nieuws

Gemeente mag niet alle kosten verhalen

bouwbreed

Bij bouwprojecten heeft een aannemer verschillende vergunningen nodig voor de inrichting van de bouwplaats. Dat kan variëren van een bouwvergunning voor een bouwhek of kraan tot een opbreekvergunning of een vergunning voor een wegafzetting.

Dat is niets bijzonders, zo lang de kosten die aan zo’n vergunning zijn
verbonden maar binnen de perken blijven. Anders was het bij een Amsterdamse
aannemer die, om de bouwplaats bereikbaar te maken, een tijdelijke bouwweg wilde
aanleggen langs een voetpad en een fietspad. De weg zou gedeeltelijk op eigen
terrein komen te liggen en gedeeltelijk, voor wat betreft de afzetting, op het
voetpad. Hiervoor was het noodzakelijk voetpad en fietspad tijdelijk om te
leggen en op een duidelijke manier van elkaar te scheiden. De aannemer vroeg
hiervoor een vergunning aan bij de gemeente Amsterdam. Deze verleende een
zogenoemde ‘Opbreekontheffing/Tijdelijke objectvergunning (‘OTO-vergunning’).
Daaraan waren voorschriften verbonden. Meer dan een jaar na vergunningverlening
berekende de gemeente ruim 25.000 euro aan de aannemer wegens de huur van
afzettingsmateriaal (hekken, rijbaanafscheidingselementen, verkeersborden) en
transportkosten.

Onverwacht

Voor de aannemer kwam deze vordering onverwacht. Rekening was gehouden met de
gebruikelijke leges, maar zeker niet met een bedrag van deze omvang. De aannemer
weigerde het bedrag te betalen en de gemeente begon een civiele procedure tot
verhaal van deze kosten. De gemeente baseerde haar vordering onder meer op
artikel 33 van het Besluit Administratieve Bepalingen Wegverkeer (BABW) en op
artikel C van de vergunning. Daarin staat dat kosten van het plaatsen van
verkeerstekens kunnen worden verhaald op degene die activiteiten bij een weg
uitvoert die niet tot het normale verkeersgebruik behoren. En voorts dat kosten
van werkzaamheden die verband houden met de vergunning, voor rekening van de
aanvrager van de vergunning komen als blijkt dat door de onttrekking aan de
openbaarheid verplaatsing, wijziging of verwijdering van enig eigendom van de
gemeente noodzakelijk is of als voor het uitvoeren van openbare werken speciale
voorzieningen moeten worden getroffen. De aannemer betwistte dit, want deze vond
dat de gemeente maatregelen ter afzetting van de weg had genomen ter uitoefening
van de in de Wegenverkeerswet aan de gemeente opgedragen publiekrechtelijke
taak.

Stilzwijgende overeenkomst

Verhaal van de kosten van plaatsing van verkeerstekens op grond van het
krachtens artikel 156 van de Wegenverkeerswet vastgestelde artikel 33 BABW
(Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer) is wel mogelijk.
Daaronder valt echter niet het verhaal van de kosten van andere
verkeersmaatregelen. Bovendien, zo stelde de aannemer, was bij het verlenen van
de vergunning niet door de gemeente gezegd dat zij dit op de vergunninghouder
zou verhalen. Ook waren de gehanteerde tarieven niet bekendgemaakt. Nadat de
rechtbank de gemeente in het gelijk had gesteld, ging de aannemer in appel bij
het Hof. Van groot belang was dat de gemeente had erkend dat dit kostenverhaal
niet langs publiekrechtelijke weg kon plaatsvinden. Toen stelde de gemeente dat
de vergunning maar moest worden gezien als stilzwijgende overeenkomst tot
verhaal van kosten. Het Hof oordeelde dat de aannemer op grond van
vergunningvoorschrift C er geen rekening mee hoefde te houden dat de gemeente
huur van materialen en transportkosten aan hem in rekening zou brengen. Dit
temeer nu de gemeente niet had aangetoond dat zij de aannemer op deze uitleg van
het vergunningvoorschrift had gewezen voorafgaand aan of bij de
vergunningverlening.

Publieke taak

Belangrijker is echter dat het Hof tot het oordeel komt dat, ook indien het
verhaal van kosten wel zou kunnen worden gebaseerd op de
vergunningvoorschriften, zij niet tot een andere beslissing zou zijn gekomen, op
grond van de zogenaamde twee-wegenleer. Nu de publiekrechtelijke regeling niet
voorziet in het verhaal van kosten die de overheid heeft gemaakt in de
uitoefening van een bij publiekrechtelijke regeling opgedragen taak, moet dit
worden gezien als een belangrijke aanwijzing dat verhaal van die kosten door de
gemeente langs privaatrechtelijke weg (dus via een overeenkomst) ook is
uitgesloten. Het Hof nam daarbij in aanmerking dat de verkeersmaatregelen waarop
de facturen betrekking hadden een publieke taak van de gemeente als wegbeheerder
in de zin van artikel 18 van de Gemeentewet betroffen. Voor het treffen van deze
maatregelen was geen verkeersbesluit nodig omdat deze nodig waren in verband met
verkeersveiligheid. Het ging dus om een publieke taak van de gemeente,
opgedragen bij publiekrechtelijk voorschrift. De vordering werd afgewezen. Deze
uitspraak is ook van belang voor andere gemeentelijke verhaalsacties die verband
houden met vergunningen of ontheffingen maar tevens de publieke taken van de
gemeente raken. Verhaal van die kosten door de gemeente zal niet altijd (meer)
mogelijk zijn. Heeft een aannemer toch betaald, kan deze mogelijk de kosten
daarvan als onverschuldigd betaald terugvorderen.

Mr. Chantalle van Goethem en mr. Bas van Vliet
Advocaten bij HSVG Advocaten en Lexence Advocaten en Notarissen in Amsterdam.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels