, vindt voorzitter Klaas de Jong van de stichting Warmtenetwerk. De promotor van ‘groene warmte’ wil in 2020 door besparingen en meer efficiëntie het verbruik van warmte met 200 petajoule verminderen en 200 petajoule ‘groen’ opwekken.

Dat zijn enorme hoeveelheden, rekent De Jong voor. “Eén petajoule komt overeen met wat de inwoners van een gemeente als Tiel in een jaar aan elektriciteit en gas verbruiken. En 400 petajoule staat gelijk aan wat alle Nederlandse huishoudens in één jaar aan aardgas verstoken.” Die laatste hoeveelheid wil Warmtenet in 2020 hebben bespaard op een totaalverbruik van 3200 petajoule. Van dat totaal gaat ruim 40 procent op aan de productie van warmte en 24 procent aan het opwekken van elektriciteit.
“Besparen kan uitermate praktisch door bijvoorbeeld warmte die een bedrijf uit zijn productieproces overhoudt door te laten verkopen aan een bedrijf dat die warmte goed kan gebruiken”, legt De Jong uit. Over en weer energie uitwisselen lukt naar zijn mening goed wanneer bedrijven regionaal samenwerken. Stadsverwarmingen kunnen in zijn visie eveneens profiteren van zo’n samenwerkingsverband.
“Een goed voorbeeld is de warmteleiding die in Zeeuws-Vlaanderen restwarmte van een kunstmestfabriek naar glastuinbouwbedrijven transporteert”, zegt De Jong. In de regio Delfzijl bedient energiebedrijf EON zes chemiecomplexen met de warmte uit zijn afvalverbrander. Elders in het land voorzien afvalverbranders bedrijven en huishoudens ook van warmte.

Groot en klein

“Het moet niet uitsluitend om grote projecten gaan”, meent De Jong. Groot en klein, samen brengen ze de voorgenomen besparing tot stand. De overheid kan naar zijn mening die ontwikkeling steunen met heffingen op fossiele brandstoffen. De keuze valt daarmee automatisch op duurzame voorzieningen. Denemarken is wat hem betreft het bewijs dat deze aanpak goed werkt. “In Nederland zet de overheid nog te veel in op windenergie omdat dit de goedkoopste vorm van hernieuwbare energie zou zijn.”
Een groter gebruik van bodemenergie helpt eveneens de voornemens van Warmtenet in praktijk te brengen, vindt De Jong. Opslag van warmte en koude in de bodem is al een veelgebruikte techniek in Nederland. Dat moet wat hem betreft ook gaan gelden voor geothermie, de exploitatie van warmte op grote diepte. In De Jongs visie is deze techniek nog niet volledig uitontwikkeld en ook nog niet goedkoop in praktijk te brengen. “Het is vooral het boren dat geothermie duur maakt”, zegt De Jong. In zijn uitleg hangt dat samen met de eisen die de NAM aan boorprojecten stelt. Het wordt wel steeds goedkoper, constateert hij. “Huisman Itrec in Rotterdam bijvoorbeeld heeft een boorinstallatie ontwikkeld die met kunststof buizen werkt. Naar zijn verwachting kan die techniek de toepassing van geothermie in de glastuinbouw bevorderen. De Jong rekent voor dat de gewonnen warmte veel meer is dan wat de glastuinbouwers nodig hebben. Samenwerkende afnemers in de regio kunnen het overschot verbruiken.
In de agrarische sector kan volgens De Jong biogas de energievoorziening duurzamer maken. Hij noemt het voorbeeld van een melkveehouder in Zeewolde die de mest uit zijn bedrijf omzet in energie. “Biogas kan ook uit rioolslib worden gewonnen. De Unie van Waterschappen wil dat verder ontwikkelen onder de noemer De Energiefabriek.” En dat is er nog de voedingsindustrie met grote stromen biomassa. “De Suikerunie gaat na of loof van suikerbieten kan worden omgezet in biogas”, zegt De Jong.
Tot nog toe wordt dat loof ondergeploegd. Warmtenet gaat ervan uit dat in 2020 voor 80 petajoule warmte uit biogas wordt gemaakt. “Al die initiatieven zijn vrij eenvoudig te realiseren”, vindt De Jong. In de meeste gevallen lukt dat volgens hem ook zonder subsidiegeld. Wet en regel staan deze ontwikkelingen over het geheel genomen niet in de weg. “Op details loopt het soms niet zo soepel”, constateert hij. “Boeren bijvoorbeeld die in de problemen komen omdat ze hun vergister met het verkeerde afval hebben gevuld vragen zich nog wel eens af ‘waar ben ik aan begonnen’.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels