nieuws

Liefde voor het vak

bouwbreed

Niet lang geleden hoorde ik professor Paul Chauvigny de Blot spreken

Wat een spreker! Wie de kans krijgt hem te horen, raad ik sterk aan die kans te grijpen, het gaat hier om een belevenis. Niet veel sprekers kunnen zo boeien, met eigen meningen en ervaringen. Die laatste categorie is ruim voorhanden, De Blot is dik in de tachtig. Er zijn mij niet veel tachtigers bekend met een weblog van zoveel kwaliteit.
Een beeld dat mij erg aansprak, was zijn betoog over liefde voor het vak. Liefde, die gekoesterd moet worden. Liefde, die soms wordt belemmerd door de ingrijpende veranderingen, die dat vak in de loop der jaren ondergaat. Een in de bouw zeer herkenbaar fenomeen. De Blot trekt de vergelijking met liefde van ouders voor hun kind. Een mooi beeld.
Ouders, die hun kind die liefde willen laten blijken, doen dat op een opmerkelijke manier, als dat kind als zuigeling argeloos in de wieg ligt. Ik ben wel eens getuige geweest van zeer begrijpelijke, maar toch voor een toeschouwer wat vreemde formuleringen. “Toet toet toet, waar issie dan”, klinkt mij in ieder geval opmerkelijk in de oren.
Als zo een kind veertien jaar later zou worden toegesproken op dezelfde manier, zou dat voor niemand meer begrijpelijk zijn. Het kind zou vaststellen, dat de ouders nu definitief in de categorie ‘hopeloos’ ondergebracht moesten worden.
Toch houden veel ouders nog steeds veel van hun kind, als het veertien is. Hoewel het weinig meer lijkt op de baby die het ooit was. En stel je voor dat een kind van veertien sterk zou lijken op een zuigeling, dat wenst niemand kind of ouders toe.
Het komt vaak voor dat een beroep niet meer, of niet helemaal meer, lijkt op het beroep dat het ooit was. Misschien is dat wel een groot geluk.
Directeur, trainer, coachDe Bouwer & Partners Training
Nijmegen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels